The Maze Runner (Wess Ball, 2014)

the-maze-runner-poster-teaser

Beoordeling: 5

Die in-betweenagerfilms met horror- en sciencefictionthema’s zijn hot, dat snap ik. Maar moet het nou echt allemaal zo simplistisch? Blijkbaar wel.

Thomas (Dylan Ó Brien) wordt zonder herinneringen wakker in een kleine wildernis met veel mannelijke tieners er in en enorme muren er omheen. Achter de muren ligt een immens en steeds veranderend labyrinth. Behalve zijn geheugen moet hij ook zijn identiteit zien te vinden en natuurlijk de raadsels achter het doolhof oplossen. Dat lukt deels wel en deels ook niet.

The_Maze_Runner_13734231234328

Een mooi uitgangspunt, absoluut. Het spel als sociale metafoor met ook nog de transitie naar volwassenheid als kers op de slagroom. En er is ook wel wat mee te doen, getuige de indringende Battle Royal van Kinji Fukusawa. Zelfs de wat afgevlakte Amerikaanse varianten als de eerste Hunger Games (de tweede stelde dan toch erg teleur) of Divergent hebben hun merites, maar langzamerhand is de verassing er af en begint de muffe lucht van sleur en herkenning zich te verspreiden. The Giver had dat al, maar The Maze Runner tops them all.

Niet door de vormgeving. De decors zijn fantastisch en de wereld van het labyrinth is technisch knap en voorstelbaar verbeeld. Ook de special effects mogen er zijn: met name de spinachtige Grievers doen het prima. Dan zijn er ook nog twee of drie aardige en vlot getimede actie-scenes maar daarmee is echt wel elk positief element benoemd.

TMR-Frame3HR

En dan begint de ellende: het verhaal is werkelijk zo slap dat je er niet eens homeopatische thee van zou kunnen trekken. Regisseur Wess Ball wilde Lord of the Flies koppelen aan Lost en hij had – let op – heel veel naar Terence Malick gekeken om de film die “mature and sophistocated” toon mee te geven. Waarschijnlijk heeft hij per ongeluk op de verkeerde knop van de afstandsbediening gedrukt en is hij terecht gekomen bij Nickelodeon. Easy mistake.

Ik weet ook niet precies wat het is. Natuurlijk mogen tieners hun eigen verhaaldynamiek hebben, maar waarom zo simplistisch en goedkoop? Er zitten scenes tussen – de dood van Chuck om maar iets te noemen – die zo slecht zijn dat je spontaan je vinger in je keel steekt. En ik weet wel dat ik zit te zeiken, maar manmanman, dat kan toch echt veel beter. Iets harder, iets minder middle of the road, een vleugje meer realisme. Het hoeft niet eens origineel te zijn.

skkf05c.velika

De kwaliteit van het acteerwerk helpt ook niet echt. Hoewel we te maken hebben met up and comming jonge sterren als Will Poulter en Thomas Brody-Sangster weet niemand de suikerzoete smaak van het script van hartige tonen te voorzien. Toegegeven: dat zou ook een moeilijke opgave zijn. Ik heb de boeken van John Dasher niet gelezen (ze zullen vast prima weglezen) maar het zijige, gladgepoetste  script smoort elke vonk van narratieve hoop onmiddellijk in de kiem.

Maar goed, op IMDB krijgt de film dan weer bijna een 8. Ik denk dat de fanclub gemobiliseerd is.

Advertisements

Deliver us from evil (Scott Derrickson, 2014)

deliver_us_from_evil2014

Beoordeling: 5,5

Echt waar: ik ben dol op horror. Maar het vinden van een echt sterke horrorfilm blijft lastig. Deliver us from evil is geen uitzondering.

De waargebeurde politieagent Ralph Sarchie (Eric Bana) onderzoekt samen met de wazige priester Mendoza (Edgar Ramirez) een aantal misdaden die steeds donkerder en geheimzinniger worden. Uiteindelijk blijkt er een demon in het spel te zijn maar gelukkig kan de priester exorceren alsof het de jaren zeventig is.

deliver-us-from-evil04

Inspired by actual accounts, dus ja dan weet je het eigenlijk wel. Maar goed, de trailer was heel aardig en wie zal het dit keer zeggen? Bovendien: de regisseur had eerder The exorcism of Emily Rose gemaakt én Sinister: geen hoogvliegers maar daar viel nog naar te kijken. Anderzijds: hij maakte ook Hellraiser: Inferno en (dat had de waarschuwingsvlag moeten zijn): The day the earth stood still. De Keanu Reeves versie. Ja, ik weet het.

Het begint ook nog allemaal niet zo onaardig. Veel sfeer met sterke echo’s van de regenachtige decors uit Seven, goede shockmomenten en genoeg onaangename smeerboel om hier en daar effectief te zijn. Plus: zolang het verhaal nog niet al te helder is en zich vooral richt op de horrorelementen, nou, prima te doen.

Eric Bana

Maar natuurlijk moet het hoofdpersonage een gekwelde held zijn met een donker verleden dat hem vervreemdt van zijn omgeving. En dat levert erg obligate, om niet te zeggen irritant simplistische Libellepsychologie op. Waarbij ik – als ik er goed over nadenk – de Libelle waarschijnlijk te kort doe.

Dat wreekt zich al vóór de pauze, maar daarna wordt het helemaal erg. Bovendien lijkt de regisseur (of de schrijver, wie zal het zeggen) plotseling een enorme behoefte te krijgen om uit te leggen hoe zo’n exorcisme precies verloopt. Dat levert in de climax een ronduit lachwekkende en volstrekt spanningsloze scene op, waarin de priester soms letterlijk aankondigt  in welke fase hij zit en wat er dadelijk gaat gebeuren. En inderdaad: dat gebeurt ook. Leuk voor een schoolboek: zo weet je wat je aan het leren bent, maar de dood in de pot voor een horrorthriller.

deliver-us-from-evil-trailer-1024x576

Over de zoete kiss-off zal ik maar helemaal zwijgen, want anders kan ik met goed fatsoen niet eens een 5,5 toekennen. En dat wil ik toch wel doen, want ja, het blijft natuurlijk horror. En de sfeer in het begin. En het camerawerk. En – bedenk ik net als heel groot pluspunt – dat Keanu Reeves er niet in zit.

Maps to the stars (David Cronenberg, 2014)

Maps-to-the-Stars-DE-Poster

Beoordeling: 8 Dat Hollywood als leefomgeving nou niet echt stabiliteit en geestelijke gezondheid genereert weten we uit talloze sterke en minder sterke anti-Hollywoodfilms. Moet dat nog eens opnieuw gezegd worden? Misschien niet echt, maar als Cronenberg het doet, ben ik graag bereid te luisteren.

Het is ondoenlijk de inhoud van Maps to the stars kort en zinvol samen te vatten. Ik noem wat namen: Benji (Evan Bird) is zo’n onuitstaanbaar kindsterretje dat net uit de detox komt. Zijn vader (John Cusak) – zelfgecentreerde auteur en therapeut – interesseert zich vooral voor zijn aanstaande tournee en behandelt ondertussen een ouder wordende actrice (Julianne Moore). Zijn zus (Mia Wasikowska)  keert na enkele jaren inrichting terug naar de schoot van het gezin en zijn moeder (Olivia Williams) probeert alles onder controle te houden, maar dat lukt niet echt. Als dat geen dysfunctionele familie is weet ik het ook niet. En dan heb ik nog niks gezegd over de aspirant acteur en taxichaffeur Robert Pattinson.

ob_0584b7_maps-to-the-stars-2

Het klinkt allemaal niet erg samenhangend als je het zo leest en gedurende de eerste 30 minuten bevestigen minstens vijf caleidoscopische vertellingen die schijnbaar willekeurig door elkaar lopen dat alleen maar. Daarna ontstaat echter toch een aanvankelijk nog moeilijk benoembare lijn die vervolgens uitgroeit tot een sterke visie over Hollywood in het bijzonder en modern leven in het algemeen.

Mij hielp het gedicht Liberté van Paul Eluard dat te pas en te onpas in de film wordt geciteerd (te vaak, maar ach). Daarin gaat het om de zoektocht naar vrijheid. Alle karakters in de film zijn er naar op zoek. In drugs, in geld, in seks maar toch vooral in bekendheid. Het gezicht op alle posters, de naam in alle hoofden, zoiets. Uiteraard tevergeefs, dat staat vast vanaf het begin, want alleen de dood biedt uitzicht.

download

En dan zijn er toch ook de typische Cronenberg-thema’s. Gelukkig, want ik ben een grote fan, vooral van het vroege werk. Lichamelijk verval, transformatie van het vlees, de familie als broeiplaats voor onzekerheid, onvermogen en geestelijke instabiliteit, hallucinaties en angstaanjagende visioenen. Veel meer dan het ondraaglijk saaie Cosmopolis grijpt de regisseur terug naar zijn origines, zonder overigens huiswaarts te keren naar de horror (jammer!). Dat maakt de film sterker. En het biedt houvast.

Plus een onheilspellende sfeer die herkenbaar is uit de films van Lynch. Akelig, bedrukkend, unheimish. Ik las ergens dat Maps to the stars kort omschreven zou kunnen worden als Mulholland Drive meets The Player. Dat is misschien wat erg “Hollywood” en het mag bovendien gelden als voorbeeld van éen van de zaken waar de film kritiek op uitoefent maar het treft toch ook wel weer toe.

www.indiewire

Alle acteurs spelen sterk. Tegen het hysterische aan soms, maar vreemd genoeg komt dat de thematiek en de overtuigingskracht van de film alleen maar ten goede. De volledige cast schittert maar Julianne Moore overtreft zichzelf in een behoorlijk dappere rol, waarin ze weinig flatteus een buitengewoon egocentrisch karakter neerzet. Respect. De scenes aan het zwembad en op het toilet zijn wat mij betreft nu al klassiek.

image-4505981

Hollywood op de hak, een genadeloze analyse van het moderne gezinsleven , een neerslachtige visie op het bestaan in het algemeen, vele inside-jokes en ook nog eens Carrie Fisher (voor wie de jaren niet echt vriendelijk zijn geweest). Je zou voor minder naar de bioscoop gaan.

Kreuzweg (Dietrich Bruggeman, 2014)

kreuzweg-poster

Beoordeling: 7

Films over religie hebben tegenwoordig snel een kritische toon. Dat past bij deze tijd maar het is ook makkelijk. Preken voor de eigen communie zullen we maar zeggen. Kreuzweg onttrekt zich niet aan deze tendens en toch maakt de film ook indruk.

De 14-jarige Maria groeit op in de fundamentalistisch-katholieke geloofsgemeenschap van Paulus en daarnaast in een verstikkend gezin. Zij neemt haar religieuze plichten serieus en hongert zichzelf uit om haar zieke broertje te redden.

Kreuzweg-2

Eerst maar het indrukwekkende.

De registratie van het strenge geloofsleven, de manier waarop ideeën, normen en waarden en vooral ook gevoelens worden overgebracht op een nieuwe en beïnvloedbare generatie, is knap gedaan. Benauwend en neerslachtig, inperkend en schuldindicerend. Een stoomwals die elke nieuwe plant onmiddellijk in de kiem smoort.

Het spel is overwegend sterk. De jonge Lea van Acken levert fantanstisch werk als de ontvankelijke en idealistische Maria, en Franziska Weisz (ook al erg goed in Hotel en Hundstage) speelt een moeder die je af en toe met graagte in een afgrond mietert. De rest van de cast is acceptabel, hoewel de vader wat vlak blijft, de preister een houten indruk maakt en enkele medescholieren van Maria beter niet meteen hun krantenwijk aan de wilgen kunnen hangen.

25558-default-katalog_2014_horizons_kreuzweg_wf-1

De vormkant is sterk. Het idee om de film op te bouwen rond de 14 kruiswegstaties (die overigens nu eens wél en dan weer niet corresponderen met het verhaal) onderstreept de thematiek en het feit dat de camera grotendeels niet beweegt en vooral tableaux vivants laat zien lijkt een gimmick maar werkt voor mij verassend goed.

Na afloop had ik trouwens een discussie met Jan of de regisseur de beweging niet had moeten beperken tot de allerlaatste craneshot; nu beweegt hij namelijk ook al twee keer van te voren en dat zou niet consequent zijn. Kan ik inkomen, maar ik had er niet zo veel last van. In alle gevallen onderstreept de beweging de handeling.

Er zijn veel mooie scenes. De openingsbijeenkomst met priester en vormelingen is overtuigend benauwend en enkele scenes met de moeder zouden goed bruikbaar zijn om het principe van passieve agressie duidelijk te maken: de tocht in de auto bijvoorbeeld of de maaltijd.

Kreuzweg-64th-Berlin-Film-Festival

Maar dan toch ook de bezwaren.

Kreuzweg is wel heel duidelijk een pamflet. Het idee dat geloof – nou ja, deze vorm van geloof dan – vooral inperkt wordt niet al te subtiel voor het voetlicht gehaald maar met onverholen geweld in je gezicht geplet. Dat is aangenaam voor mensen die toch al van mening waren dat religie niet deugt, maar het is tegelijkertijd ook karikaturaal en simplistisch. Daardoor gaat een deel van de terechte kritiek verloren en zijn karakters vaak platter dan nodig. Eerder een wachttorenfolder dan een gebalanceerde roman.

Kreuzweg-1

Dat heeft ook te maken met het feit dat sommige problemen niet enkel veroorzaakt worden door een streng geloofssysteem maar daarnaast nadrukkelijk ook – en soms misschien wel voorál – door  persoonlijkheids- en karakterstoornissen van de personages. Dat vertroebelt  de visie en roept kip-en-ei vragen op.

Ik schreef eerder over de registratie van het strenge geloofsleven, maar in Kreuzweg is eigenlijk meer sprake van een interpretatie en sterker: een veroordeling. Tot op zekere hoogte zijn natuurlijk alle kritische beschouwingen veroordelingen, en daar is ook niets mis mee, maar voor een genuanceerd beeld zou een wat minder ideologische, meer beschouwende en analyserende aanpak sterker en geloofwaardiger hebben gewerkt.

Starred Up (David Mackenzie, 2014)

StarredUp2013

Beoordeling: 8,5

Kun je in een uiterst gewelddadige film toch tot tranen toe geroerd worden? Als het goed gedaan wordt wel ja. En Starred Up krijgt het voor elkaar.

Eric Love (Jack O’Connol) is een Engelse 19-jarige jeugdige delinquent die van een jeugddetentiecentrum upstarred naar een gevangenis voor volwassenen. Daar ontmoet hij zijn vader. Door muren van geweld en onmacht proberen de twee nader tot elkaar te komen.

725936

Starred up is een indrukwekkende film. Dat valt te lezen op de kritieken op de poster en ik deel die mening volledig. Rauw, intens, compromisloos en psychologisch verantwoord sleept het verhaal je mee, houd je in een ijzeren greep en laat je niet meer los tot de fantastische slotbeelden van de stilvallende draaideur.

Technisch is er veel voor de film te zeggen. De ongepolijste beelden combineren uitstekend met de knappe, weinig geësthetiseerde wijze waarop het decor wordt gebruikt. De montage is vlot en doet af en toe bijna aan commerciële actiefilms denken maar wordt afgewisseld met vervreemdend rustige en geluidloze beelden die contemplatief aandoen. Het geluid is krachtig en de afwezigheid van muziek werkt even verstillend als realistisch.

starred-up-bg-4

De eerste vijftien minuten mogen als voorbeeld gelden. Zonder al te veel betekenisvolle dialoog zien we hoe de jonge Eric wordt geïnterneerd in een nieuwe gevangenis. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat hij de procedures kent en weet hoe hij in een harde omgeving moet overleven. Spanning is nooit ver weg en bij de eerste geweldsexplosie (even hard als nonchalant) ben je als kijker helemaal opgenomen in de vertelling en weet je dat dit een moeizaam traject gaat worden.

Pas dán zet regisseur David Mackenzie (nooit van gehoord en toch al vijf films gemaakt, waaronder Hallam Foe) het verhaal van de zoon en de vader in de steigers. Geholpen door de twee fantastische acteurs (Jack O’Connol als de zoon en Ben Mendelsohn als de vader) weet hij geloofwaardig te laten zien hoe beide karakters onder hun harde schil eigenlijk erg veel om elkaar geven en proberen door alle beperkingen heen te werken met wat hen gegeven is. Zonder een zweem van sentiment levert dat op het einde adembenemend ontroerende momenten op. Misschien heeft het er ook wel mee te maken dat ik zelf vader ben. Maar dan nog.

6377_2

Tussen de bedrijven door is er ook nog het verhaal van de anger-management therapiegroep, waar Eric tegen wil en dank aan deel neemt. Welbeschouwd zou dat het sterkste stuk van de film moeten zijn, want het scenario van Jonathan Asser is gebaseerd op diens ervaringen als vrijwillig therapeut in de gevangenis van Wandsorth. Vreemd genoeg vind ik dat echter het zwakste stuk.

Of laat ik het zo zeggen: de sessies zijn leuk (soms ronduit hilarisch) en de therapeut (Rupert Feind) speelt goed en zet een boeiend personage neer, maar vanuit een hulpverlenersperspectief komt niet alles even geloofwaardig over. Zowel het verloop van de sessies, de stellingname en overbetrokkenheid van de therapeut (plus de in de kern voorstelbare maar toch wat schematisch neergezette verhouding tussen leiding en gevangenen) lijken regelmatig eerder in dienst te staan van identificatie en spanningsopbouw dan van realisme.

unnamed-2

Maar dat is een niet meer dan een klein bezwaar. Een detail. Want op de keeper beschouwd vind ik Starred Up een van de beste films – tot nu toe – van 2014.

Oculus (Mike Flanagan, 2013)

oculus2014419092849

Beoordeling: 6

Sinds James Wan en wat Spaanse kwaliteitsfilms de horror uit het verdomhoekje hebben gehaald lijken er steeds meer “goede” enge films te verschijnen. Oculus wordt in ieder geval onder die noemer verkocht. Ik ben niet helemaal overtuigd.

Een vreemde spiegel lijkt de oorzaak te zijn van veel ellende in het leven van Kaylie en Tim Russel (Karen Gillan en Brenton Twaites). Als kinderen maken zij door dat object allerlei akelige dingen mee die er toe leiden dat Tim wordt opgenomen omdat hij zijn vader heeft vermoord. In het heden probeert zijn zus zijn onschuld te bewijzen. Dat gaat niet echt zonder slag of stoot.

Oculus-2

Net als The Conjuring of Insidious houdt Oculus zich verre van de formulehorror zoals we die kennen uit de Friday-, Halloween- en Texas Chainsaw-series (niet dat daar iets mis mee is, maar gewoon voor de plaatsbepaling). Toch is het recept inmiddels een formule op zichzelf aan het worden: sfeervolle donkere ruimtes; tijd voor karaktertekening; psychologische worstelingen, ondefinieerbare entiteiten en zenuwslopende shockmomenten. Min of meer verstandige horror dus, voor de bloedarmoedige kijker.

En Oculus heeft binnen die context zeker wel wat te bieden. De sfeer is somber en effectief, de film neemt de tijd om karakters te introduceren en er zijn genoeg spannende momenten om het puntje van de bioscoopstoel naar behoren te belasten. Twee of drie scenes blijven ook na de titelrol nog in het hoofd rondspoken.

oculus-5

Daarnaast weet regisseur Mike Flanagan (die eerder de niet perfecte maar wel erg interessante lowbudgetfilm Absentia draaide) zijn verhaal sterk te vertellen. Met name het feit dat twee tijdlijnen non-lineair door elkaar lopen maakt de vertelwijze tot een leuk analyseobject. In één scene zie je bijvoorbeeld hoe hetzelfde karakter tegelijkertijd als jongeling de trap af loopt en als volwassene naar boven gaat. Dat zou verwarrend of anders wel geforceerd kunnen werken, maar Flanagan maakt er iets moois van.

Ook in andere technische opzichten is de film absoluut de moeite waard. Het camerawerk draagt in hoge mate bij aan de beklemmende sfeer in de film; met name de perspectivisch vertekende opnames van boven af vallen op, maar ook wel de belichting. Daarnaast is de muziek (deels soundscape en deels eenvoudige melodielijnen zonder veel bombast) van de Newton Brothers perfect op zijn plaats.

Oculus_podcast

Maar dan doen zich toch ook de nodige problemen voor. Boven alles nog wel de cast. Waar Katee  Sackhof een prima emotioneel verstoorde moeder neerzet en Rory Cochrane een voldoende geloofwaardige vader doen de twee volwassen hoofdrolspelers mij helemaal niets. Ze blijven erg teenie-jong (wat was het simpel geweest om ze tien jaar ouder en daardoor veel sterker te maken) en zijn ongeschikt om de complexe emoties te realiseren die hun karakters vereisen. Daardoor ga je nooit volledig mee in het verhaal. De kinderen doen het aanvankelijk veel beter maar zakken naar het einde toe sterk in niveau.

oculus3

En dan is er ook nog het verhaal. Enerzijds worden interessante vragen gesteld over wat werkelijkheid is en wat fantasie en zijn er ook wel wat bespiegelingen over psychiatrische stoornissen, maar echt diep gaat dat allemaal niet. Anderzijds zijn er wel barsten te slaan in de inhoud.

Niet zozeer dat de hoofdpersonages constant ruimtes betreden die ieder normaal denken wezen te allen tijde zou vermijden (kom op , het is horror, wat moeten ze dan doen, wegrennen? Is de film snel afgelopen). Wel het feit bijvoorbeeld dat de twee geniale onderzoekers de spiegel niet gewoon tijdens het eerste transport van een brug mieteren of anders een geweer gebruiken (er is immers een actieradius rondom de spiegel, ook al zoiets). En dan al die vragen die opgeroepen worden maar vervolgens in het niets oplossen. Marisol? Alle personages die de spiegel al heeft gedood? De achtergrond die Kaylie voor haar videocamera op bijna genante wijze opsomt maar daarna vergeet? Het feit dat op het laatst echt met geen mogelijkheid meer te beredeneren valt wat echt is en wat niet waardoor je je met elk einde bedrogen voelt?

Nee, het niveau van The Conjuring of Insidious haalt Oculus niet. Maar ach, het is in ieder geval horror.

Noah (Darren Aronofsky, 2014)

Noah_poster-620x918

Beoordeling: 6

De verhalen uit het oude testament: prachtig. Darren Aronofsky: wauw. Crow en Connoly: mogen er allebei zijn. Plus een complete en computergegenereerde zondvloed: dat zou toch wat mogen opleveren. Nou, ja en nee.

Noah bouwt – samen met zijn gezin en wat stenen monsters uit the neverending story -een grote boot omdat God de mensheid vrijwel volledig van de aarde zal vegen. De praktische problemen worden door een verzameling wonderen opgelost maar dan zijn er natuurlijk ook nog innerlijke worstelingen, kannibalen en een turbulente gezinsdynamiek. De term biblical proportions was nog nooit zo van toepassing.

NUH-BU1

Ik wist niet precies wat ik ervan moest denken. Dol op de verhalen uit het oude testament en overtuigd van de talenten van veel betrokkenen had ik de recensies gelezen en die waren slecht noch goed: veel dat de moeite waard was maar ook dingen waar je van zegt: mwoah. Voor zover recensie al iets zeggen natuurlijk. Maar ik had er in ieder geval wel zin in.

En aan de ene kant viel het ook helemaal niet tegen. Misschien nog wel het meest door drie dingen: Aronofsky, de thematieken en de visuele verbeelding. Laat ik met die drie punten beginnen.

noah-2014-movie

Aronofsky. De man van Pi en Requiem for a dream. Geweldige films, bijzondere regisseur. Of moet ik zeggen van het verstoorde gedrag? Autisme, schizofrenie, verslaving, isolement, angst, er is bijna geen film te noemen waarin de personages niet lijden. En dat doet Noah ook. Het is een complex personage dat voortdurend worstelt met zichzelf en de wereld en af en toe nadrukkelijk afglijdt in donkere schaduwen. Prima dus.

De thematieken. Misschien nog wel het grootste pluspunt. Vaak word je als kijker losgetrokken uit het onmiddellijke verhaal en uitgenodigd na te denken over grote onderwerpen. Plicht, geloof, woede, humaniteit, overlevingsdrang, de manier waarop mensen om gaan met elkaar en met de wereld om zich heen. En minder dan je in een dergelijke film zou verwachten wordt je gedwongen te oordelen: in plaats daarvan mag je contempleren en eerder bij de vraag blijven dan bij het antwoord. Prachtig.

De visuele verbeelding. Meer dan aan vroege werken als Pi of Requiem leunt Noah aan tegen de beeldtaal van The Fountain. Mooie, poëtische sfeerbeelden, indrukwekkende timelapses, een opmerkelijke parallel tussen het scheppingsverhaal en de evolutietheorie (geweldig!) en ronduit adembenemende landschappen in Ijsland. Plus natuurlijk de spierballen van de special effects, die hier behoorlijk sterk zijn.

fotonoticia_20140404161003_800

Maar dan is er die andere kant. Laten we zeggen het verhaal. Niet, Noah is beslist geen eo-vertelling met een wereldvreemde witte baard, kamperen op zee en dan een duifje met een olijftak en een regenboog. Integendeel: harder, kouder, woester, zwarter. Maar het verhaal slaagt er desondanks niet in echt goed van de grond te komen. Soms is het acceptabel maar geregeld ontspoort het in betekenisloze tot ronduit belachelijke taferelen die je de tenen doen samenknijpen. Of in clichémomenten die zelfs potentieel aangrijpende situaties de spreekwoordelijke das om doen.

Is dat het scenario? Zou eigenlijk niet mogen, zeker niet als je nagaat dat Aronofsky er bijna 16 jaar aan heeft gewerkt maar ik vrees toch het ergste. Nog eens; de thematieken komen echt wel door, maar dan slaat zo’n slappe scene je vervolgens weer helemaal lam. Jammer en teleurstellend.

20131226_0010

Misschien zijn het dit keer ook de acteurs. Crowe en Connoly zijn allebei goede acteurs maar hier overtuigen ze toch niet echt. Vaak lijken ze er maar wat bij te lopen en op intensieve momenten slagen ze er nauwelijks in de essentie van de emotie over te brengen. De rest van de cast is zo mogelijk nog flauwer. Ray Winstone als Tubal-Caine is een uitzondering (hij heeft er als schurk en ongenode gast op de ark ook wel de rol voor) maar hij redt het ensemble niet.

Veel moois dus en zeker geen film om bij voorbaat van tafel te vegen. Maar ook een paar aandachtspunten die er niet om liegen. Voorlopig ben ik teleurgesteld. Over een jaar kijk ik nog eens. Misschien daalt de geest ondertussen over mij en zie ik het licht.

The Grand Budapest Hotel (Wes Anderson, 2014)

The-Grand-Budapest-Hotel-WeLiveFilm-Review-Poster

Beoordeling: 8

Natuurlijk zijn er altijd wel thema’s hinein te interpretieren maar het lijkt er toch sterk op dat de films van Wes Anderson nagenoeg volledig uit vorm bestaan. Is dat een probleem? Integendeel: een genot.

The Grand Budapest Hotel vertelt het verhaal van de legendarische conciërge Gustave H. (Ralph Fiennes) en diens vriend Zero (Tony Revolori). Al na vijf minuten wordt de werkelijkheid in de kelder opgesloten en starten talloze gecompliceerde verwikkelingen die er welbeschouwd nooit echt toe doen. Ze zijn enkel bedoel om een in zichzelf gesloten wereld te creëren en die wereld is een bezoek meer dan waard.

item3.rendition.slideshowWideVertical.grand-budapest-hotel-set-04-hotel-lobby

De wereld van Wes Anderson is bijzonder en origineel. Natuurlijk zijn er raakvlakken met de werkelijkheid (disfunctionele families, menselijke interactie, uitzonderlijke karaktertrekken) maar wat vooral opvalt is een strakke en inventieve stilering. Of het nu gaat om ouder werk als The Darjeeling Unlimited en The life Aquatic, om een recentere film als The Fantastic Mister Fox of zijn voorlaatste prent: The Moonrise Kingdom: telkens weer kijk je je ogen uit.

Dat geldt voor The Grand Budapest Hotel misschien wel in de overtreffende trap. Prachtig gestileerde decors, fris geverfde muren, opulente kostuums en strak gepleisterde gezichten wedijveren om de aandacht van de kijker. Het ene moment kijk je naar een poppenhuis, het andere wandel je door een geschilderd landschap en daarna geniet je van de prachtige lounge in een obsessief-compulsief schoongehouden hotel. De kleuren, de details, de inventiviteit: je blijft genieten als je van dit soort dingen houdt. En ik lust er wel pap van.

Budapest-Hotel-Sets-Domaine2

De karakters en de avonturen die zij beleven zijn van hetzelfde laken een pak. Meer dan mensen van vlees en bloed waar je een emotionele band mee krijgt zijn het typetjes en decorstukken, die vooral dienen om de in zichzelf gesloten wereld van beweging te voorzien. Echt betrokken raak je er niet bij, maar amusant zijn ze wel. Of ik moet het anders zeggen, want anders klinkt het denigrerender dan ik het bedoel: ze passen precies bij de visuele stilistiek en ze versterken en accentueren die.

Het is alsof je kijkt naar zo’n grote automaat die vroeger in warenhuizen stonden, waar je een muntje in kon stoppen zodat een orkest met aapjes begon te spelen. Oók zo’n in zichzelf gesloten wereld, maar hoe sprookjesachtig en wat kon je daar bij wegdromen. Soms lijkt het door de uitgekiende en aanstekelijke humor ook wel op de slapstick uit de zwijgende cinema. Andere keren waan je je in een onbestaanbare sprookjeswereld die vertrouwd en tegelijkertijd vreemd is. Magisch.

item5.rendition.slideshowWideHorizontal.grand-budapest-hotel-set-06-hotel-dining-room

Het heeft – naast de visuele en inhoudelijke elementen – ook veel te maken met de structuur die Anderson kiest. In veel van zijn films gaat het om het vertellen van verhalen, maar hier al helemaal. Nog voordat de film begint weet je al dat het scenario geschreven is door Anderson, die zich echter baseert op de verhalen van Stefan Zweig. Dan zie je in de eerste en de laatste scene hoe een meisje een boek leest met als titel: The Grand Budapest Hotel. Dat boek is van een schrijver die ooit te gast is geweest in het hotel. Die schrijver krijgt het eigenlijke verhaal te horen van één van de hoofdpersonages. Verhaal in verhaal in verhaal in verhaal.

Om het nog leuker te maken spelen in de films zoveel belangrijke acteurs mee dat ze bij elkaar 17 oscarnominaties in de wacht hebben gesleept. Het is bijna een quiz om ze allemaal te herkennen en ze spelen stuk voor stuk aangenaam schmierend. Ik kan het niet anders zeggen: een feest.

The-Grand-Budapest-Hotel-Poster-slice-1024x723

De discussie die ik achteraf met Jan had ging over het feit dat er door de kunstmatigheid een soort afstand ontstaat en geen echte emotionele binding mogelijk is. Voor Jan was dat reden om een 6,5 te overwegen. Veel vakmanschap, knap, maar het raakt niet echt en wat moet je ermee? Ik kan me daar wel iets bij voorstellen.

Maar ik ervaar het anders. Anderson maakt geen naturalistische verhalen met personages waar je je mee kunt identificeren. Hij sluit veel meer aan bij de traditie van het ludieke absurdisme en creëert fantastische, sprookjesachtige visuele werelden waar je graag in wilt verdwalen. Dat doet hij wat mij betreft goed. Erg goed.

3 Days to kill (McG, 2014)

3daystokill_208gti

Beoordeling: 7

De critici maakten gehakt van 3 days to kill maar ik kan er niets aan doen: ik heb genoten. Ondanks minpunten en een hoog been there done that gehalte bleef ik tot het einde toe geboeid. Of nou, geboeid…laten we zeggen entertained. Je kunt het slechter treffen.

Kevin Kostner speelt Ethan Renner een CIA-agent die te horen krijgt dat hij nog maar kort te leven heeft. Hij wil zijn carriere vaarwel zeggen en trekt naar Parijs om daar hernieuwde banden aan te knopen met zijn vervreemde vrouw en dochter maar dan wordt hij toch nog gedwongen een laatste opdracht uit te voeren, waarmee hij overigens ook nog zijn leven kan verlengen. En wat doe je dan?

M-142_DF5E6415cc-r1-v3_rgb

Eén van de minpunten is misschien wel het verhaal. Om geloofwaardigheid hoef je beslist niet te komen in 3 days to kill. Het ene onwaarschijnlijke element stapelt zich op het volgende en de pulp stoomt de oren van het scenario uit. Daarnaast zijn er – je weet het eigenlijk wel met Luc Besson aan het schrijfstuur – vele zijlijntjes en onevenwichtige momenten.

Maar ik zeg misschien. Want eigenlijk wordt dat wat mij betreft allemaal gecompenseerd. Door twee belangrijke elementen: entertainment aan de ene kant en vakmanschap aan de andere.

Film Title: 3 Days To Kill

Eerst maar entertainment. De film heeft vaart en houdt je vast tot aan het einde. Ja, het is allemaal niet even waarschijnlijk of zelfs consequent, maar wat een aangename rit. Er zijn prachtige actiescenes (die met de fiets steekt er met kop en schouders boven uit), af en toe is de film aangenaam hard en de montage scheurt als een TGV.

Daarnaast weet regisseur McG (van de Charlie’s Angels film en een stevige batterij tv-series) een mooi evenwicht te bewerkstelligen door af te wisselen met plezierige humor en vooral sterk werkende familiescenes. Dat houdt je als kijker dicht bij de karakters en maakt dat je steeds wilt blijven weten hoe het verder gaat.

75696-Connie-Nielsen-es-Hailee-Steinfeld---3-nap-a-halalig

En dan vakmanschap. In dit geval gaat het me niet zozeer om de technische kant (hoewel die wat betreft camerawerk, montage en aankleding beslist in orde is) maar meer om de acteurs. Amber Heard (Femme Fatal Vivi Delay) laat nog wat steekjes vallen: ze speelt erg puppy, is te jong voor de rol en haar overtrokken look past meer in een stripverhaal. Maar dan de rest van de cast. Connie Nielsen heeft slechts een kleine rol maar zet de moeder sterk neer. Hailee Steinfield (uit de nieuwe True Grit) is geweldig en maakt van de dochter een volkomen geloofwaardige puber. Thomas Lemarquis als The Albona en Richard Semmel als The Wolf zijn heerlijke schurken.

De ster van de film is echter absoluut Kostner. Dat je ondanks alle onwaarschijnlijkheden toch met plezier het verhaal blijft volgen ligt grotendeels aan hem. Hij is volstrekt overtuigend in zijn rol als doorgewinterde cia-agent, draagt alle actie met verve maar weet vooral ook kwetsbaarheid en charmante onbeholpenheid te laten zien binnen de interacties met zijn vrouw en zijn dochter. Je kúnt niet ontkennen dat hij een geweldige acteur is.

3-days-to-kill-1

Dus ja. Pulp, entertainment, binnen een week vergeten waar het ook alweer precies over ging: allemaal waar. Er zitten fouten in het scenario, de onwaarschijnlijkheden vliegen je om de oren en van werkelijke diepgang is nergens sprake. Maar ik ga wel nog een keer kijken.

Her (Spike Jonze, 2013)

CONT_Artwork.indd

Beoordeling: 8

Echte originaliteit: waar vind je dat nog tegenwoordig? Spike Jonze is dan geen slechte keuze. Being John Malkovitch was verbijsterend en de vele videoclips hebben ook altijd wel wat. Where the wild things are vond ik dan weer een stuk minder. Maar her is voor mij een schot in de roos.

Joaquin Phoenix speelt Theodore, een schrijver die ergens in de nabije toekomst een relatie ontwikkelt met een sprekend softwareprogramma. Dat klinkt onwaarschijnlijk maar het wordt in de loop van het verhaal volkomen geloofwaardig. Daarenboven zijn er prachtige verstilde momenten en mooie bespiegelingen over menselijke relaties.

HER

Het is de toon van de film. Rustig en kabbelend, of nee, stil als een Japanse tuin. Daardoor weet je meteen: hier gaan we niet de overdreven dramatische tour op. Geen neurosen zoals bij Woody Allen of emotionele as-II achtbanen zoals bij Bergman, maar rustige, sympathieke personages, die vooral op zoek zijn naar wat aandacht en menselijke nabijheid.

Dat het hoofdpersonage die hier juist vindt tijdens gesprekken met een computerprogramma lijkt aanvankelijk een kritische beschouwing over de nadelen van moderne relaties (afstand, egoisme, eenzaamheid, onrealistische eisen) maar verandert snel in een ontroerende romance en vervolgens in een filosofische bespiegeling over hoe mensen met elkaar om gaan. Ook hier is de toon zacht: nergens veroordelend, nooit pamflettistisch.

Her-Joaquin-Phoenix1

Dat komt door het slimme verhaal, waarin Theodore een schrijver is van “maatbrieven” voor mensen die zelf niet goed kunnen uitdrukken wat ze willen zeggen. Met een aantal gegevens schrijft hij voor klanten een ontroerende persoonlijke brief die altijd de juiste toon treft. Dit geeft Jonze de ruimte om tussen de regels door veel te zeggen over menselijke relaties. Dat wordt vervolgens alleen maar versterkt door de introductie van het softwareprogramma Samantaha als tweede hoofdpersonage.

Het komt ook door de mooie muziek, de rustige decors maar waarschijnlijk meer dan al het andere door het fantastische spel van Phoenix. Onvoorstelbaar dat die man de slechte keizer in Gladiator en de volstrekt verloren zoeker in The Master was. Hij speelt het karakter van Theodore met grote terughoudendheid: je voelt zijn eenzaamheid en weet tegelijkertijd dat het éigenlijk een hele aardige en intelligente jongen is.

HER

En last but not least door de geweldige stem van – ik zal toch door de knieën moeten, want als actrice mag ik haar niet echt – Scarlett Johansson. Zonder één enkele keer fysiek in beeld te verschijnen weet zij het karakter van het softwareprogramma, of eigenlijk moet ik hier zeggen: van Samantha, volstrekt geloofwaardig van vlees en bloed te voorzien en binnen de kortste keren heb je ook als kijker het idee dat Theodore niet meer met een programma spreekt maar met zijn echte geliefde.

Oh ja, en door de rol van Amy Adams. En de humor hier en daar. En de rustige montage. En, en, en.

Her is een originele film met een bizar uitgangspunt maar een warme, bijna spirituele lading. Hij blijft bij mij lang in het hoofd rondzingen.