Old boy (Spike Lee, 2013)

kinopoisk.ruBeoordeling: 5

Wat moet je met remakes? Als ze te veel lijken op het origineel zijn ze overbodig, als ze er te veel van afwijken stellen ze teleur. Misschien als een regisseur van formaat het eens probeert? Nou, nee.

Joe Doucet (Josh Brolin) is een dronken klootzak die van het ene op het andere moment wordt opgesloten in een hotelkamer en pas 20 jaar later weer naar buiten mag. Dan begint een complexe en gewelddadige zoektocht naar de reden achter dit wrede mysterie.

josh-brolin-per-oldboy

Old Boy van Chan Wook Park uit 2003 was (en blijft) een bijzondere film met cultstatus. De half poëtische maar daarnaast ook extreem gewelddadige verkenning over Wraak was geplaatst binnen een typisch oosterse (Koreaanse) context en had behalve een uiterst origineel basisconcept – ja, gebaseerd op een manga-strip – behoorlijk wat bizarre en hermetische elementen (mieren uit de huid en in de metro, hypnose, het eten van een levende octopus, een zelfmoordenaar met een hondje op zijn arm). Het verhaal was sterk maar ik denk dat met name die vervreemdende elementen zorgden voor de impact.

Dat is bij Spike Lee helemaal verdwenen. Het verhaal blijft weliswaar op de hoofdlijnen gelijk maar de surrealistische momenten zijn weggehaald en de Amerikaanse versie kiest voor een doorzichtiger verhaal. Meer expositie van het hoofdpersonage en de achtergrondgeschiedenis, Amerikaanse locaties en een verzoenend einde. Je zou vanuit verteltechnisch perspectief zeggen: meer helderheid en dat is eigenlijk ook wel zo, maar het werkt juist contra-productief.

Oldboy-di-Spike-Lee-14

Old boy van Lee is makkelijker te volgend dan het origineel van Park, maar hij maakt nergens een connectie en hij blijft niet hangen. De versterking van het achtergrondverhaal bestaat vooral uit makkelijke clichés en daardoor verdwijnt elk mysterie. Wat overblijft is een zwaar fronsend hoofdpersonage dat met vuur en passie tegenstanders neermaait tot hij uiteindelijk bij zijn kidnapper aanbelandt en een onaangename waarheid onder ogen moet zien. Geen poezie meer, geen wanhoop of onbegrip, geen diepere overpeinzingen over wat wraak betekent.

Daar komt bij dat Lee in soms erg zwakke keuzes maakt. Met name als het gaat om de invulling van specifieke karakters. Brolin doet het niet onaardig (hoewel hij bij lange na de gekwelde waanzin van Min-Sik Choi laat zien) en Elisabeth Olsen is waarschijnlijk de sterkste troef in de film maar de uitwerking van de andere karakters is slecht. Zowel Samuel Jackson als de anders zo voortreffelijke Sharlton Copley zijn niet meer dan simplistische stripfiguren die elke vorm van werkelijke betrokkenheid in de weg staan.

Oldboy-movie-guide-932x525

Goed, het camerawerk is uitstekend, er zit genoeg vaart in de film (hij was oorspronkelijk 40 minuten langer maar de studio greep in) en sommige acteurs zijn niet slecht. Maar erg veel verder kom ik niet. Het verhaal is uiteraard niet meer origineel, Lee heeft er weinig nieuws mee gedaan en de paar veranderingen die wel zijn doorgevoerd werken niet of doen zelfs afbreuk. Daarnaast is alle poezie verdwenen en heeft de film niets vreemds of eigens meer.

Teleurstellend en overbodig.

American Hustle (David O. Russel, 2013)

american-hustle-poster

Beoordeling: 6

Er zit echt wel het een en ander aan leuks in de film hoor en ik begrijp waarom vooral de acteurs zo in de watten worden gelegd door de oscarbazen, maar verder heb ik weinig met American Hustle. Het is gewoon niet mijn film.

De oplichters Irving (Christian Bale) en Sidney (Amy Adams) werken gedwongen samen met de ambitieuze fbi-man Richie DiMaso (Bradley Cooper). Op steeds ingewikkeldere wijze proberen zij een aantal powerbrokers, de maffia en elkaar naar de mallemoer te bedriegen. And some of this actually happened.

Christian Bale;Amy Adams;Bradley Cooper

Ik heb het niet op films over oplichterij. Ja, The Sting, die vond ik leuk. Maar als het aankomt op studenten die casino’s oplichten (21), goochelaars die miljoenen verduisteren (Now you see me) of een jonge onverlaat die mensen doet geloven dat hij piloot, advocaat of arts is (Catch me if you can), haak ik af. Het thema spreekt me gewoon niet aan. Maverick, White men can’t jump, Bowfinger, Jackie Brown, Matchstick men, Intolerable cruelty, Tin men, the grafters? Voor mij hoeft het niet.

Dat kleurt mijn beleving van American Hustle natuurlijk sterk. Slechte uitgangspositie: zo’n  film kan het eigenlijk al niet meer goed doen. En toch zie ik nog wel wat lichtjes.

Of eerst maar een enorme schijwerper. Wat mij betreft mag de kostuumontwerper van deze film – Michael Wilkinson – een Oscar krijgen. Plus een lifetime –achievement award en een standbeeld. Wat zeg ik: als er een nieuwe satelliet de ruimte in wordt gestuurd dan mogen stills uit deze film mee. Van de kostuums van de vrouwen dan. Echt waar: zo herinner ik me de jaren zeventig en tachtig persoonlijk bepaald niet  maar je hoort mij niet klagen. Dikke vette hulde en schetterende loftrompetten.

american_hustle_lawrence_adams_costumes

Daarnaast zijn de acteerprestaties erg goed. De vier hoofdrolspelers weten duidelijk wat ze doen en ze brengen hun karakters met verve tot leven. Psychologisch gezien is Amy Adams het meest interessant maar wat spel betreft steekt de kale en ongegeneerd rondbuikige Bale (wie zou ooit denken dat dit Batman is) haar naar de kroon. En ook Lawrence en Cooper mogen er zijn. Plus: leuk om De Niro even te zien opduiken.

Technisch gezien is verder alles in orde. Alleen al het loopje van drie hoofdpersonages tijdens de titelrol op “Dirty work” van Steely Dan gooit hoge ogen, maar ook de rest is sterk afgewerkt. Decors, montage, muziek: aan alles is te zien dat hier geen amateurs aan het werk zijn.

amy-adams-american-hustle-movie-photos_4

Maar dan is daar toch dat oplichtersverhaal. Voor mij, eerlijk: saaie drab. En ook als ik het los van mijn eigen voorkeuren probeer te bekijken – voor zover dat ooit echt mogelijk is – word ik er niet echt vrolijk van. Het eerste uur is af en toe moeilijk te volgen (wie is wie, wat is precies de bedoeling?) en het scenario neemt te veel tijd om echt op gang te komen. Na de scene met het feest en het eerste optreden van de Niro gaat het wel beter, maar om nou te zeggen dat ik van de stoel word geveegd: neuh.

Nou ja, die feestscene is wel van voor tot achter erg goed in elkaar gezet. De introductie ziet er  mooi uit, de rivaliteit tussen Adams en Lawrence leidt tot een zeer levendige dynamiek en de fake sheik die op zijn kennis van het Arabisch wordt getest is erg leuk.

Amy Adams;Jennifer Lawrence

Maar één goede scene maakt nog geen goede film. Ook niet als verder alles technisch in orde is. Het zou allemaal wat vlotter mogen. Meer rode draad, wat diepgang hier en daar en vooral een flinke extra stoot spanning.

En een ander thema.

Nebraska (Alexander Payne, 2013)

o0720112312790389456

Beoordeling: 9

Af en toe komt er een film langs waar maar moeilijk over te schrijven valt. Omdat bijna niet te vertellen is waarom hij zo goed is. Alexander Payne maakte al eerder de prachtige The Descendants maar doet er met zijn nieuwe film nog een schepje boven op.

De afstandelijke en beginnend dementerende Woody Grant (Bruce Dern) denkt naar aanleiding van een advertentiebrief dat hij een miljoen heeft gewonnen. Omdat hij telkens van huis wegloopt  en te voet naar Nebraska wil gaan om zijn geld op te halen besluit zijn zoon David (Will Forte) hem te brengen. Ze stranden echter in het geboortedorp van de vader waar zijn verhaal voetstoots wordt geloofd. Dat levert even hilarische als melancholisch onder de huid kruipende momenten op.

1121_will-forte-e1385054289560

Nebraska is een ronduit fantastische film. Er zijn zo veel elementen om van te genieten en zo weinig om over te zeuren dat deze recensie eigenlijk volstrekt overbodig is. Stop dan ook nu met lezen en ga kijken.

Niet? Nou vooruit dan.

De grootste kracht is de verstilde vertelstijl. Of verstild: eigenlijk meer tussen de regels door. Bijna elke scene lijkt klein en intiem maar in werkelijkheid schuilt achter ieder beeld, elke onuitgesproken zin en iedere dialoog een wereld van verhalen die nergens worden uitgewerkt maar zich nestelen in de belevingswereld van de kijker en daar een eigen leven gaan leiden.

Kleine, soms komische en soms aandoenlijke scenes mogen als voorbeeld dienen: de discussie in de keuken over de vraag wat het verschil precies is tussen aanranding en verkrachting, de poëtische scene op het kantoortje van de locale krant waar de zoon voor het eerst hoort over het liefdesleven van zijn vader, het ijzersterke moment dat de vader zijn ouderlijke huis bezoekt en tussen neus en lippen door zegt: wie zal me nu nog slaan? Steeds weer momenten waarop je als kijker weet: het grootste gedeelte van de ijsberg ligt onder water.

nebraska28

Dan is er de heerlijke melancholie. Payne heeft daar een patent op, want ook zijn eerdere film The Descendants (een van de hoogtepunten uit 2012) was daar al van doordrenkt. Zo’n zoete, deels warme maar deels zwaar treurige laag die over alle verhaalelementen hangt en sterk bepaalt hoe je de film beleeft. Als ik zou moeten zeggen hoe hij het doet: pfff. Geen idee. Maar dat het werkt: absoluut.

Misschien is het de warme berusting van de zoon. En eigenlijk ook het feit dat de relatief harde houding van de dorpsgemeenschap regelmatig verzacht wordt door kleine observaties (de man die al dertig jaar voor zijn huis op een tuinstoel naar de weg kijkt bijvoorbeeld) en relativerende no-nonsense humor. Zo’n moment dat de moeder haar jurk voor het graf optrekt en tegen haar overleden dorpsgenoot roept: kijk maar eens wat je gemist hebt: onbetaalbaar.

Of een warme mogelijkheid tot begrip en acceptatie? Omdat je ondanks alle afstand en onbegrip toch van mensen gaat houden. Misschien begrijp je niet helemaal waarom ze zijn zoals ze zijn maar je voelt het wel aan en het is goed zoals het is. Niet meer over zeuren.

nebraska18

Ook technisch valt er veel te genieten. De keuze om de film in zwart-wit te draaien is zeer geslaagd. De thematiek mag dan enigszins herinneren aan David Lynch’ vreemde eend in de bijt “The Straight Story”, maar de fotografie maakt Nebraska toch bleker en treuriger. Dat verhoogt de sfeer en onderstreept de thematiek van contact dat verloren is gegaan.

De acteerprestaties zijn om door een ringetje te halen. Ik heb genoten van Will Forte als de wat mislukte maar warme zoon, van June Squib als de miskende en regelmatig tierende moeder maar vooral van de in zichzelf opgesloten, eigenwijze en non-communicatieve Bruce Dern die de rol van zijn leven speelt. Jack Nicholson, Gene Hackman en Robert Duvall stonden al klaar voor de rol maar ik ben erg blij dat Payne met Dern in zee is gegaan. Zijn werk maakt het karakter van Woody onvergetelijk.

e08eec16-8c3a-11e3-8ff0-0025b511229e

En dan is er nog de geweldige score van Marc Orton, de stille montage van Kevin Tent en de volledig in het verhaal oplossende kostuums van Wendy Chuck. Maar goed: je zou de hele lijst van medewerkers kunnen aflopen en waarschijnlijk niemand vinden die niet een zinnige en effectieve bijdragen aan de film heeft geleverd.

Ik hou er over op. Nebraska is een juweeltje.

12 years a slave (Steve McQueen, 2013)

12-years-a-slave-quad

Beoordeling: 8,5

Steve McQueen – de regisseur – is een bijzondere man. Begonnen als experimenteel videokunstenaar toonde hij met zijn eerste twee lange films (Hunger en Shame) al aan veel talent te bezitten. 12 Years a slave is een nieuwe medaille op zijn uniform.

Gebaseerd op een waargebeurd verhaal (en het naar aanleiding daarvan geschreven autobiografische boek uit 1853) vertelt 12 years a slave het verbijsterende verhaal van Solomon Northup (Chiwetel Ejiofor). Hij wordt als vrije inwoner van New York gekidnapt en verkocht door zuidelijke slavenhandelaars en moet vervolgens twaalf jaar werken op een katoenplantage. Daarbij strijdt hij om zijn leven maar ook om zijn identiteit.

12 Years a Slave film

Ik zeg het maar meteen: wat mij aan deze film het meest bijblijft is niet in de eerste plaats iets filmisch. Ja, begrijp me niet verkeerd, het is een prachtige film die cinematografisch echt het een en ander te bieden heeft, daar wil ik zo meteen ook graag uitgebreid op in gaan, maar wat me echt onder de huid kroop is de onwrikbare en uitermate akelige kracht van cognitieve schema’s.

Het onwankelbare geloof dat mensen hebben in de vanzelfsprekendheid, de logica en de rechtvaardigheid van hun eigen denkbeelden. Plus de consequenties die dat heeft voor hun gedrag. Natuurlijk weet je zoiets, common knowledge zullen we zeggen, maar toch lijkt dergelijke kennis in het dagdagelijkse leven een sluimerend bestaan te leiden. Gelukkig komt er af en toe een boek of een film langs, misschien wel een gebeurtenis, die het allemaal weer scherp stelt. 12 years a slave is zo’n film.

original52612261

Hij slaagt daarin veel beter dan de thematisch gelijksoortige The Butler. Waar die laatste het ene historische feit op het ander stapelt en bijna een eeuw ongelijkwaardigheid de revu laat passeren volgt 12 years a slave één persoon en laat hem nergens los. Goed, het gaat nog steeds om twaalf jaar, maar de intensiteit van dat ene leven en misschien ook wel de geografische gevangenis van die éne plantage (ja, twee, maar goed), die beperking in ieder geval, maakt alles wat gebeurt veel tastbaarder en reeler. Om niet te zeggen benauwender en akeliger.

Maar daarnaast weet McQueen ook erg goed zijn verhaal te vertellen. Van het geaffecteerde begin in het oude New York via de ontstellende praktijken van de slavenhandelaars en vervolgens de mensonterende gebeurtenissen op de plantages houdt hij de kijker in een ijzeren greep. Ik las ergens in een recensie dat de film “relentless” werd genoemd. Dat treft de spijker op z’n kop: hij laat nooit los. Telkens als je denkt dat er even rust is gebeurt er weer iets nieuws.

12-years-slave

Aankleding, decors, geluid, fotografie en muziek zijn allemaal van hoge kwaliteit. McQueen heeft inmiddels een vast team om zich heen verzameld en dat betaalt zich ongetwijfeld uit in de samenwerking. De film wekt voortdurend een reële en tijdsgetrouwe indruk. Hier denk je nooit dat karakters soms wel erg modern reageren maar aan de andere kant heb je ook niet het idee naar een belegen kostuumdrama te kijken.

Het verhaal wordt relatief rechttoe-rechtaan verteld, maar de introductie is poetisch en non-lineair genoeg om de experimentele wortels van McQueen te verraden. Af en toe zijn er technieken en scenes die dat onderstrepen maar het is duidelijk dat hier het verhaal centraal staat.

Aparte aandacht moet besteed worden aan de cast. Niemand speelt slecht. Er zijn wat grote namen in kleinere rollen, zoals Benedict Cumberbatch en Brad Pitt maar de sterren van de film zijn toch Michael Fassbender, die als pragmatische plantage-eigenaar mag laten zien wat hij kan, en vooral Chiwetel Ejiofor in de hoofdrol. Hij maakt met zijn vertolking grote indruk en ik zou me makkelijk kunnen voorstellen dat hij een Oscar in de wacht sleept.

12_years_a_slave_60082354_st_1_s-high(1)

12 years a slave is een indrukwekkende en belangrijke film. Omdat hij niet alleen handelt over het onrecht van de slavernij maar ook over het feit dat zoiets niet noodzakelijk ontstaat uit “het kwade in de mens”, wat het makkelijk identificeerbaar zou maken en mogelijk ook uitroeibaar,  maar uit iets veel onheilspellenders. Uit de psychologische en sociologische eigenschap om persoonlijke gedachten en die van de eigen groep als juist te zien.

En op de valreep bedenk ik nóg een reden waarom de film beter is dan The Butler. In die laatste film is er sprake van een soort catharsis, waarbij we als mensheid trots kunnen constateren dat we inmiddels geëvolueerd zijn tot een soort dat een zwarte president kiest. Dat ligt lekker op één oor. Bij 12 years a slave ontbreekt die slaappil.

Dallas Buyers Club (Jean Marc Vallee, 2013)

dallas_buyers_club_ver4_xlrg

Beoordeling: 8

Het begin van elk nieuw jaar markeert voor de filmindustrie de traditionele distributie van oscarfilms. Minder effecten, sociaal getinte thema’s, meer humanisme en vooral veel sterke acteurs. Ziedaar: Dallas Buyers Club.

Matthew McConaughy speelt – based on real events – Ron Woodroof: Redneck, homofoob, husselaar en allround asshole. In het midden van de jaren tachtig loopt hij door drugsgebruik en onveilige neukpartijenen aids op en belandt eerst in de medische machine om vervolgens de strijd aan te binden met de Food and Drug Adminstration. Van illegaal dealer transformeert hij in het boegbeeld van de strijd tegen geindustrialiseerde medicatie.

DallasBuyersClub-Scene04

Woodroof past in het rijtje van sociaal geëngageerde helden dat het altijd wel goed doet in links georiënteerde, politiek-correcte films: Norma Rae, The Insider, Rosa Luxemburg, Erin Brockovich. Het idealistische individu dat strijd voor vrijheid en gelijkwaardigheid meestal tegen een groot en boos instituut. Je weet dat het absoluut goed is maar vraagt je ook regelmatig af: neigt het niet soms naar simplistische propaganda. EN: wie zijn dat soort strijders? Automatisch as-II-er? Julian Assange anyone?

Hier zou dat ook best kunnen maar regisseur Valléé en hoofdrolspeler McConaughy doen wel erg hun best om de weerstand van de kijker zo klein mogelijk te houden. En ik moet zeggen: dat lukt hen erg goed.

dallas_buyers_club_60082352_st_4_s-high

In de eerste plaats speelt McConaughy Woodruff geniaal goed. Hij maakt hem aanvankelijk onuitstaanbaar irritant en of hij nu op werkelijkheid berust of niet: hij voelt volkomen écht. Vanaf het moment dat hij in beeld is zie je geen acteur maar een karakter. Misschien doordat 25 kilo voor de rol kwijtraakte (het voormalige sekssymbool is volledig verdwenen) maar zeker ook door hoe hij speelt: met een passie en inlevingsvermogen dat je op deze manier zelden ziet.

hero_DallasBuyersClub-2013-1

In de tweede plaats weet Vallee de sfeer van de jaren tachtig extreem realistisch te treffen. In decors en kleuren, maar ook in toon en sfeer. Niet eens door al die elementen recht in het gezicht van de kijker te gooien maar door hem er in onder te dompelen en dan langzaam te laten sudderen. Dat helpt enorm.

In de derde plaats weet de regisseur zijn verhaal te vertellen. Hij legt de nadruk aanvankelijk op het karakter van Woodroof en zijn persoonlijke onmacht, vervolgens op de voorzichtige verkenningen in de wereld van de aids en de homocultuur in het zuiden van de Verenigde Staten, dán op de ontluikende vriendschap met de travestiet Rayon (geniale rol van Jared Leto) en pas daarna op de strijd met de medische wereld. Tegen die tijd zit je helemaal in de karakters en ga je volledig met de stroom van het verhaal mee.

AMF_7277 (341 of 376).NEF

Maar zelfs dán weet de film voortdurend realistisch over te komen. Er zijn geen compromissen. De karakters van Woodroof en Rayon worden allebei beslist niet sympathieker gemaakt dan nodig en er zijn ook nog wel vriendelijke dokters in de wereld van de ziekenhuizen, maar boven alles is er een groot gevoel van: niemand weet precies wat er gebeurt, we doen eigenlijk maar wat. Juist dat idee zorgt voor een grote mate van realisme en dat is in een film als deze erg belangrijk.

Een belangrijk thema, een fraai gestileerde realistische uitwerking en goed verteld verhaal en acteurs om je vingers bij af te likken. Wat kun je nog meer wensen?

I, Frankenstein (Stuart Beattie, 2014)

1391072029_fran

Beoordeling: 4

Echt waar: ik hou van strips, ben dol op oude horrorverhalen, heb niks tegen schaamteloze overdrijving en onvervalste stereotypen en kan probleemloos genieten van betekenisloze dialogen. Maar er zijn grenzen.

Aaron Eckhart is Adam, het monster van Frankenstein. Er zijn demonen en gargoyles en die vechten met elkaar om wereldheerschappij. Adam blijkt een spil te zijn. En hoppa: te veel woorden: vechten, explosies, vuur.

I-Frankenstein-Poster

Los van het feit dat de naam van het monster voor het eerst in de geschiedenis relatief goed wordt gebruikt, heeft de film weinig uit te staan met de toch al niet geweldige roman van Wolestoncraft Shelley, maar alles met de strip van Kevin Grevioux, die ook meewerkte aan het script. Daarom zijn er dit keer geen verwijzingen naar oude Griekse legendes maar wel een hoop verstandelijk zwaar beperkte verhaallijnen en veel steroide actiemomenten.

Een dergelijke aanpak hoeft niet meteen tot mislukking te leiden. In de Underworld-serie – van dezelfde producenten – levert het zelfs acceptabele karakters op en onderhoudend amusement. Maar dan moeten wel op z’n minst een paar basale eisen ingewilligd worden en dat is hier niet het geval. Verre van.

i-frankenstein-new-pic

Het verhaal zou te volgen moeten zijn en de karakter op z’n minst enigszins invoelbaar. Niets van dat alles hier. Je wordt als kijker plompverloren in het verhaal gedropt en voordat je kunt onderscheiden wie wie is zit je al midden in het eerste gevecht. Met enige fantasie kun je nog bedenken dat de blauwe ontploffingen gargoyles voorstellen en de rode demonen, maar waarom? Binnen welke context? Met welke bedoelingen? Het lijkt er weinig toe te doen. Later krijg je nog wel wat instructies om van alle details eetbare soep te trekken maar dan is het al te laat.

Daarnaast zijn de karakters zo plat en eendimensionaal dat je jeuk krijgt op plekken waar de zon nooit schijnt. Wat een verspilling van talent. Eckhart mag dan geen Lawrence Olivier zijn, hij kan beter dan dit. Mensen als Miranda Otto (wat was ze leuk in The Lord of the Rings) en Bill Nyghy (wat is die bijna altijd wel leuk) worden werkelijk totaal verkwist. Af en toe zit je met plaatsvervangende schaamte te kijken. Misschien dat een uitgetrokken hemd voor deze of gene nog verlichting brengt?

i-frankenstein-hi-res

En dan hebben we het allerergste nog niet gehad. De dialogen. Hou me vast en plet mijn hoofd tussen twee enorme rotsblokken zeg. De veel te serieuze en zwaar naar de basniveau’s getrokken manier waarop ze gedeclameerd worden is al een parodie op zichzelf. “THIS ENDS TONIGHT” is nog niet uitgesproken of daar is alweer het antwoord op “God should condemn you”: ‘HE ALLREADY DID”.

Dit leverde overigens wel het enige leuke moment in de film op. Nou, eigenlijk meer na afloop van de film. Toen hebben Jan en ik in de auto terug naar huis die toon overgenomen binnen alternatieve situaties, zoals een bestuursvergadering van de faculteitsraad of het voorlezen van het weerbericht. Toch nog wat plezier voor de aankoopsom van het kaartje.

i-frankenstein

Ik zou er misschien in een milde bui nog bij kunnen zeggen dat de decors hier en daar best fraai zijn (op een overdreven gotische en sterk gestileerde manier). Maar dat is toch echt een druppel op een gloeiende plaat en eigenlijk ook te veel eer.

It’s definitely not aliiiiiivvvvve!

The Selfish Giant (Clio Barnard, 2013)

qr00uUR

Beoordeling: 8,5

Sommige films slepen je mee en veranderen de chemie in je hersenen. Bij de aftiteling ben je even een ander mens dan toen je begon te kijken. The sefish Giant is zo’n film.

Arbor en Swifty zijn twee dertienjarige vrienden die het hoofd boven water proberen te houden in de verpauperde regionen van working-class Engeland. Als zij door onhandelbaar gedrag van school worden getrapt vinden ze werk bij een locale schroothandelaar die het met de regels niet zo nauw neemt. Ondanks kleine momenten van hoop trekken donkere wolken zich steeds nadrukkelijker boven hen samen.the-selfish-giant-photo-agatha-a-lst121345

Eigenlijk voel je vanaf het begin dat het nooit goed af kan lopen. De manier waarop regisseuze Clio Barnard kundig en sfeervol het Engelse landschap portretteert laat geen andere mogelijkheid open. Poetische maar neerslachtige stille beelden van koeltorens, regen en mist, paarden in de verte, weggetrokken kleuren: het grijpt je naar de keel. Als een benauwende deken ligt het landschap om de hoofdpersonages heen zonder een enkele mogelijkheid tot ontsnapping. Dat het zou gaan om een sprookje van Oscar Wilde is al na vijf minuten van geen enkel belang.

En dan is er ook nog de terugkeer van het kitchen-sink realisme. Nooit echt weggeweest misschien, want je ziet dit soort films druppelsgewijs wel langskomen, maar deze grijpt wel bijzonder knap terug naar de hoogtijdagen van Ken Loach en vooral diens meesterwerk Kes. Dezelfde aangrijpende mix van sombere sociale dreiging en onbedwingbare menselijke hoop. Dezelfde toon, hetzelfde aangrijpende humanisme, dezelfde onontkoombaarheid. En toch geen kopie want er zijn daarnaast ook beelden van een betoverende maar sombere schoonheid.

theselfishgiant

Om van die twee jongen nog maar te zwijgen. Connor Chapman en Shaun Thomas worden praktisch van de straat geplukt en moeten personages spelen die het exacte tegendeel van hun eigen karakters zijn. Ze slagen daar ongelooflijk goed in. Nergens, maar dan ook werkelijk nergens denk je over hen als acteurs. Ze zuigen je mee in het verhaal en komen in iedere actie, in elke beweging en in elke gezichtsuitdrukking volstrekt natuurlijk over.

maxresdefault

Ik had nog nooit van Clio Barnard gehoord. Blijkt dat een regisseuze te zijn die met haar vorige film,  “The Arbor”, volgens de kritieken al een zeer originele en aangrijpende film te hebben neergezet die op een nieuwe manier heen en weer laveert tussen documentaire en drama. In interviews komt ze naar voren als een intelligente en sociaal betrokken vrouw met sterke en vernieuwende ideeën. Ik wil absoluut meer van haar zien.

De film is over de hele linie sterk maar bereikt wat mij betreft een adembenemend hoogtepunt in de goed uitgewerkte – totaal niet overspeelde – climax en nog meer in de nasleep. Daarin gebruikt Barnard eigenlijk alleen maar lang uitgetrokken montages zonder tekst of muziek. De hopeloosheid die daardoor tastbaar wordt is al moeilijk te dragen maar de daaropvolgende catharsis als de moeder van Swifty de ontroostbare Arbor tenslotte in de armen sluit is meer dan ik kon hebben.

The selfish giant

Redenen om de film goed te vinden. De sfeer, de voortdurende dreiging, de indrukwekkende beelden, maar vooral het aangrijpende verhaal van een vriendschap tegen alle hopeloosheid in en het geweldige spel van de twee jongens. Gaan zien.