Starred Up (David Mackenzie, 2014)

StarredUp2013

Beoordeling: 8,5

Kun je in een uiterst gewelddadige film toch tot tranen toe geroerd worden? Als het goed gedaan wordt wel ja. En Starred Up krijgt het voor elkaar.

Eric Love (Jack O’Connol) is een Engelse 19-jarige jeugdige delinquent die van een jeugddetentiecentrum upstarred naar een gevangenis voor volwassenen. Daar ontmoet hij zijn vader. Door muren van geweld en onmacht proberen de twee nader tot elkaar te komen.

725936

Starred up is een indrukwekkende film. Dat valt te lezen op de kritieken op de poster en ik deel die mening volledig. Rauw, intens, compromisloos en psychologisch verantwoord sleept het verhaal je mee, houd je in een ijzeren greep en laat je niet meer los tot de fantastische slotbeelden van de stilvallende draaideur.

Technisch is er veel voor de film te zeggen. De ongepolijste beelden combineren uitstekend met de knappe, weinig geësthetiseerde wijze waarop het decor wordt gebruikt. De montage is vlot en doet af en toe bijna aan commerciële actiefilms denken maar wordt afgewisseld met vervreemdend rustige en geluidloze beelden die contemplatief aandoen. Het geluid is krachtig en de afwezigheid van muziek werkt even verstillend als realistisch.

starred-up-bg-4

De eerste vijftien minuten mogen als voorbeeld gelden. Zonder al te veel betekenisvolle dialoog zien we hoe de jonge Eric wordt geïnterneerd in een nieuwe gevangenis. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat hij de procedures kent en weet hoe hij in een harde omgeving moet overleven. Spanning is nooit ver weg en bij de eerste geweldsexplosie (even hard als nonchalant) ben je als kijker helemaal opgenomen in de vertelling en weet je dat dit een moeizaam traject gaat worden.

Pas dán zet regisseur David Mackenzie (nooit van gehoord en toch al vijf films gemaakt, waaronder Hallam Foe) het verhaal van de zoon en de vader in de steigers. Geholpen door de twee fantastische acteurs (Jack O’Connol als de zoon en Ben Mendelsohn als de vader) weet hij geloofwaardig te laten zien hoe beide karakters onder hun harde schil eigenlijk erg veel om elkaar geven en proberen door alle beperkingen heen te werken met wat hen gegeven is. Zonder een zweem van sentiment levert dat op het einde adembenemend ontroerende momenten op. Misschien heeft het er ook wel mee te maken dat ik zelf vader ben. Maar dan nog.

6377_2

Tussen de bedrijven door is er ook nog het verhaal van de anger-management therapiegroep, waar Eric tegen wil en dank aan deel neemt. Welbeschouwd zou dat het sterkste stuk van de film moeten zijn, want het scenario van Jonathan Asser is gebaseerd op diens ervaringen als vrijwillig therapeut in de gevangenis van Wandsorth. Vreemd genoeg vind ik dat echter het zwakste stuk.

Of laat ik het zo zeggen: de sessies zijn leuk (soms ronduit hilarisch) en de therapeut (Rupert Feind) speelt goed en zet een boeiend personage neer, maar vanuit een hulpverlenersperspectief komt niet alles even geloofwaardig over. Zowel het verloop van de sessies, de stellingname en overbetrokkenheid van de therapeut (plus de in de kern voorstelbare maar toch wat schematisch neergezette verhouding tussen leiding en gevangenen) lijken regelmatig eerder in dienst te staan van identificatie en spanningsopbouw dan van realisme.

unnamed-2

Maar dat is een niet meer dan een klein bezwaar. Een detail. Want op de keeper beschouwd vind ik Starred Up een van de beste films – tot nu toe – van 2014.

Noah (Darren Aronofsky, 2014)

Noah_poster-620x918

Beoordeling: 6

De verhalen uit het oude testament: prachtig. Darren Aronofsky: wauw. Crow en Connoly: mogen er allebei zijn. Plus een complete en computergegenereerde zondvloed: dat zou toch wat mogen opleveren. Nou, ja en nee.

Noah bouwt – samen met zijn gezin en wat stenen monsters uit the neverending story -een grote boot omdat God de mensheid vrijwel volledig van de aarde zal vegen. De praktische problemen worden door een verzameling wonderen opgelost maar dan zijn er natuurlijk ook nog innerlijke worstelingen, kannibalen en een turbulente gezinsdynamiek. De term biblical proportions was nog nooit zo van toepassing.

NUH-BU1

Ik wist niet precies wat ik ervan moest denken. Dol op de verhalen uit het oude testament en overtuigd van de talenten van veel betrokkenen had ik de recensies gelezen en die waren slecht noch goed: veel dat de moeite waard was maar ook dingen waar je van zegt: mwoah. Voor zover recensie al iets zeggen natuurlijk. Maar ik had er in ieder geval wel zin in.

En aan de ene kant viel het ook helemaal niet tegen. Misschien nog wel het meest door drie dingen: Aronofsky, de thematieken en de visuele verbeelding. Laat ik met die drie punten beginnen.

noah-2014-movie

Aronofsky. De man van Pi en Requiem for a dream. Geweldige films, bijzondere regisseur. Of moet ik zeggen van het verstoorde gedrag? Autisme, schizofrenie, verslaving, isolement, angst, er is bijna geen film te noemen waarin de personages niet lijden. En dat doet Noah ook. Het is een complex personage dat voortdurend worstelt met zichzelf en de wereld en af en toe nadrukkelijk afglijdt in donkere schaduwen. Prima dus.

De thematieken. Misschien nog wel het grootste pluspunt. Vaak word je als kijker losgetrokken uit het onmiddellijke verhaal en uitgenodigd na te denken over grote onderwerpen. Plicht, geloof, woede, humaniteit, overlevingsdrang, de manier waarop mensen om gaan met elkaar en met de wereld om zich heen. En minder dan je in een dergelijke film zou verwachten wordt je gedwongen te oordelen: in plaats daarvan mag je contempleren en eerder bij de vraag blijven dan bij het antwoord. Prachtig.

De visuele verbeelding. Meer dan aan vroege werken als Pi of Requiem leunt Noah aan tegen de beeldtaal van The Fountain. Mooie, poëtische sfeerbeelden, indrukwekkende timelapses, een opmerkelijke parallel tussen het scheppingsverhaal en de evolutietheorie (geweldig!) en ronduit adembenemende landschappen in Ijsland. Plus natuurlijk de spierballen van de special effects, die hier behoorlijk sterk zijn.

fotonoticia_20140404161003_800

Maar dan is er die andere kant. Laten we zeggen het verhaal. Niet, Noah is beslist geen eo-vertelling met een wereldvreemde witte baard, kamperen op zee en dan een duifje met een olijftak en een regenboog. Integendeel: harder, kouder, woester, zwarter. Maar het verhaal slaagt er desondanks niet in echt goed van de grond te komen. Soms is het acceptabel maar geregeld ontspoort het in betekenisloze tot ronduit belachelijke taferelen die je de tenen doen samenknijpen. Of in clichémomenten die zelfs potentieel aangrijpende situaties de spreekwoordelijke das om doen.

Is dat het scenario? Zou eigenlijk niet mogen, zeker niet als je nagaat dat Aronofsky er bijna 16 jaar aan heeft gewerkt maar ik vrees toch het ergste. Nog eens; de thematieken komen echt wel door, maar dan slaat zo’n slappe scene je vervolgens weer helemaal lam. Jammer en teleurstellend.

20131226_0010

Misschien zijn het dit keer ook de acteurs. Crowe en Connoly zijn allebei goede acteurs maar hier overtuigen ze toch niet echt. Vaak lijken ze er maar wat bij te lopen en op intensieve momenten slagen ze er nauwelijks in de essentie van de emotie over te brengen. De rest van de cast is zo mogelijk nog flauwer. Ray Winstone als Tubal-Caine is een uitzondering (hij heeft er als schurk en ongenode gast op de ark ook wel de rol voor) maar hij redt het ensemble niet.

Veel moois dus en zeker geen film om bij voorbaat van tafel te vegen. Maar ook een paar aandachtspunten die er niet om liegen. Voorlopig ben ik teleurgesteld. Over een jaar kijk ik nog eens. Misschien daalt de geest ondertussen over mij en zie ik het licht.

The Grand Budapest Hotel (Wes Anderson, 2014)

The-Grand-Budapest-Hotel-WeLiveFilm-Review-Poster

Beoordeling: 8

Natuurlijk zijn er altijd wel thema’s hinein te interpretieren maar het lijkt er toch sterk op dat de films van Wes Anderson nagenoeg volledig uit vorm bestaan. Is dat een probleem? Integendeel: een genot.

The Grand Budapest Hotel vertelt het verhaal van de legendarische conciërge Gustave H. (Ralph Fiennes) en diens vriend Zero (Tony Revolori). Al na vijf minuten wordt de werkelijkheid in de kelder opgesloten en starten talloze gecompliceerde verwikkelingen die er welbeschouwd nooit echt toe doen. Ze zijn enkel bedoel om een in zichzelf gesloten wereld te creëren en die wereld is een bezoek meer dan waard.

item3.rendition.slideshowWideVertical.grand-budapest-hotel-set-04-hotel-lobby

De wereld van Wes Anderson is bijzonder en origineel. Natuurlijk zijn er raakvlakken met de werkelijkheid (disfunctionele families, menselijke interactie, uitzonderlijke karaktertrekken) maar wat vooral opvalt is een strakke en inventieve stilering. Of het nu gaat om ouder werk als The Darjeeling Unlimited en The life Aquatic, om een recentere film als The Fantastic Mister Fox of zijn voorlaatste prent: The Moonrise Kingdom: telkens weer kijk je je ogen uit.

Dat geldt voor The Grand Budapest Hotel misschien wel in de overtreffende trap. Prachtig gestileerde decors, fris geverfde muren, opulente kostuums en strak gepleisterde gezichten wedijveren om de aandacht van de kijker. Het ene moment kijk je naar een poppenhuis, het andere wandel je door een geschilderd landschap en daarna geniet je van de prachtige lounge in een obsessief-compulsief schoongehouden hotel. De kleuren, de details, de inventiviteit: je blijft genieten als je van dit soort dingen houdt. En ik lust er wel pap van.

Budapest-Hotel-Sets-Domaine2

De karakters en de avonturen die zij beleven zijn van hetzelfde laken een pak. Meer dan mensen van vlees en bloed waar je een emotionele band mee krijgt zijn het typetjes en decorstukken, die vooral dienen om de in zichzelf gesloten wereld van beweging te voorzien. Echt betrokken raak je er niet bij, maar amusant zijn ze wel. Of ik moet het anders zeggen, want anders klinkt het denigrerender dan ik het bedoel: ze passen precies bij de visuele stilistiek en ze versterken en accentueren die.

Het is alsof je kijkt naar zo’n grote automaat die vroeger in warenhuizen stonden, waar je een muntje in kon stoppen zodat een orkest met aapjes begon te spelen. Oók zo’n in zichzelf gesloten wereld, maar hoe sprookjesachtig en wat kon je daar bij wegdromen. Soms lijkt het door de uitgekiende en aanstekelijke humor ook wel op de slapstick uit de zwijgende cinema. Andere keren waan je je in een onbestaanbare sprookjeswereld die vertrouwd en tegelijkertijd vreemd is. Magisch.

item5.rendition.slideshowWideHorizontal.grand-budapest-hotel-set-06-hotel-dining-room

Het heeft – naast de visuele en inhoudelijke elementen – ook veel te maken met de structuur die Anderson kiest. In veel van zijn films gaat het om het vertellen van verhalen, maar hier al helemaal. Nog voordat de film begint weet je al dat het scenario geschreven is door Anderson, die zich echter baseert op de verhalen van Stefan Zweig. Dan zie je in de eerste en de laatste scene hoe een meisje een boek leest met als titel: The Grand Budapest Hotel. Dat boek is van een schrijver die ooit te gast is geweest in het hotel. Die schrijver krijgt het eigenlijke verhaal te horen van één van de hoofdpersonages. Verhaal in verhaal in verhaal in verhaal.

Om het nog leuker te maken spelen in de films zoveel belangrijke acteurs mee dat ze bij elkaar 17 oscarnominaties in de wacht hebben gesleept. Het is bijna een quiz om ze allemaal te herkennen en ze spelen stuk voor stuk aangenaam schmierend. Ik kan het niet anders zeggen: een feest.

The-Grand-Budapest-Hotel-Poster-slice-1024x723

De discussie die ik achteraf met Jan had ging over het feit dat er door de kunstmatigheid een soort afstand ontstaat en geen echte emotionele binding mogelijk is. Voor Jan was dat reden om een 6,5 te overwegen. Veel vakmanschap, knap, maar het raakt niet echt en wat moet je ermee? Ik kan me daar wel iets bij voorstellen.

Maar ik ervaar het anders. Anderson maakt geen naturalistische verhalen met personages waar je je mee kunt identificeren. Hij sluit veel meer aan bij de traditie van het ludieke absurdisme en creëert fantastische, sprookjesachtige visuele werelden waar je graag in wilt verdwalen. Dat doet hij wat mij betreft goed. Erg goed.

Her (Spike Jonze, 2013)

CONT_Artwork.indd

Beoordeling: 8

Echte originaliteit: waar vind je dat nog tegenwoordig? Spike Jonze is dan geen slechte keuze. Being John Malkovitch was verbijsterend en de vele videoclips hebben ook altijd wel wat. Where the wild things are vond ik dan weer een stuk minder. Maar her is voor mij een schot in de roos.

Joaquin Phoenix speelt Theodore, een schrijver die ergens in de nabije toekomst een relatie ontwikkelt met een sprekend softwareprogramma. Dat klinkt onwaarschijnlijk maar het wordt in de loop van het verhaal volkomen geloofwaardig. Daarenboven zijn er prachtige verstilde momenten en mooie bespiegelingen over menselijke relaties.

HER

Het is de toon van de film. Rustig en kabbelend, of nee, stil als een Japanse tuin. Daardoor weet je meteen: hier gaan we niet de overdreven dramatische tour op. Geen neurosen zoals bij Woody Allen of emotionele as-II achtbanen zoals bij Bergman, maar rustige, sympathieke personages, die vooral op zoek zijn naar wat aandacht en menselijke nabijheid.

Dat het hoofdpersonage die hier juist vindt tijdens gesprekken met een computerprogramma lijkt aanvankelijk een kritische beschouwing over de nadelen van moderne relaties (afstand, egoisme, eenzaamheid, onrealistische eisen) maar verandert snel in een ontroerende romance en vervolgens in een filosofische bespiegeling over hoe mensen met elkaar om gaan. Ook hier is de toon zacht: nergens veroordelend, nooit pamflettistisch.

Her-Joaquin-Phoenix1

Dat komt door het slimme verhaal, waarin Theodore een schrijver is van “maatbrieven” voor mensen die zelf niet goed kunnen uitdrukken wat ze willen zeggen. Met een aantal gegevens schrijft hij voor klanten een ontroerende persoonlijke brief die altijd de juiste toon treft. Dit geeft Jonze de ruimte om tussen de regels door veel te zeggen over menselijke relaties. Dat wordt vervolgens alleen maar versterkt door de introductie van het softwareprogramma Samantaha als tweede hoofdpersonage.

Het komt ook door de mooie muziek, de rustige decors maar waarschijnlijk meer dan al het andere door het fantastische spel van Phoenix. Onvoorstelbaar dat die man de slechte keizer in Gladiator en de volstrekt verloren zoeker in The Master was. Hij speelt het karakter van Theodore met grote terughoudendheid: je voelt zijn eenzaamheid en weet tegelijkertijd dat het éigenlijk een hele aardige en intelligente jongen is.

HER

En last but not least door de geweldige stem van – ik zal toch door de knieën moeten, want als actrice mag ik haar niet echt – Scarlett Johansson. Zonder één enkele keer fysiek in beeld te verschijnen weet zij het karakter van het softwareprogramma, of eigenlijk moet ik hier zeggen: van Samantha, volstrekt geloofwaardig van vlees en bloed te voorzien en binnen de kortste keren heb je ook als kijker het idee dat Theodore niet meer met een programma spreekt maar met zijn echte geliefde.

Oh ja, en door de rol van Amy Adams. En de humor hier en daar. En de rustige montage. En, en, en.

Her is een originele film met een bizar uitgangspunt maar een warme, bijna spirituele lading. Hij blijft bij mij lang in het hoofd rondzingen.

The Monuments Men (George Cloony, 2014)

The-Monuments-Men-UK-Quad-Poster-1024x768

Beoordeling: 5

Vroeger keek ik er graag naar: films die van de oorlog een spel maken. De strategische zetten van The Longest Day, de heroiek van The great escape of de humor van Kelly’s heroes, allemaal goed te verteren. Maar tegenwoordig lijken ze wat verouderd. Nog steeds niets mis mee, maar dan moeten ze wel goed gemaakt worden. En juist daar laat The Monuments Men de nodige steken vallen.

Frank Stokes voert een onwaarschijnlijk maar historisch peloton van kunstminnende soldaten aan. Onder vaak hachelijke omstandigheden proberen zij kunstschatten uit de hele wereld te redden uit de handen van de Duitsers om ze terug te geven aan hun rechtmatige eigenaars.

52deaf7d010f3.image

Het basisidee is leuk, het gaat uit van historische feiten en stelt belangwekkende sociale en culturele thema’s aan de orde: wat is er gebeurd met grote kunstschatten, wie zijn de eigenaars en wat is de rol van kunst binnen grote politieke ontwikkelingen. Daarnaast maakt de film gebruik van een groot aantal vakmensen, zowel voor als achter de schermen. Je zou dan ook denken dat daar iets moois van te maken moet zijn.

Het ligt niet aan de techniek. Het camerawerk is geweldig, de montage prima en de historische aankleding wat mij betreft uitermate bevredigend. Daarnaast is het hoofdthema een van de leukste van de laatste jaren: bij de eindtitels fluit je het moeiteloos en geamuseerd mee. De score van Alexander Desplatt mag er ook op andere fronten zonder meer zijn: ik druk hier nog eens mijn bewondering voor deze componist uit: wat een vakman!

the-monuments-men-sortira-au-mois-de-mars

Bij de acteurs begint de schoen al meer te wringen. Grote namen die het vak echt wel verstaan laten het dit keer beschamend afweten. Ze brengen weinig diepte in de karakters en meer dan een lachje hier en een beginnend gevoel van sympathie daar weten ze nergens op te wekken. Vreemd. Want het ensemble mag er echt wel zijn en ik moet me toch sterk vergissen of hier was veel meer uit te halen geweest.

En dan is er nog het werkelijke probleem: het scenario. Er is geen plek voor rapport, de clichés stapelen zich op en zelfs intensieve scenes, zoals de dood van een teamlid of de ontdekking van kunstschatten, werken bedacht en ongeïnspireerd. Het einde waarin de vader van George Cloony zijn zoon op oude leeftijd speelt is zelfs ronduit genant.

Monuments-Men11

Ik wil niets afdoen aan de intenties van Cloony als regisseur. Hij liet de premiere uitstellen om effecten te verbeteren, zodat de film niet meer mee kon doen aan de oscaruitreikingen van dit jaar. Een tegendraadse zet. Daarnaast heeft hij in het verleden al laten zien dat hij ook in de regiestoel prima uit de voeten kan.

Maar met The Monuments Men levert hij geen goede film af. Dat is jammer. De boodschap verdient beter.

Old boy (Spike Lee, 2013)

kinopoisk.ruBeoordeling: 5

Wat moet je met remakes? Als ze te veel lijken op het origineel zijn ze overbodig, als ze er te veel van afwijken stellen ze teleur. Misschien als een regisseur van formaat het eens probeert? Nou, nee.

Joe Doucet (Josh Brolin) is een dronken klootzak die van het ene op het andere moment wordt opgesloten in een hotelkamer en pas 20 jaar later weer naar buiten mag. Dan begint een complexe en gewelddadige zoektocht naar de reden achter dit wrede mysterie.

josh-brolin-per-oldboy

Old Boy van Chan Wook Park uit 2003 was (en blijft) een bijzondere film met cultstatus. De half poëtische maar daarnaast ook extreem gewelddadige verkenning over Wraak was geplaatst binnen een typisch oosterse (Koreaanse) context en had behalve een uiterst origineel basisconcept – ja, gebaseerd op een manga-strip – behoorlijk wat bizarre en hermetische elementen (mieren uit de huid en in de metro, hypnose, het eten van een levende octopus, een zelfmoordenaar met een hondje op zijn arm). Het verhaal was sterk maar ik denk dat met name die vervreemdende elementen zorgden voor de impact.

Dat is bij Spike Lee helemaal verdwenen. Het verhaal blijft weliswaar op de hoofdlijnen gelijk maar de surrealistische momenten zijn weggehaald en de Amerikaanse versie kiest voor een doorzichtiger verhaal. Meer expositie van het hoofdpersonage en de achtergrondgeschiedenis, Amerikaanse locaties en een verzoenend einde. Je zou vanuit verteltechnisch perspectief zeggen: meer helderheid en dat is eigenlijk ook wel zo, maar het werkt juist contra-productief.

Oldboy-di-Spike-Lee-14

Old boy van Lee is makkelijker te volgend dan het origineel van Park, maar hij maakt nergens een connectie en hij blijft niet hangen. De versterking van het achtergrondverhaal bestaat vooral uit makkelijke clichés en daardoor verdwijnt elk mysterie. Wat overblijft is een zwaar fronsend hoofdpersonage dat met vuur en passie tegenstanders neermaait tot hij uiteindelijk bij zijn kidnapper aanbelandt en een onaangename waarheid onder ogen moet zien. Geen poezie meer, geen wanhoop of onbegrip, geen diepere overpeinzingen over wat wraak betekent.

Daar komt bij dat Lee in soms erg zwakke keuzes maakt. Met name als het gaat om de invulling van specifieke karakters. Brolin doet het niet onaardig (hoewel hij bij lange na de gekwelde waanzin van Min-Sik Choi laat zien) en Elisabeth Olsen is waarschijnlijk de sterkste troef in de film maar de uitwerking van de andere karakters is slecht. Zowel Samuel Jackson als de anders zo voortreffelijke Sharlton Copley zijn niet meer dan simplistische stripfiguren die elke vorm van werkelijke betrokkenheid in de weg staan.

Oldboy-movie-guide-932x525

Goed, het camerawerk is uitstekend, er zit genoeg vaart in de film (hij was oorspronkelijk 40 minuten langer maar de studio greep in) en sommige acteurs zijn niet slecht. Maar erg veel verder kom ik niet. Het verhaal is uiteraard niet meer origineel, Lee heeft er weinig nieuws mee gedaan en de paar veranderingen die wel zijn doorgevoerd werken niet of doen zelfs afbreuk. Daarnaast is alle poezie verdwenen en heeft de film niets vreemds of eigens meer.

Teleurstellend en overbodig.

American Hustle (David O. Russel, 2013)

american-hustle-poster

Beoordeling: 6

Er zit echt wel het een en ander aan leuks in de film hoor en ik begrijp waarom vooral de acteurs zo in de watten worden gelegd door de oscarbazen, maar verder heb ik weinig met American Hustle. Het is gewoon niet mijn film.

De oplichters Irving (Christian Bale) en Sidney (Amy Adams) werken gedwongen samen met de ambitieuze fbi-man Richie DiMaso (Bradley Cooper). Op steeds ingewikkeldere wijze proberen zij een aantal powerbrokers, de maffia en elkaar naar de mallemoer te bedriegen. And some of this actually happened.

Christian Bale;Amy Adams;Bradley Cooper

Ik heb het niet op films over oplichterij. Ja, The Sting, die vond ik leuk. Maar als het aankomt op studenten die casino’s oplichten (21), goochelaars die miljoenen verduisteren (Now you see me) of een jonge onverlaat die mensen doet geloven dat hij piloot, advocaat of arts is (Catch me if you can), haak ik af. Het thema spreekt me gewoon niet aan. Maverick, White men can’t jump, Bowfinger, Jackie Brown, Matchstick men, Intolerable cruelty, Tin men, the grafters? Voor mij hoeft het niet.

Dat kleurt mijn beleving van American Hustle natuurlijk sterk. Slechte uitgangspositie: zo’n  film kan het eigenlijk al niet meer goed doen. En toch zie ik nog wel wat lichtjes.

Of eerst maar een enorme schijwerper. Wat mij betreft mag de kostuumontwerper van deze film – Michael Wilkinson – een Oscar krijgen. Plus een lifetime –achievement award en een standbeeld. Wat zeg ik: als er een nieuwe satelliet de ruimte in wordt gestuurd dan mogen stills uit deze film mee. Van de kostuums van de vrouwen dan. Echt waar: zo herinner ik me de jaren zeventig en tachtig persoonlijk bepaald niet  maar je hoort mij niet klagen. Dikke vette hulde en schetterende loftrompetten.

american_hustle_lawrence_adams_costumes

Daarnaast zijn de acteerprestaties erg goed. De vier hoofdrolspelers weten duidelijk wat ze doen en ze brengen hun karakters met verve tot leven. Psychologisch gezien is Amy Adams het meest interessant maar wat spel betreft steekt de kale en ongegeneerd rondbuikige Bale (wie zou ooit denken dat dit Batman is) haar naar de kroon. En ook Lawrence en Cooper mogen er zijn. Plus: leuk om De Niro even te zien opduiken.

Technisch gezien is verder alles in orde. Alleen al het loopje van drie hoofdpersonages tijdens de titelrol op “Dirty work” van Steely Dan gooit hoge ogen, maar ook de rest is sterk afgewerkt. Decors, montage, muziek: aan alles is te zien dat hier geen amateurs aan het werk zijn.

amy-adams-american-hustle-movie-photos_4

Maar dan is daar toch dat oplichtersverhaal. Voor mij, eerlijk: saaie drab. En ook als ik het los van mijn eigen voorkeuren probeer te bekijken – voor zover dat ooit echt mogelijk is – word ik er niet echt vrolijk van. Het eerste uur is af en toe moeilijk te volgen (wie is wie, wat is precies de bedoeling?) en het scenario neemt te veel tijd om echt op gang te komen. Na de scene met het feest en het eerste optreden van de Niro gaat het wel beter, maar om nou te zeggen dat ik van de stoel word geveegd: neuh.

Nou ja, die feestscene is wel van voor tot achter erg goed in elkaar gezet. De introductie ziet er  mooi uit, de rivaliteit tussen Adams en Lawrence leidt tot een zeer levendige dynamiek en de fake sheik die op zijn kennis van het Arabisch wordt getest is erg leuk.

Amy Adams;Jennifer Lawrence

Maar één goede scene maakt nog geen goede film. Ook niet als verder alles technisch in orde is. Het zou allemaal wat vlotter mogen. Meer rode draad, wat diepgang hier en daar en vooral een flinke extra stoot spanning.

En een ander thema.

Nebraska (Alexander Payne, 2013)

o0720112312790389456

Beoordeling: 9

Af en toe komt er een film langs waar maar moeilijk over te schrijven valt. Omdat bijna niet te vertellen is waarom hij zo goed is. Alexander Payne maakte al eerder de prachtige The Descendants maar doet er met zijn nieuwe film nog een schepje boven op.

De afstandelijke en beginnend dementerende Woody Grant (Bruce Dern) denkt naar aanleiding van een advertentiebrief dat hij een miljoen heeft gewonnen. Omdat hij telkens van huis wegloopt  en te voet naar Nebraska wil gaan om zijn geld op te halen besluit zijn zoon David (Will Forte) hem te brengen. Ze stranden echter in het geboortedorp van de vader waar zijn verhaal voetstoots wordt geloofd. Dat levert even hilarische als melancholisch onder de huid kruipende momenten op.

1121_will-forte-e1385054289560

Nebraska is een ronduit fantastische film. Er zijn zo veel elementen om van te genieten en zo weinig om over te zeuren dat deze recensie eigenlijk volstrekt overbodig is. Stop dan ook nu met lezen en ga kijken.

Niet? Nou vooruit dan.

De grootste kracht is de verstilde vertelstijl. Of verstild: eigenlijk meer tussen de regels door. Bijna elke scene lijkt klein en intiem maar in werkelijkheid schuilt achter ieder beeld, elke onuitgesproken zin en iedere dialoog een wereld van verhalen die nergens worden uitgewerkt maar zich nestelen in de belevingswereld van de kijker en daar een eigen leven gaan leiden.

Kleine, soms komische en soms aandoenlijke scenes mogen als voorbeeld dienen: de discussie in de keuken over de vraag wat het verschil precies is tussen aanranding en verkrachting, de poëtische scene op het kantoortje van de locale krant waar de zoon voor het eerst hoort over het liefdesleven van zijn vader, het ijzersterke moment dat de vader zijn ouderlijke huis bezoekt en tussen neus en lippen door zegt: wie zal me nu nog slaan? Steeds weer momenten waarop je als kijker weet: het grootste gedeelte van de ijsberg ligt onder water.

nebraska28

Dan is er de heerlijke melancholie. Payne heeft daar een patent op, want ook zijn eerdere film The Descendants (een van de hoogtepunten uit 2012) was daar al van doordrenkt. Zo’n zoete, deels warme maar deels zwaar treurige laag die over alle verhaalelementen hangt en sterk bepaalt hoe je de film beleeft. Als ik zou moeten zeggen hoe hij het doet: pfff. Geen idee. Maar dat het werkt: absoluut.

Misschien is het de warme berusting van de zoon. En eigenlijk ook het feit dat de relatief harde houding van de dorpsgemeenschap regelmatig verzacht wordt door kleine observaties (de man die al dertig jaar voor zijn huis op een tuinstoel naar de weg kijkt bijvoorbeeld) en relativerende no-nonsense humor. Zo’n moment dat de moeder haar jurk voor het graf optrekt en tegen haar overleden dorpsgenoot roept: kijk maar eens wat je gemist hebt: onbetaalbaar.

Of een warme mogelijkheid tot begrip en acceptatie? Omdat je ondanks alle afstand en onbegrip toch van mensen gaat houden. Misschien begrijp je niet helemaal waarom ze zijn zoals ze zijn maar je voelt het wel aan en het is goed zoals het is. Niet meer over zeuren.

nebraska18

Ook technisch valt er veel te genieten. De keuze om de film in zwart-wit te draaien is zeer geslaagd. De thematiek mag dan enigszins herinneren aan David Lynch’ vreemde eend in de bijt “The Straight Story”, maar de fotografie maakt Nebraska toch bleker en treuriger. Dat verhoogt de sfeer en onderstreept de thematiek van contact dat verloren is gegaan.

De acteerprestaties zijn om door een ringetje te halen. Ik heb genoten van Will Forte als de wat mislukte maar warme zoon, van June Squib als de miskende en regelmatig tierende moeder maar vooral van de in zichzelf opgesloten, eigenwijze en non-communicatieve Bruce Dern die de rol van zijn leven speelt. Jack Nicholson, Gene Hackman en Robert Duvall stonden al klaar voor de rol maar ik ben erg blij dat Payne met Dern in zee is gegaan. Zijn werk maakt het karakter van Woody onvergetelijk.

e08eec16-8c3a-11e3-8ff0-0025b511229e

En dan is er nog de geweldige score van Marc Orton, de stille montage van Kevin Tent en de volledig in het verhaal oplossende kostuums van Wendy Chuck. Maar goed: je zou de hele lijst van medewerkers kunnen aflopen en waarschijnlijk niemand vinden die niet een zinnige en effectieve bijdragen aan de film heeft geleverd.

Ik hou er over op. Nebraska is een juweeltje.

12 years a slave (Steve McQueen, 2013)

12-years-a-slave-quad

Beoordeling: 8,5

Steve McQueen – de regisseur – is een bijzondere man. Begonnen als experimenteel videokunstenaar toonde hij met zijn eerste twee lange films (Hunger en Shame) al aan veel talent te bezitten. 12 Years a slave is een nieuwe medaille op zijn uniform.

Gebaseerd op een waargebeurd verhaal (en het naar aanleiding daarvan geschreven autobiografische boek uit 1853) vertelt 12 years a slave het verbijsterende verhaal van Solomon Northup (Chiwetel Ejiofor). Hij wordt als vrije inwoner van New York gekidnapt en verkocht door zuidelijke slavenhandelaars en moet vervolgens twaalf jaar werken op een katoenplantage. Daarbij strijdt hij om zijn leven maar ook om zijn identiteit.

12 Years a Slave film

Ik zeg het maar meteen: wat mij aan deze film het meest bijblijft is niet in de eerste plaats iets filmisch. Ja, begrijp me niet verkeerd, het is een prachtige film die cinematografisch echt het een en ander te bieden heeft, daar wil ik zo meteen ook graag uitgebreid op in gaan, maar wat me echt onder de huid kroop is de onwrikbare en uitermate akelige kracht van cognitieve schema’s.

Het onwankelbare geloof dat mensen hebben in de vanzelfsprekendheid, de logica en de rechtvaardigheid van hun eigen denkbeelden. Plus de consequenties die dat heeft voor hun gedrag. Natuurlijk weet je zoiets, common knowledge zullen we zeggen, maar toch lijkt dergelijke kennis in het dagdagelijkse leven een sluimerend bestaan te leiden. Gelukkig komt er af en toe een boek of een film langs, misschien wel een gebeurtenis, die het allemaal weer scherp stelt. 12 years a slave is zo’n film.

original52612261

Hij slaagt daarin veel beter dan de thematisch gelijksoortige The Butler. Waar die laatste het ene historische feit op het ander stapelt en bijna een eeuw ongelijkwaardigheid de revu laat passeren volgt 12 years a slave één persoon en laat hem nergens los. Goed, het gaat nog steeds om twaalf jaar, maar de intensiteit van dat ene leven en misschien ook wel de geografische gevangenis van die éne plantage (ja, twee, maar goed), die beperking in ieder geval, maakt alles wat gebeurt veel tastbaarder en reeler. Om niet te zeggen benauwender en akeliger.

Maar daarnaast weet McQueen ook erg goed zijn verhaal te vertellen. Van het geaffecteerde begin in het oude New York via de ontstellende praktijken van de slavenhandelaars en vervolgens de mensonterende gebeurtenissen op de plantages houdt hij de kijker in een ijzeren greep. Ik las ergens in een recensie dat de film “relentless” werd genoemd. Dat treft de spijker op z’n kop: hij laat nooit los. Telkens als je denkt dat er even rust is gebeurt er weer iets nieuws.

12-years-slave

Aankleding, decors, geluid, fotografie en muziek zijn allemaal van hoge kwaliteit. McQueen heeft inmiddels een vast team om zich heen verzameld en dat betaalt zich ongetwijfeld uit in de samenwerking. De film wekt voortdurend een reële en tijdsgetrouwe indruk. Hier denk je nooit dat karakters soms wel erg modern reageren maar aan de andere kant heb je ook niet het idee naar een belegen kostuumdrama te kijken.

Het verhaal wordt relatief rechttoe-rechtaan verteld, maar de introductie is poetisch en non-lineair genoeg om de experimentele wortels van McQueen te verraden. Af en toe zijn er technieken en scenes die dat onderstrepen maar het is duidelijk dat hier het verhaal centraal staat.

Aparte aandacht moet besteed worden aan de cast. Niemand speelt slecht. Er zijn wat grote namen in kleinere rollen, zoals Benedict Cumberbatch en Brad Pitt maar de sterren van de film zijn toch Michael Fassbender, die als pragmatische plantage-eigenaar mag laten zien wat hij kan, en vooral Chiwetel Ejiofor in de hoofdrol. Hij maakt met zijn vertolking grote indruk en ik zou me makkelijk kunnen voorstellen dat hij een Oscar in de wacht sleept.

12_years_a_slave_60082354_st_1_s-high(1)

12 years a slave is een indrukwekkende en belangrijke film. Omdat hij niet alleen handelt over het onrecht van de slavernij maar ook over het feit dat zoiets niet noodzakelijk ontstaat uit “het kwade in de mens”, wat het makkelijk identificeerbaar zou maken en mogelijk ook uitroeibaar,  maar uit iets veel onheilspellenders. Uit de psychologische en sociologische eigenschap om persoonlijke gedachten en die van de eigen groep als juist te zien.

En op de valreep bedenk ik nóg een reden waarom de film beter is dan The Butler. In die laatste film is er sprake van een soort catharsis, waarbij we als mensheid trots kunnen constateren dat we inmiddels geëvolueerd zijn tot een soort dat een zwarte president kiest. Dat ligt lekker op één oor. Bij 12 years a slave ontbreekt die slaappil.

Dallas Buyers Club (Jean Marc Vallee, 2013)

dallas_buyers_club_ver4_xlrg

Beoordeling: 8

Het begin van elk nieuw jaar markeert voor de filmindustrie de traditionele distributie van oscarfilms. Minder effecten, sociaal getinte thema’s, meer humanisme en vooral veel sterke acteurs. Ziedaar: Dallas Buyers Club.

Matthew McConaughy speelt – based on real events – Ron Woodroof: Redneck, homofoob, husselaar en allround asshole. In het midden van de jaren tachtig loopt hij door drugsgebruik en onveilige neukpartijenen aids op en belandt eerst in de medische machine om vervolgens de strijd aan te binden met de Food and Drug Adminstration. Van illegaal dealer transformeert hij in het boegbeeld van de strijd tegen geindustrialiseerde medicatie.

DallasBuyersClub-Scene04

Woodroof past in het rijtje van sociaal geëngageerde helden dat het altijd wel goed doet in links georiënteerde, politiek-correcte films: Norma Rae, The Insider, Rosa Luxemburg, Erin Brockovich. Het idealistische individu dat strijd voor vrijheid en gelijkwaardigheid meestal tegen een groot en boos instituut. Je weet dat het absoluut goed is maar vraagt je ook regelmatig af: neigt het niet soms naar simplistische propaganda. EN: wie zijn dat soort strijders? Automatisch as-II-er? Julian Assange anyone?

Hier zou dat ook best kunnen maar regisseur Valléé en hoofdrolspeler McConaughy doen wel erg hun best om de weerstand van de kijker zo klein mogelijk te houden. En ik moet zeggen: dat lukt hen erg goed.

dallas_buyers_club_60082352_st_4_s-high

In de eerste plaats speelt McConaughy Woodruff geniaal goed. Hij maakt hem aanvankelijk onuitstaanbaar irritant en of hij nu op werkelijkheid berust of niet: hij voelt volkomen écht. Vanaf het moment dat hij in beeld is zie je geen acteur maar een karakter. Misschien doordat 25 kilo voor de rol kwijtraakte (het voormalige sekssymbool is volledig verdwenen) maar zeker ook door hoe hij speelt: met een passie en inlevingsvermogen dat je op deze manier zelden ziet.

hero_DallasBuyersClub-2013-1

In de tweede plaats weet Vallee de sfeer van de jaren tachtig extreem realistisch te treffen. In decors en kleuren, maar ook in toon en sfeer. Niet eens door al die elementen recht in het gezicht van de kijker te gooien maar door hem er in onder te dompelen en dan langzaam te laten sudderen. Dat helpt enorm.

In de derde plaats weet de regisseur zijn verhaal te vertellen. Hij legt de nadruk aanvankelijk op het karakter van Woodroof en zijn persoonlijke onmacht, vervolgens op de voorzichtige verkenningen in de wereld van de aids en de homocultuur in het zuiden van de Verenigde Staten, dán op de ontluikende vriendschap met de travestiet Rayon (geniale rol van Jared Leto) en pas daarna op de strijd met de medische wereld. Tegen die tijd zit je helemaal in de karakters en ga je volledig met de stroom van het verhaal mee.

AMF_7277 (341 of 376).NEF

Maar zelfs dán weet de film voortdurend realistisch over te komen. Er zijn geen compromissen. De karakters van Woodroof en Rayon worden allebei beslist niet sympathieker gemaakt dan nodig en er zijn ook nog wel vriendelijke dokters in de wereld van de ziekenhuizen, maar boven alles is er een groot gevoel van: niemand weet precies wat er gebeurt, we doen eigenlijk maar wat. Juist dat idee zorgt voor een grote mate van realisme en dat is in een film als deze erg belangrijk.

Een belangrijk thema, een fraai gestileerde realistische uitwerking en goed verteld verhaal en acteurs om je vingers bij af te likken. Wat kun je nog meer wensen?