The Maze Runner (Wess Ball, 2014)

the-maze-runner-poster-teaser

Beoordeling: 5

Die in-betweenagerfilms met horror- en sciencefictionthema’s zijn hot, dat snap ik. Maar moet het nou echt allemaal zo simplistisch? Blijkbaar wel.

Thomas (Dylan Ó Brien) wordt zonder herinneringen wakker in een kleine wildernis met veel mannelijke tieners er in en enorme muren er omheen. Achter de muren ligt een immens en steeds veranderend labyrinth. Behalve zijn geheugen moet hij ook zijn identiteit zien te vinden en natuurlijk de raadsels achter het doolhof oplossen. Dat lukt deels wel en deels ook niet.

The_Maze_Runner_13734231234328

Een mooi uitgangspunt, absoluut. Het spel als sociale metafoor met ook nog de transitie naar volwassenheid als kers op de slagroom. En er is ook wel wat mee te doen, getuige de indringende Battle Royal van Kinji Fukusawa. Zelfs de wat afgevlakte Amerikaanse varianten als de eerste Hunger Games (de tweede stelde dan toch erg teleur) of Divergent hebben hun merites, maar langzamerhand is de verassing er af en begint de muffe lucht van sleur en herkenning zich te verspreiden. The Giver had dat al, maar The Maze Runner tops them all.

Niet door de vormgeving. De decors zijn fantastisch en de wereld van het labyrinth is technisch knap en voorstelbaar verbeeld. Ook de special effects mogen er zijn: met name de spinachtige Grievers doen het prima. Dan zijn er ook nog twee of drie aardige en vlot getimede actie-scenes maar daarmee is echt wel elk positief element benoemd.

TMR-Frame3HR

En dan begint de ellende: het verhaal is werkelijk zo slap dat je er niet eens homeopatische thee van zou kunnen trekken. Regisseur Wess Ball wilde Lord of the Flies koppelen aan Lost en hij had – let op – heel veel naar Terence Malick gekeken om de film die “mature and sophistocated” toon mee te geven. Waarschijnlijk heeft hij per ongeluk op de verkeerde knop van de afstandsbediening gedrukt en is hij terecht gekomen bij Nickelodeon. Easy mistake.

Ik weet ook niet precies wat het is. Natuurlijk mogen tieners hun eigen verhaaldynamiek hebben, maar waarom zo simplistisch en goedkoop? Er zitten scenes tussen – de dood van Chuck om maar iets te noemen – die zo slecht zijn dat je spontaan je vinger in je keel steekt. En ik weet wel dat ik zit te zeiken, maar manmanman, dat kan toch echt veel beter. Iets harder, iets minder middle of the road, een vleugje meer realisme. Het hoeft niet eens origineel te zijn.

skkf05c.velika

De kwaliteit van het acteerwerk helpt ook niet echt. Hoewel we te maken hebben met up and comming jonge sterren als Will Poulter en Thomas Brody-Sangster weet niemand de suikerzoete smaak van het script van hartige tonen te voorzien. Toegegeven: dat zou ook een moeilijke opgave zijn. Ik heb de boeken van John Dasher niet gelezen (ze zullen vast prima weglezen) maar het zijige, gladgepoetste  script smoort elke vonk van narratieve hoop onmiddellijk in de kiem.

Maar goed, op IMDB krijgt de film dan weer bijna een 8. Ik denk dat de fanclub gemobiliseerd is.

Deliver us from evil (Scott Derrickson, 2014)

deliver_us_from_evil2014

Beoordeling: 5,5

Echt waar: ik ben dol op horror. Maar het vinden van een echt sterke horrorfilm blijft lastig. Deliver us from evil is geen uitzondering.

De waargebeurde politieagent Ralph Sarchie (Eric Bana) onderzoekt samen met de wazige priester Mendoza (Edgar Ramirez) een aantal misdaden die steeds donkerder en geheimzinniger worden. Uiteindelijk blijkt er een demon in het spel te zijn maar gelukkig kan de priester exorceren alsof het de jaren zeventig is.

deliver-us-from-evil04

Inspired by actual accounts, dus ja dan weet je het eigenlijk wel. Maar goed, de trailer was heel aardig en wie zal het dit keer zeggen? Bovendien: de regisseur had eerder The exorcism of Emily Rose gemaakt én Sinister: geen hoogvliegers maar daar viel nog naar te kijken. Anderzijds: hij maakte ook Hellraiser: Inferno en (dat had de waarschuwingsvlag moeten zijn): The day the earth stood still. De Keanu Reeves versie. Ja, ik weet het.

Het begint ook nog allemaal niet zo onaardig. Veel sfeer met sterke echo’s van de regenachtige decors uit Seven, goede shockmomenten en genoeg onaangename smeerboel om hier en daar effectief te zijn. Plus: zolang het verhaal nog niet al te helder is en zich vooral richt op de horrorelementen, nou, prima te doen.

Eric Bana

Maar natuurlijk moet het hoofdpersonage een gekwelde held zijn met een donker verleden dat hem vervreemdt van zijn omgeving. En dat levert erg obligate, om niet te zeggen irritant simplistische Libellepsychologie op. Waarbij ik – als ik er goed over nadenk – de Libelle waarschijnlijk te kort doe.

Dat wreekt zich al vóór de pauze, maar daarna wordt het helemaal erg. Bovendien lijkt de regisseur (of de schrijver, wie zal het zeggen) plotseling een enorme behoefte te krijgen om uit te leggen hoe zo’n exorcisme precies verloopt. Dat levert in de climax een ronduit lachwekkende en volstrekt spanningsloze scene op, waarin de priester soms letterlijk aankondigt  in welke fase hij zit en wat er dadelijk gaat gebeuren. En inderdaad: dat gebeurt ook. Leuk voor een schoolboek: zo weet je wat je aan het leren bent, maar de dood in de pot voor een horrorthriller.

deliver-us-from-evil-trailer-1024x576

Over de zoete kiss-off zal ik maar helemaal zwijgen, want anders kan ik met goed fatsoen niet eens een 5,5 toekennen. En dat wil ik toch wel doen, want ja, het blijft natuurlijk horror. En de sfeer in het begin. En het camerawerk. En – bedenk ik net als heel groot pluspunt – dat Keanu Reeves er niet in zit.

Maps to the stars (David Cronenberg, 2014)

Maps-to-the-Stars-DE-Poster

Beoordeling: 8 Dat Hollywood als leefomgeving nou niet echt stabiliteit en geestelijke gezondheid genereert weten we uit talloze sterke en minder sterke anti-Hollywoodfilms. Moet dat nog eens opnieuw gezegd worden? Misschien niet echt, maar als Cronenberg het doet, ben ik graag bereid te luisteren.

Het is ondoenlijk de inhoud van Maps to the stars kort en zinvol samen te vatten. Ik noem wat namen: Benji (Evan Bird) is zo’n onuitstaanbaar kindsterretje dat net uit de detox komt. Zijn vader (John Cusak) – zelfgecentreerde auteur en therapeut – interesseert zich vooral voor zijn aanstaande tournee en behandelt ondertussen een ouder wordende actrice (Julianne Moore). Zijn zus (Mia Wasikowska)  keert na enkele jaren inrichting terug naar de schoot van het gezin en zijn moeder (Olivia Williams) probeert alles onder controle te houden, maar dat lukt niet echt. Als dat geen dysfunctionele familie is weet ik het ook niet. En dan heb ik nog niks gezegd over de aspirant acteur en taxichaffeur Robert Pattinson.

ob_0584b7_maps-to-the-stars-2

Het klinkt allemaal niet erg samenhangend als je het zo leest en gedurende de eerste 30 minuten bevestigen minstens vijf caleidoscopische vertellingen die schijnbaar willekeurig door elkaar lopen dat alleen maar. Daarna ontstaat echter toch een aanvankelijk nog moeilijk benoembare lijn die vervolgens uitgroeit tot een sterke visie over Hollywood in het bijzonder en modern leven in het algemeen.

Mij hielp het gedicht Liberté van Paul Eluard dat te pas en te onpas in de film wordt geciteerd (te vaak, maar ach). Daarin gaat het om de zoektocht naar vrijheid. Alle karakters in de film zijn er naar op zoek. In drugs, in geld, in seks maar toch vooral in bekendheid. Het gezicht op alle posters, de naam in alle hoofden, zoiets. Uiteraard tevergeefs, dat staat vast vanaf het begin, want alleen de dood biedt uitzicht.

download

En dan zijn er toch ook de typische Cronenberg-thema’s. Gelukkig, want ik ben een grote fan, vooral van het vroege werk. Lichamelijk verval, transformatie van het vlees, de familie als broeiplaats voor onzekerheid, onvermogen en geestelijke instabiliteit, hallucinaties en angstaanjagende visioenen. Veel meer dan het ondraaglijk saaie Cosmopolis grijpt de regisseur terug naar zijn origines, zonder overigens huiswaarts te keren naar de horror (jammer!). Dat maakt de film sterker. En het biedt houvast.

Plus een onheilspellende sfeer die herkenbaar is uit de films van Lynch. Akelig, bedrukkend, unheimish. Ik las ergens dat Maps to the stars kort omschreven zou kunnen worden als Mulholland Drive meets The Player. Dat is misschien wat erg “Hollywood” en het mag bovendien gelden als voorbeeld van éen van de zaken waar de film kritiek op uitoefent maar het treft toch ook wel weer toe.

www.indiewire

Alle acteurs spelen sterk. Tegen het hysterische aan soms, maar vreemd genoeg komt dat de thematiek en de overtuigingskracht van de film alleen maar ten goede. De volledige cast schittert maar Julianne Moore overtreft zichzelf in een behoorlijk dappere rol, waarin ze weinig flatteus een buitengewoon egocentrisch karakter neerzet. Respect. De scenes aan het zwembad en op het toilet zijn wat mij betreft nu al klassiek.

image-4505981

Hollywood op de hak, een genadeloze analyse van het moderne gezinsleven , een neerslachtige visie op het bestaan in het algemeen, vele inside-jokes en ook nog eens Carrie Fisher (voor wie de jaren niet echt vriendelijk zijn geweest). Je zou voor minder naar de bioscoop gaan.

Kreuzweg (Dietrich Bruggeman, 2014)

kreuzweg-poster

Beoordeling: 7

Films over religie hebben tegenwoordig snel een kritische toon. Dat past bij deze tijd maar het is ook makkelijk. Preken voor de eigen communie zullen we maar zeggen. Kreuzweg onttrekt zich niet aan deze tendens en toch maakt de film ook indruk.

De 14-jarige Maria groeit op in de fundamentalistisch-katholieke geloofsgemeenschap van Paulus en daarnaast in een verstikkend gezin. Zij neemt haar religieuze plichten serieus en hongert zichzelf uit om haar zieke broertje te redden.

Kreuzweg-2

Eerst maar het indrukwekkende.

De registratie van het strenge geloofsleven, de manier waarop ideeën, normen en waarden en vooral ook gevoelens worden overgebracht op een nieuwe en beïnvloedbare generatie, is knap gedaan. Benauwend en neerslachtig, inperkend en schuldindicerend. Een stoomwals die elke nieuwe plant onmiddellijk in de kiem smoort.

Het spel is overwegend sterk. De jonge Lea van Acken levert fantanstisch werk als de ontvankelijke en idealistische Maria, en Franziska Weisz (ook al erg goed in Hotel en Hundstage) speelt een moeder die je af en toe met graagte in een afgrond mietert. De rest van de cast is acceptabel, hoewel de vader wat vlak blijft, de preister een houten indruk maakt en enkele medescholieren van Maria beter niet meteen hun krantenwijk aan de wilgen kunnen hangen.

25558-default-katalog_2014_horizons_kreuzweg_wf-1

De vormkant is sterk. Het idee om de film op te bouwen rond de 14 kruiswegstaties (die overigens nu eens wél en dan weer niet corresponderen met het verhaal) onderstreept de thematiek en het feit dat de camera grotendeels niet beweegt en vooral tableaux vivants laat zien lijkt een gimmick maar werkt voor mij verassend goed.

Na afloop had ik trouwens een discussie met Jan of de regisseur de beweging niet had moeten beperken tot de allerlaatste craneshot; nu beweegt hij namelijk ook al twee keer van te voren en dat zou niet consequent zijn. Kan ik inkomen, maar ik had er niet zo veel last van. In alle gevallen onderstreept de beweging de handeling.

Er zijn veel mooie scenes. De openingsbijeenkomst met priester en vormelingen is overtuigend benauwend en enkele scenes met de moeder zouden goed bruikbaar zijn om het principe van passieve agressie duidelijk te maken: de tocht in de auto bijvoorbeeld of de maaltijd.

Kreuzweg-64th-Berlin-Film-Festival

Maar dan toch ook de bezwaren.

Kreuzweg is wel heel duidelijk een pamflet. Het idee dat geloof – nou ja, deze vorm van geloof dan – vooral inperkt wordt niet al te subtiel voor het voetlicht gehaald maar met onverholen geweld in je gezicht geplet. Dat is aangenaam voor mensen die toch al van mening waren dat religie niet deugt, maar het is tegelijkertijd ook karikaturaal en simplistisch. Daardoor gaat een deel van de terechte kritiek verloren en zijn karakters vaak platter dan nodig. Eerder een wachttorenfolder dan een gebalanceerde roman.

Kreuzweg-1

Dat heeft ook te maken met het feit dat sommige problemen niet enkel veroorzaakt worden door een streng geloofssysteem maar daarnaast nadrukkelijk ook – en soms misschien wel voorál – door  persoonlijkheids- en karakterstoornissen van de personages. Dat vertroebelt  de visie en roept kip-en-ei vragen op.

Ik schreef eerder over de registratie van het strenge geloofsleven, maar in Kreuzweg is eigenlijk meer sprake van een interpretatie en sterker: een veroordeling. Tot op zekere hoogte zijn natuurlijk alle kritische beschouwingen veroordelingen, en daar is ook niets mis mee, maar voor een genuanceerd beeld zou een wat minder ideologische, meer beschouwende en analyserende aanpak sterker en geloofwaardiger hebben gewerkt.

The Grand Budapest Hotel (Wes Anderson, 2014)

The-Grand-Budapest-Hotel-WeLiveFilm-Review-Poster

Beoordeling: 8

Natuurlijk zijn er altijd wel thema’s hinein te interpretieren maar het lijkt er toch sterk op dat de films van Wes Anderson nagenoeg volledig uit vorm bestaan. Is dat een probleem? Integendeel: een genot.

The Grand Budapest Hotel vertelt het verhaal van de legendarische conciërge Gustave H. (Ralph Fiennes) en diens vriend Zero (Tony Revolori). Al na vijf minuten wordt de werkelijkheid in de kelder opgesloten en starten talloze gecompliceerde verwikkelingen die er welbeschouwd nooit echt toe doen. Ze zijn enkel bedoel om een in zichzelf gesloten wereld te creëren en die wereld is een bezoek meer dan waard.

item3.rendition.slideshowWideVertical.grand-budapest-hotel-set-04-hotel-lobby

De wereld van Wes Anderson is bijzonder en origineel. Natuurlijk zijn er raakvlakken met de werkelijkheid (disfunctionele families, menselijke interactie, uitzonderlijke karaktertrekken) maar wat vooral opvalt is een strakke en inventieve stilering. Of het nu gaat om ouder werk als The Darjeeling Unlimited en The life Aquatic, om een recentere film als The Fantastic Mister Fox of zijn voorlaatste prent: The Moonrise Kingdom: telkens weer kijk je je ogen uit.

Dat geldt voor The Grand Budapest Hotel misschien wel in de overtreffende trap. Prachtig gestileerde decors, fris geverfde muren, opulente kostuums en strak gepleisterde gezichten wedijveren om de aandacht van de kijker. Het ene moment kijk je naar een poppenhuis, het andere wandel je door een geschilderd landschap en daarna geniet je van de prachtige lounge in een obsessief-compulsief schoongehouden hotel. De kleuren, de details, de inventiviteit: je blijft genieten als je van dit soort dingen houdt. En ik lust er wel pap van.

Budapest-Hotel-Sets-Domaine2

De karakters en de avonturen die zij beleven zijn van hetzelfde laken een pak. Meer dan mensen van vlees en bloed waar je een emotionele band mee krijgt zijn het typetjes en decorstukken, die vooral dienen om de in zichzelf gesloten wereld van beweging te voorzien. Echt betrokken raak je er niet bij, maar amusant zijn ze wel. Of ik moet het anders zeggen, want anders klinkt het denigrerender dan ik het bedoel: ze passen precies bij de visuele stilistiek en ze versterken en accentueren die.

Het is alsof je kijkt naar zo’n grote automaat die vroeger in warenhuizen stonden, waar je een muntje in kon stoppen zodat een orkest met aapjes begon te spelen. Oók zo’n in zichzelf gesloten wereld, maar hoe sprookjesachtig en wat kon je daar bij wegdromen. Soms lijkt het door de uitgekiende en aanstekelijke humor ook wel op de slapstick uit de zwijgende cinema. Andere keren waan je je in een onbestaanbare sprookjeswereld die vertrouwd en tegelijkertijd vreemd is. Magisch.

item5.rendition.slideshowWideHorizontal.grand-budapest-hotel-set-06-hotel-dining-room

Het heeft – naast de visuele en inhoudelijke elementen – ook veel te maken met de structuur die Anderson kiest. In veel van zijn films gaat het om het vertellen van verhalen, maar hier al helemaal. Nog voordat de film begint weet je al dat het scenario geschreven is door Anderson, die zich echter baseert op de verhalen van Stefan Zweig. Dan zie je in de eerste en de laatste scene hoe een meisje een boek leest met als titel: The Grand Budapest Hotel. Dat boek is van een schrijver die ooit te gast is geweest in het hotel. Die schrijver krijgt het eigenlijke verhaal te horen van één van de hoofdpersonages. Verhaal in verhaal in verhaal in verhaal.

Om het nog leuker te maken spelen in de films zoveel belangrijke acteurs mee dat ze bij elkaar 17 oscarnominaties in de wacht hebben gesleept. Het is bijna een quiz om ze allemaal te herkennen en ze spelen stuk voor stuk aangenaam schmierend. Ik kan het niet anders zeggen: een feest.

The-Grand-Budapest-Hotel-Poster-slice-1024x723

De discussie die ik achteraf met Jan had ging over het feit dat er door de kunstmatigheid een soort afstand ontstaat en geen echte emotionele binding mogelijk is. Voor Jan was dat reden om een 6,5 te overwegen. Veel vakmanschap, knap, maar het raakt niet echt en wat moet je ermee? Ik kan me daar wel iets bij voorstellen.

Maar ik ervaar het anders. Anderson maakt geen naturalistische verhalen met personages waar je je mee kunt identificeren. Hij sluit veel meer aan bij de traditie van het ludieke absurdisme en creëert fantastische, sprookjesachtige visuele werelden waar je graag in wilt verdwalen. Dat doet hij wat mij betreft goed. Erg goed.

Nebraska (Alexander Payne, 2013)

o0720112312790389456

Beoordeling: 9

Af en toe komt er een film langs waar maar moeilijk over te schrijven valt. Omdat bijna niet te vertellen is waarom hij zo goed is. Alexander Payne maakte al eerder de prachtige The Descendants maar doet er met zijn nieuwe film nog een schepje boven op.

De afstandelijke en beginnend dementerende Woody Grant (Bruce Dern) denkt naar aanleiding van een advertentiebrief dat hij een miljoen heeft gewonnen. Omdat hij telkens van huis wegloopt  en te voet naar Nebraska wil gaan om zijn geld op te halen besluit zijn zoon David (Will Forte) hem te brengen. Ze stranden echter in het geboortedorp van de vader waar zijn verhaal voetstoots wordt geloofd. Dat levert even hilarische als melancholisch onder de huid kruipende momenten op.

1121_will-forte-e1385054289560

Nebraska is een ronduit fantastische film. Er zijn zo veel elementen om van te genieten en zo weinig om over te zeuren dat deze recensie eigenlijk volstrekt overbodig is. Stop dan ook nu met lezen en ga kijken.

Niet? Nou vooruit dan.

De grootste kracht is de verstilde vertelstijl. Of verstild: eigenlijk meer tussen de regels door. Bijna elke scene lijkt klein en intiem maar in werkelijkheid schuilt achter ieder beeld, elke onuitgesproken zin en iedere dialoog een wereld van verhalen die nergens worden uitgewerkt maar zich nestelen in de belevingswereld van de kijker en daar een eigen leven gaan leiden.

Kleine, soms komische en soms aandoenlijke scenes mogen als voorbeeld dienen: de discussie in de keuken over de vraag wat het verschil precies is tussen aanranding en verkrachting, de poëtische scene op het kantoortje van de locale krant waar de zoon voor het eerst hoort over het liefdesleven van zijn vader, het ijzersterke moment dat de vader zijn ouderlijke huis bezoekt en tussen neus en lippen door zegt: wie zal me nu nog slaan? Steeds weer momenten waarop je als kijker weet: het grootste gedeelte van de ijsberg ligt onder water.

nebraska28

Dan is er de heerlijke melancholie. Payne heeft daar een patent op, want ook zijn eerdere film The Descendants (een van de hoogtepunten uit 2012) was daar al van doordrenkt. Zo’n zoete, deels warme maar deels zwaar treurige laag die over alle verhaalelementen hangt en sterk bepaalt hoe je de film beleeft. Als ik zou moeten zeggen hoe hij het doet: pfff. Geen idee. Maar dat het werkt: absoluut.

Misschien is het de warme berusting van de zoon. En eigenlijk ook het feit dat de relatief harde houding van de dorpsgemeenschap regelmatig verzacht wordt door kleine observaties (de man die al dertig jaar voor zijn huis op een tuinstoel naar de weg kijkt bijvoorbeeld) en relativerende no-nonsense humor. Zo’n moment dat de moeder haar jurk voor het graf optrekt en tegen haar overleden dorpsgenoot roept: kijk maar eens wat je gemist hebt: onbetaalbaar.

Of een warme mogelijkheid tot begrip en acceptatie? Omdat je ondanks alle afstand en onbegrip toch van mensen gaat houden. Misschien begrijp je niet helemaal waarom ze zijn zoals ze zijn maar je voelt het wel aan en het is goed zoals het is. Niet meer over zeuren.

nebraska18

Ook technisch valt er veel te genieten. De keuze om de film in zwart-wit te draaien is zeer geslaagd. De thematiek mag dan enigszins herinneren aan David Lynch’ vreemde eend in de bijt “The Straight Story”, maar de fotografie maakt Nebraska toch bleker en treuriger. Dat verhoogt de sfeer en onderstreept de thematiek van contact dat verloren is gegaan.

De acteerprestaties zijn om door een ringetje te halen. Ik heb genoten van Will Forte als de wat mislukte maar warme zoon, van June Squib als de miskende en regelmatig tierende moeder maar vooral van de in zichzelf opgesloten, eigenwijze en non-communicatieve Bruce Dern die de rol van zijn leven speelt. Jack Nicholson, Gene Hackman en Robert Duvall stonden al klaar voor de rol maar ik ben erg blij dat Payne met Dern in zee is gegaan. Zijn werk maakt het karakter van Woody onvergetelijk.

e08eec16-8c3a-11e3-8ff0-0025b511229e

En dan is er nog de geweldige score van Marc Orton, de stille montage van Kevin Tent en de volledig in het verhaal oplossende kostuums van Wendy Chuck. Maar goed: je zou de hele lijst van medewerkers kunnen aflopen en waarschijnlijk niemand vinden die niet een zinnige en effectieve bijdragen aan de film heeft geleverd.

Ik hou er over op. Nebraska is een juweeltje.

The Selfish Giant (Clio Barnard, 2013)

qr00uUR

Beoordeling: 8,5

Sommige films slepen je mee en veranderen de chemie in je hersenen. Bij de aftiteling ben je even een ander mens dan toen je begon te kijken. The sefish Giant is zo’n film.

Arbor en Swifty zijn twee dertienjarige vrienden die het hoofd boven water proberen te houden in de verpauperde regionen van working-class Engeland. Als zij door onhandelbaar gedrag van school worden getrapt vinden ze werk bij een locale schroothandelaar die het met de regels niet zo nauw neemt. Ondanks kleine momenten van hoop trekken donkere wolken zich steeds nadrukkelijker boven hen samen.the-selfish-giant-photo-agatha-a-lst121345

Eigenlijk voel je vanaf het begin dat het nooit goed af kan lopen. De manier waarop regisseuze Clio Barnard kundig en sfeervol het Engelse landschap portretteert laat geen andere mogelijkheid open. Poetische maar neerslachtige stille beelden van koeltorens, regen en mist, paarden in de verte, weggetrokken kleuren: het grijpt je naar de keel. Als een benauwende deken ligt het landschap om de hoofdpersonages heen zonder een enkele mogelijkheid tot ontsnapping. Dat het zou gaan om een sprookje van Oscar Wilde is al na vijf minuten van geen enkel belang.

En dan is er ook nog de terugkeer van het kitchen-sink realisme. Nooit echt weggeweest misschien, want je ziet dit soort films druppelsgewijs wel langskomen, maar deze grijpt wel bijzonder knap terug naar de hoogtijdagen van Ken Loach en vooral diens meesterwerk Kes. Dezelfde aangrijpende mix van sombere sociale dreiging en onbedwingbare menselijke hoop. Dezelfde toon, hetzelfde aangrijpende humanisme, dezelfde onontkoombaarheid. En toch geen kopie want er zijn daarnaast ook beelden van een betoverende maar sombere schoonheid.

theselfishgiant

Om van die twee jongen nog maar te zwijgen. Connor Chapman en Shaun Thomas worden praktisch van de straat geplukt en moeten personages spelen die het exacte tegendeel van hun eigen karakters zijn. Ze slagen daar ongelooflijk goed in. Nergens, maar dan ook werkelijk nergens denk je over hen als acteurs. Ze zuigen je mee in het verhaal en komen in iedere actie, in elke beweging en in elke gezichtsuitdrukking volstrekt natuurlijk over.

maxresdefault

Ik had nog nooit van Clio Barnard gehoord. Blijkt dat een regisseuze te zijn die met haar vorige film,  “The Arbor”, volgens de kritieken al een zeer originele en aangrijpende film te hebben neergezet die op een nieuwe manier heen en weer laveert tussen documentaire en drama. In interviews komt ze naar voren als een intelligente en sociaal betrokken vrouw met sterke en vernieuwende ideeën. Ik wil absoluut meer van haar zien.

De film is over de hele linie sterk maar bereikt wat mij betreft een adembenemend hoogtepunt in de goed uitgewerkte – totaal niet overspeelde – climax en nog meer in de nasleep. Daarin gebruikt Barnard eigenlijk alleen maar lang uitgetrokken montages zonder tekst of muziek. De hopeloosheid die daardoor tastbaar wordt is al moeilijk te dragen maar de daaropvolgende catharsis als de moeder van Swifty de ontroostbare Arbor tenslotte in de armen sluit is meer dan ik kon hebben.

The selfish giant

Redenen om de film goed te vinden. De sfeer, de voortdurende dreiging, de indrukwekkende beelden, maar vooral het aangrijpende verhaal van een vriendschap tegen alle hopeloosheid in en het geweldige spel van de twee jongens. Gaan zien.

All is lost (J.C. Chandler, 2013)

002-cuando-todo-esta-perdido-estados-unidos

Beoordeling: 8

Slechts één acteur, geen dialoog en enkel de open zee als decor. Wat een absolute tour de force om daar iets knaps van te maken. J.C. Chandler doet het. En hoe!

Robert Redford speelt een naamloze man die eenzaam over de Indische Oceaan zeilt en na een aanvaring met een zwervende container ontdekt dat zijn radio en besturingsapparatuur niet meer werken. Terwijl zijn schip heel langzaam zinkt gaat hij een onmenselijke zware strijd aan met de elementen en zichzelf.

all-is-lost-1

All is lost is een bijzondere film. Alleen al omdat er weinig vergelijkbaars bestaat. Ja, The Old man and the sea misschien, maar dan nog. Alles wat zich eerder afspeelde op zee was gekaderd binnen een vertelling met meerdere personages, een narratief begin en interrelationele dynamiek en dialogen. Niets van dit alles hier.

Het verhaal, als je het zo al mag noemen, is eigenlijk meer een uitgestrekte gebeurtenis. Afgezien van een wat poëtische monoloog (de voice over van het hoofdpersonage leest een brief voor die ergens aan het einde van de film wordt geschreven) is er geen context. De man die daarna in beeld verschijnt hééft wel een geschiedenis, maar wij kennen die niet. En eigenlijk doet dat er niet toe: het gaat enkel en alleen om wat er vanaf dat moment gebeurt.

Cinematografisch moet het een enorme uitdaging zijn geweest. Filmen op zee is notoir moeilijk vanwege de sterk wisselende en moeilijk in de hand te houden omstandigheden en de beperkte beschikbare ruimte. Maar ook daarnaast: hoe hou je het zonder dialoog en contact met anderen boeiend? Hoe zorg je ervoor dat de kijker niet afhaakt en het verhaal wil blijven volgen?

1369665470_lost5

Chandler pakt dat ongelooflijk slim aan. Hij begint rustig maar wel meteen met een probleemsituatie (de zwerfcontainer die het zeilschip heeft beschadigd) en stapelt vervolgens volkomen geloofwaardig de ene calamiteit op de andere. Niet meteen met bombast en spektakel maar groeiend in dreiging en onafwendbaar als een wassende storm. Je voelt voortdurend dat het nú al wel hopeloos is maar toch allemaal nog veel erger wordt.

Uiteraard kan niet iedereen zo’n solitaire rol dragen. Redford doet dat met glans. Ik las in de Volkskrant dat hij zijn rol niet zozeer invult door te acteren maar door gewoonweg te bestaan binnen de situatie. Ik vind dat een fantastische beschrijving. Stilzwijgend, getekend door leeftijd (hij is 77 inmiddels) maar volkomen op zijn plaats neemt hij je mee en in de vertelling en binnen vijf minuten zie je niet meer de acteur Redford maar iemand aan wie je makkelijk je doodzieke kind zou toevertrouwen. Een gave!

Lost4

De film is absoluut edge of your seat spannend maar een nog groter pluspunt is de allegorische duidingsmogelijkheid. Door het ontbreken van context, het personage zonder naam en achtergrond en de soms bijna religieuze soundtrack van Alexander Ebert (zijn slotlied “Amen” is wat mij betreft het nieuwe Halleluja) schreeuwt All is Lost om metaforische duiding. Om nog maar te zwijgen van het volstrekt ambigue einde.

Gewoon een ongelooflijk sterke vertelling over een eenzame zeiler en zijn strijd tegen de elementen? Of toch een zinnebeeld van de moderne mens die worstelt met het leven en zichzelf en zijn sterfelijkheid in de ogen moet kijken? In het reine moet zien te komen met tegenslag, lijden, moed, hopeloosheid? Het kan allemaal.

kinopoisk.ru

Op IMDB kun je lezen hoe de maritieme elementen van de film kijkers met zeilervaring kunnen afstoten. Er blijken dingen niet te kloppen met dubbele of enkele lijnen, met wel of niet opgestoken zeilen en met allerlei veiligheidsvoorschriften. Dat zal allemaal best, maar wat mij betreft: dikke vette droogworst.

Wat een rijke film.

The secret life of Walter Mitty (Ben Stiller, 2013)

The_Secret_Life_of_Walter_Mitty_1274874

Beoordeling: 5,5

De oude met Danny Kaye was ook geen meesterwerk maar die had tenminste nog iets aandoenlijks. En hij leek thematisch wat hechter. Deze nieuwe valt zwaar tegen.

Walter Mitty (Ben Stiller) is een dagdromer die zijn leven in de kelders van Life-magazine langzaam laat leeglopen als een bad zonder stop. Dat verandert allemaal als hij verliefd wordt op een collega. Of nee, als hij door zijn nieuwe baas gepest wordt. Of nee, als hij tot de conclusie komt dat er nu echt iets moet veranderen door “Major Tom” van David Bowie. En dan springt hij uit een helicopter in een wilde zee, scateboardt naar een werkende vulkaan en beklimt de volledige Himalaya.

the-secret-life-of-walter-mitty

Oude films hebben dat: ze mogen onbeschaamd simpel en belachelijk sentimenteel zijn zonder dat je ze meteen van tafel veegt. Tóen was dat nu eenmaal zo. En bovendien: wie was je nu helemaal toen je die prenten voor het eerst zag? Een heel ander set van criteria was nog van kracht. Dat waren nog eens tijden.

Bij nieuwe films wordt dat lastiger. Vooral in combinatie met de ogen van de kijker die je na 50 jaar bent geworden. Enerzijds moet het allemaal spectaculairder, beter, groter, en anderzijds natuurlijk ook graag psychologisch strak en narratief verantwoord.

WManqQL-1024x576

De Walter Mitty uit 1947 was dromerig en rustig. Gezapig tegenover de nieuwe versie. Maar hij hád wat. Of in ieder geval herinner ik hem me zo graag, want het is al lang geleden dat ik hem zag. De held was herkenbaar teruggetrokken en een wereld van mogelijkheden hing tastbaar in de lucht.

De nieuwe is schreeuwerige en potsierlijk. Ik begrijp dat de fantasieën spectaculair moeten zijn, maar er is geen sprake van enige opbouw. Meteen na tien minuten begint de eerste en die komt volledig uit de lucht vallen. Dat geldt ook voor alle vervolgfantasieën. Ze zijn vreemd onspectaculair. Niet door de special effects: geen klagen daar, maar meer door de relatief korte duur, de weinig onderbouwde inzet en de focus op “spider-man” grandeur. Ze zeggen niets over het karakter of de voortgang van het verhaal, worden niet ingebed. Ach ik weet het ook niet: ze werken gewoonweg niet.

En dan is er – nog veel erger – het magere verhaal. Enerzijds baal ik van het psychologische inconsequentie: moet ik nu echt geloven dat iemand die zijn leven lang niks heeft ondernomen plotseling 180 graden omdraait en allerlei werkelijk spectaculaire stunts gaat uithalen? Waarom? Anderzijds irriteer ik me aan de simpele en sterk geromantiseerde uitwerking van het prachtige Life motto: to see the World, to find eachother and to feel. That is the motto of  Life. In de film worden dat vooral lege, opeengestapelde banale clishés. Voetballende Afghanen. Ha!

2013-07-30-secret_life_of_walter_mitty-e1375223868319

Treurig. Terwijl met zo’n verhaal over een dromer die de kracht vindt om zijn leven om te buigen volgens mij echt veel te doen zou zijn. En dat had gekúnd. De film bevat duidelijke aanwijzingen dat er sprake is van een getalenteerde crew.

Het camerawerk is bij tijd en wijle fantastisch (komt ook wel door de Noordelijke landschappen maar dan nog), de muziek is heerlijk en wordt goed gebruikt en in individuele scenes laat Stiller als regisseur zien dat hij weet wat timing is en dat hij atmosfeer en verhaalopbouw beheerst.

Het beste voorbeeld is de scene die begint in de IIslandse bar met de lokale karaokezanger (de mij onbekende maar absoluut geniale Olafur Darri Olafsson). Humor, krachtige verhaallijnen, perfecte timing. En vanaf het moment dat de denkbeeldige Cheryl (Kristen Wiig) Major Tom begint te zingen – wat een geweldig nummer is dat toch – start een filmische kinetiek die zeldzaam meeslepend samenwerkt met muziek en tempo. Ik zeg recht uit mijn hart: een fantastische scene.

the-secret-life-of-walter-mitty-movie-still-21

Ook andere elementen zijn om van te smullen. De opening credits plus een paar scenes met in het scherm geschreven woorden en de aftiteling: wauw! Wat een creativiteit en een krachtig toegepast vakmanschap. Zoiets bekijk je met plezier.

En zelfs de acteurs zijn niet slecht. Nou ja, Sean Penn is onuitstaanbaar (gelukkig maar kort in beeld) maar verder zie je weinig mensen slecht spelen. Kristen Wiig is sprankelend, Adrian Martinez ontroerend, Shirley MacClain good as always en Adam Scott een vreselijk arrogante baas. Zelfs Stiller weet zijn rol leuk weg te zetten.

inspiring-full-trailer-for-the-secret-life-of-walter-mitty-5

Des te bedroevender dat er niet meer uit de op zichzelf boeiende vertelling van James Thurber gehaald is. Een duidelijk geval van gemiste kansen.

The Wolf of Wall Street (Martin Scorsese. 2013)

thewolfofwallstreet_itunespre-sale_1400x2100

Beoordeling: 8

Martin Scorsese is mijn favoriete regisseur. Dat wil niet noodzakelijk zeggen dat ik ál zijn films geweldig vind maar de meeste eigenlijk wel. En laat ik het zo zeggen: The Wolf of Wall Street stelt beslist niet teleur.

Leonardo DiCaprio speelt effectenhandelaar Jordan Belfort in een waargebeurd rise-and-fall verhaal dat zich afspeelt binnen de wereld van het grote geld. Tussen enorme hoeveelheden drugs, hoeren en een stuk of wat dwergen kruipt de wolf van wall street op uit de middelmaat, stijgt tot ongekende financiële hoogten en belandt tenslotte in de gevangenis om daarna een succesvol motivational speaker te worden.

the-wolf-of-wall-street-official-extended-trailer-0

De grootste kwaliteit van de film is elk gebrek aan moreel oordeel. Scorsese laat – á la Goodfella’s – de wallstreetwereld van binnen uit zien en maakt je als kijker deelgenoot. Met veel humor, charmante monologen en compromisloze politiek incorrecte eerlijkheid trekt hij je een wereld binnen die je mogelijk veracht in je dagelijkse bestaan maar waar je toch de wilde en onstuimige aantrekkingskracht van voelt.

Ja, de personages zijn leeg en inhoudsloos en ze beschouwen anderen enkel als pionnen in een groot spel. Ja, leugen en bedrog vieren hoogtij. Ja, alle normen en waarden die de goegemeente hoog in het vaandel heeft staan liggen te grabbel. Maar hoe godsgruwelijk heerlijk is dat?

the-wolf-of-wall-street-trailer-movies-dwarf

Op het internet zijn vurige discussies te lezen over de verwerpelijkheid van die boodschap. Met veel vuur en de nodige zwaarden roepen moraalridders vragen op van het type:  mag je een dergelijk hedonisme wel zó celebreren? Heb je geen taak, geen verantwoordelijkheid? Moet je niet laten zien hoe zoiets altijd leidt tot ellende?

Dat gaat echter voorbij aan de grote kracht van Scorsese. Hij velt niet zozeer een oordeel maar is een chroniqueur van de Amerikaanse geschiedenis. Hij laat niet zien hoe het zou moeten zijn, maar hoe het is. Of eigenlijk ook nog niet eens hoe het is, want het zal allemaal ongetwijfeld veel genuanceerder in elkaar steken, maar hoe het vóelt. Dat gebeurde in zijn meesterwerken (Taxi Driver voorop voor mij, maar zeker ook Raging Bull en Goodfella’s) en dat gebeurt in The Wolf of Wall Street.

Niet met de pijn van eerdere films en dat is voor menigeen misschien een dealbreaker. Want waar de films uit de jaren 70 en 80 en zelfs latere werken als Age of Innocence, Gangs of New York of Shutter Island altijd wel schrijnende en pijnlijke momenten kenden – eenzaamheid, armoede, psychiatrische stoornissen – is The Wolf of Wall Street relatief probleemvrij. Dat wil zeggen: elke vorm van emotie lijkt nooit heel indringend of reëel, zelfs niet als echtelijke ruzies uitlopen op geweld of kinderen de speelbal zijn in machtsworstelingen.

Maar in mijn optiek ligt dat volstrekt in het verlengde van wat Scorsese thematisch wil laten zien. Zijn verhaal draait om mensen die geen hoger geweten hebben, geen empathie voelen en die nergens geraakt worden door menselijk leed. Zodra hij de consequenties daarvan zou laten zien, is hij geen observator of chroniqueur meer, maar een beoordelaar. In die zin beschouw ik de afwezigheid van schrijnende of pijnlijke elementen dan ook niet zozeer als een gemis maar juist als een kracht.

122613MovieReview1

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de techniek. Misschien mag je van iemand als Scorsese verwachten dat hij de grammatica van zijn medium beheerst, maar dan nog. Net als al zijn andere films is ook deze prent opnieuw een snoeptrommel vol filmisch vakmanschap waar je makkelijk een analysecursus mee zou kunnen vullen. Ik noem wat voorbeelden.

Het gebruik van de voice over in combinatie met DiCaprio die in de camera kijkt: fantastisch. Hoewel het je eigenlijk uit het verhaal zou moeten halen (kijk, een filmische truck) hengelt het je juist naar binnen. Door charmant en relativerend precies te verwoorden wat je zelf al dacht: “he, je snapt er natuurlijk helemaal niets van, maar dat is niet erg, hier gaat het om…”. Plus het past zo perfect bij het karakter – de narcistische behoefte om alles uit te leggen en glad te praten – en bij de infomercials dat het rechtstreeks onderdeel wordt van de thematiek.

fff68299-758b-4b7d-ae5a-4862e7774f6f-screen-shot-2013-06-16-at-11-52-57-pm

De geweldige decors, de aankleding, het camerawerk, de prachtige kostuums. Zoals in The Great Gatsby maar dan in een góed verteld verhaal. Alles is op z’n plek, elk los onderdeel staat in functie van het grotere geheel: een opulent spektakel met een obsessief-compulsieve hang naar detail. En dan toch nog met de nodige humor, zoals in de reclamespot voor de jacht.

Het gebruik van muziek en geluid. Wie ooit Raging Bull heeft bestudeerd op deze elementen weet dat Scorses hier excelleert. Als voorbeeld kan de scene gelden waarin DiCaprio een wilde speech houdt voor alle medewerkers van zijn kantoor, waarna het geluid volledig wegvalt, de camera een lange rijder inzet en muziek het ritme van de bewegende massa langzaam maar trefzeker invult: meesterschap.

En natuurlijk wordt er uitstekend gespeeld. Wie nog steeds volhoudt dat DiCaprio niet kan acteren maakt zich al langer belachelijk maar vindt hier voldoende bewijsmateriaal voor het tegendeel. Wie gewoonweg zijn gezicht niet verdraagt heeft voldoende compensatie in Jonah Hill, Rob Reiner, Mathew MConaughy (kort maar geweldig), John Favreau, Joanna Lumley en zeker ook in Margot Robbie die aanvankelijk vooral bedoeld lijkt als eyecandy maar die per strekkende minuut groet als actrice.

The-Wolf-of-Wall-Street-2

Er valt nog meer te zeggen over de techniek maar dit is geen analyse. De reden waarom de film goed is ligt niet (louter en alleen) in het feit dat hij bestaat uit een verzameling geslaagde technieken – hoe knap verder ook. Het gaat er om dat daarnaast het verhaal goed wordt verteld, zo goed dat het ook iemand die totaal niet geïnteresseerd is in de wereld van wallstreet drie uur lang in een ijzeren greep weet te houden.

Zo goed dat het discussie oproept. Dat het zonder te oordelen iets zegt over de Amerikaanse geschiedenis. Over de wereld waarin wij leven. En in laatste instantie ook over onszelf.

En voor de liefhebbers nog een interview met de échte Jordan Belfort die veel vertelt over wat “echt”gebeurd is en over zijn visie op het leven.