La vie d’Adèle (Abdhellatif Kechiche, 2013)

adele1

Beoordeling: 7

De actrices: man, man, man. Ongelooflijk hoe intens en “echt” die spelen. Alleen daarom al zou je de film moeten zien. En er is nog veel meer. Maar drie uur? Van mij had het korter gemogen.

Adèle (Adele Exarchopoulos) is een meisje van 17 dat net als iedereen worstelt met het leven en haar identiteit. Wanneer zij Emma (Léa Seydoux) ontmoet en met haar een relatie begint wordt het er niet gemakkelijker op.

la-vie-d-adele-abdellatif-kechiche-01

La vie d’Adèle is zonder meer een bijzondere film. Dapper, echt, intens. Je begrijpt als kijker waarom zo veel critici, nationaal en internationaal, maximale scores toekennen. Er valt ook veel te genieten.

Misschien wel in de eerste plaats is het verhaal levensecht. Ondanks verdichting en dramatisering doet de narratiek nergens geforceerd aan. Scene’s die in andere films groot zouden worden uitgespeeld blijven hier relatief klein of vervallen helemáál en waar de film wél uitpakt komt dat verfrissend realistisch en ongekunsteld over.

De actrices spelen ongelooflijk sterk. Zelden zo’n levensechte karakters gezien. Misschien omdat het er op de set blijkbaar zo vervelend aan toe ging? De hoofdrolspeelsters klaagden in interviews herhaaldelijk over de onrespectvolle manier waarop de regisseur hen bejegende. Maar misschien ook gewoon omdat ze erg goed zijn. Nog niet besmet door maniertjes en ervaring. Wie het weet mag het zeggen.

122113

Filmisch zijn er mooie technieken te bewonderen. Ondanks duidelijk aanwezige widescreenfotografie en knap gebruik van locaties overheerst de (intense) close-up. Gezichten en lichaamsdelen bepalen het beeld van de film tot op de micromillimeter. Zo zit je als kijker letterlijk op de huid van de personages en voel je je niet zelden voyeur. Soms op het genante af. Door de overvloedige seksscenes, zeker, maar ook door sommige gesprekken of emotionele uitbarstingen. Dat draagt in hoge mate bij aan het idee dat je midden in het verhaal staat en letterlijk meevoelt met alle turbulenties en emoties.

article-2331278-1A039490000005DC-64_1024x615_large

Mooie kleuren ook. Goed gebruik van muziek. En – om maar eens een detail te noemen – een fantastische toepassing van enkele scenes uit “Die Büchse der Pandora”, van George Wilhelm Pabst. Geprojecteerd op een scherm tijdens een tuinfeest vormen zij een prachtige ondersteuning ván en een scherp commentaar óp gebeurtenissen in de tuin. Een kunstgreep misschien, maar wel een mooie.

Toch ben ik niet onverdeeld positief. In de eerste plaats duurde het even voor ik in het verhaal zat. Pas bij de ruzie op het schoolplein kreeg het verhaal vat op mij. Dat zou wat krachtiger in de verf hebben mogen staan.

Erger vond ik de duur van de film: drie uur. Niets tegen lange films, maar hier begon er na anderhalf uur toch echt iets te knagen. De scene waarin Adèle de zee in zwemt en achterover in het water ligt was een ideaal moment geweest om te stoppen. Natuurlijk, dan vervalt de restaurantscene, een van de mooiste uit de film, en dat zou echt een gemis zijn geweest. Maar toch: wezenlijk nieuwe dingen krijg je daarna eigenlijk niet meer te zien.

la_vie_d_adele_20000217_st_8_s-high

Het komt ook wel door de vele herhalingen. Nóg een keer de lieve kindertjes op school, nóg een stevige vrijscene, wéér een keer een bijeenkomst met vrienden of ouders. Allemaal voorstelbaar in een leven en ik zeg niet dat het onrealistisch is, helemaal niet, maar het had korter gemogen.

Of ánders misschien. Als een tv-serie. Op het einde van de film wordt duidelijk de suggestie gewekt dat het nog maar om de eerste twee delen uit een groter geheel gaat. Daar ligt een duidelijke mogelijkheid voor een meer episodische vertelling in meerdere delen, zoals bij een tv-serie. Dan vallen die herhalingen ook minder op, of sterker nog: ze zouden een sterk structurerende rol kunnen hebben.

Nu blijf ik na anderhalf uur toch meer op afstand dan een werkelijk intense beleving van de film vereist. Te zeer toeschouwer, te weinig deelnemer. Geen halszaak, want het blijft een prachtige film, maar wel een reden om niet helemáál mee te juichen met de internationale filmpers.

Advertisements

Turbo (David Soren, 2013)

Turbo_2013_Movie_Poster_7_wuhyk_movieposters101(com)

Beoordeling: 6

Dreamworks animatiefilms zijn nooit echt slecht maar daar staat tegenover dat ze ook niet werkelijk sprankelen (met uitzondering van de eerste Shrek). Daarnaast lijken ze ook vaak sterk te rusten op eerdere films van andere bedrijven. Dat is bij Turbo niet anders.

Theo de slak valt in een automotor en krijgt daardoor superkrachten (túúrlijk) die hem in staat stellen heel snel te bewegen. Dat helpt hem om zijn droom waar te maken: het winnen van de Indianapolis 500 (logisch). Gelukkig wordt hij gevangen door een Mexicaanse restauranthouder die slakkenraces organiseert (toevallig!) en die hem vervolgens meeneemt naar Indianapolis (handig).

Turbo

Ik heb het al eens eerder gezegd (bij The Croods) maar het zou mooi zijn als animatiefilms niet altijd zo’n zoetsappige thematiek hadden. Ja ik weet het: je gaat naar zo’n film met de (heel kleine) kinderen en die vinden het leuk dus als ouders ben je al lang blij, maar diepe zucht zeg. De stichtelijke oppeppers vliegen je per strekkende minuut om de oren en aan het eind denk je op de heidag van je werkgever te zijn geweest. Durf te dromen. Samen de schouders eronder. Als je maar écht wilt… Je zou om minder purgeren.

Van de andere kant: als ik dat werkelijk een probleem vind kan ik geen enkele animatiefilm meer bekijken, zelfs Ronald de Barbaar niet, en die probeert toch behoorlijk tegendraads te zijn. Dus ik heb de bovenstaande alinea niet geschreven en kijk wat er verder nog te halen valt.

trailer-italiano-2-turbo-14456

Het verhaal is niet echt origineel (ik vond Cars leuker door de nostalgie en Antz door Woody Allen) maar het houdt de aandacht vast en biedt voldoende amusement. Ondanks een wat geforceerde structuur en weinig logische wendingen ben je bereid tot het einde mee te leven. Dat de karakters vlak blijven en soms – zoals in het geval van Guy Gangé – simplistisch zijn neem je ook wel voor lief.

De humor dan. Toch altijd een belangrijk element bij animatie. Mijn beste omschrijving: obligaat maar niet onverteerbaar. De slapstick richt zich vooral op het jongere publiek maar hier en daar zijn wat grappige – zij het nooit echt scherpe – kwinkslagen voor de volwassenen in het verhaal geweven. Het leukst vond ik zelf de stem van Samuel Jackson voor Whiplash.

TURBO

De animaties zijn sterk. Vloeiende en snelle bewegingen, mooie expressies (wat me lastig lijkt bij het tekenen van slakken, hoewel Epic al leuke staaltjes had laten zien), prachtige kleuren en een scherp oog voor details. Ook het geluid en de muziek mogen er zijn.

Zoals gezegd: dreamwork animatiefilms zijn nooit echt slecht. Ze leveren wat je verwacht en doen dat kundig. En toch ontbreekt er iets.

 

The Family (Luc Besson, 2013)

the-family-poster

Beoordeling: 5

Flauw, oninteressant en saai. Dat somt het eigenlijk wel op. Ondanks drie rasacteurs, een leuk concept en een regisseur die vaak toch van wanten weet. You can’t win ‘m all.

Robert de Niro speelt een maffiabaas (neuh!) die met zijn gezin naar Zuid-Frankrijk wordt geplaatst in het kader van een witness-protection program. Daar blijkt het moeilijk aanpassen want oude gewoonten verdwijnen niet zo snel.

the-family-movie-poster-17-1024x491

De premisse is heel aardig en als je enkel naar de trailer kijkt lijkt het ook best wat op te leveren: leuke grapjes, botte brutaliteit en politiek incorrecte communicatie met de lokale Franse bevolking. Dat zal dan komen omdat alles in twee en een halve minuut wordt samengebald, want in de film zelf werkt het voor geen meter.

Ja, soms zijn de grapjes leuk (de supermarkt die in de fik gaat, het gesprek met de baseballknuppel, sommige situaties op school) maar ze verdrinken in een batterij onamusante momenten zoals de flauwe beschouwingen van de Amerikanen over de Fransen en vice versa en de niet altijd even sprankelende conversaties met de lokale bevolking. Nergens slaat de vlam echt in de pan.

The Family

En dan heb ik het nog niet gehad over het verhaal. Dat is veel te lang en hangt aan elkaar van oninteressante momenten en slappe karakters. Na een kwartier heb je nog hoop maar tegen de grens van dertig minuten weet je: dit gaat het niet worden. Eigenlijk blijft er nog maar één ding over: uitzitten.

De Niro, Pfeiffer en Jones maken dat nog enigszins de moeite waard. Het zijn fantastische acteurs en ik zal niet zeggen dat ze hier slecht spelen, maar toch lijken ze geen vat te krijgen op hun karakters. De stereotypen en maniertjes vliegen met bakken van het scherm en ondanks het zichtbare plezier dat de spelers hebben blijft het toch plat en eendimensioneel. Dat zal ook wel in het script hebben gestaan: de film probeert immers overal de genreregels te parodiëren (samen kijken naar goodfella’s: ah, oke, dat is best grappig) maar kom op zeg: dat kan toch ook anders?

The Family

Geef mij maar de Besson van Nikita, Leon en The Fifth Element of (als schrijver) van Taken, Taxi en The Transporter. Daarin voel je vuur en vaart. In The Family vooral verveling.

Prisoners (Dennis Villeneuve, 2013)

prisoners-uk-quad-posterbig

Beoordeling: 7,5

Het lijkt soms alsof de Skandinaviers er een monopolie op hebben: spannende, deprimerende thrillers in ijzige kleinstedelijke landschappen waarin onmenselijk akelige dingen gebeuren. Prisoners laat zien dat er kapers op de kust zijn. En behoorlijk kundige.

Keller Dover (Hugh Jackman) wordt geconfronteerd met de nachtmerrie van elke ouder: tijdens een feestje bij de buren verdwijnt zijn dochter samen met haar vriendinnetje. Naarmate de tijd verstrijkt verdampen hoop en humaniteit. Politieagent Loki (Jake Gyllenhaal) probeert de zaak in de hand te houden.

prisoners01

Verhaaltechnisch steekt Prisoners sterk in elkaar. De opbouw is meeslepend en meedogenloos. Vanaf de onderkoelde en volstrekt alledaagse opening neemt het verhaal je mee en houdt  je tot aan het einde in zijn ban. Twee elementen zijn daarbij indrukwekkend: 1) de spanning laat nooit af en is regelmatig wurgend intensief en 2) de sfeer is zo deprimerend dat elke hoop effectief in de kiem wordt gesmoord.

Ergens aan het begin van de film zit een scene die dit prachtig illustreert. Het is technisch gezien een heel simpele scene, want er gebeurt niet veel meer dan dat de camera steeds dichter tegen een boom aan kruipt. Er is dan in het verhaal nog niet echt veel dat duidt op een ontvoering, maar de scene is ongelooflijk onheilspellend. Eigenlijk denk je dat de boom tot leven komt of dat er iemand achter vandaan springt. Dat gebeurt niet. Krachtige filmtaal.

PR-02359r

Daarnaast wordt er over de volledige linie gewéldig geacteerd. Hugh Jackman heeft zelden een gekweldere en desondanks volstrekt voorstelbare indruk gemaakt dan hier. Oscarmateriaal. Maar ook Gyllenhaal is uitstekend op dreef. En eigenlijk geldt dat voor de volledige cast, inclusief de kinderen en de bijfiguren.

Het camerawerk van oudgediende Roger Deakins is als altijd om ziekelijk jaloers op te zijn. Wat kan die man fotograferen. Zo volledig dienstbaar aan het verhaal en toch zo eigen en krachtig dat je het zelfs in een warme bioscoop voortdurend koud hebt. Ook de muziek en de montage dragen in hoge mate bij aan het trage maar steeds voortstuwende karakter van de film. Vakmanschap tot in de puntjes.

Prisoners - Labirynt 8

De Canadese regisseur Dennis Villeneuve maakte eerder diepe indruk met zijn prachtige en gruwelijke Incendies (eigenlijk vond ik die nóg beter) en laat ook nu weer zien dat hij zijn metier geweldig beheerst. Al zou zijn enige verdienste zijn geweest dat hij dit team van vakmensen en acteurs bij elkaar had gebracht dan was dat al voldoende geweest. Daarnaast toont hij zich echter ook een meester van sfeer en spanning en laat hij de kijker nergens los.

?????????

Het enige probleem dat ik heb met de film is het einde. Niet eens zozeer met het feit dat je daar steeds meer vragen begint te stellen over hoe het een en ander nou precies in elkaar zit en of het eigenlijk wel klopt, maar meer door – spoileralert – de positieve afloop. Alles, maar dan ook echt alles in de film – de sombere sfeer, de donkere mensvisie, de ontbrekende hoop – stevent af op een afgrond, die vervolgens niet één maar warempel twéé keer wordt vermeden.

De film had meer indruk gemaakt als de rit naar het ziekenhuis tevergeefs was geweest en het fluitje onhoorbaar. Deprimerend, absoluut, maar consistent en gedurfd. Nu ontstaat de indruk van een net iets te makkelijke kniebuiging voor de producenten en het publiek. Call me gloomy maar ik vind dat jammer.

Die Wand (Julian Pölsler, 2012)

Die_Wand_-_Plakat

Beoordeling: 5

Als je een ronduit fantastisch boek wilt verfilmen waarin afgezien van één opmerkelijk feit eigenlijk niets gebeurt moet je van goede huize komen. Zeg maar gerust van goede kastele. Julian Pölsler komt nog niet eens in de richting.

Een vrouw (haar naam wordt zowel in de film als in het boek nooit genoemd) brengt haar vakantie door in de berghut van vrienden. Als zij op een ochtend ontwaakt, ontdekt ze tijdens een wandeling met de hond Luchs dat ze van de rest van de wereld is afgesloten door een onzichtbare wand. Nergens is een levende ziel te bekennen. Zo begint een lange periode van overleven en contemplatie.

die-wand-5

Als boek hoort Die Wand in mijn persoonlijke top tien. Ik had er tot twee jaar geleden nooit van gehoord maar kreeg het van collega Steffi Schmidt na een gesprek over favoriete films en boeken. Door haar enthousiaste introductie begon ik er meteen aan en al snel lag ik volkomen gevloerd op de bodem van mijn bevattingsvermogen. Wat een ongelooflijk imponerend meesterwerk. Filosofie, poezie, maatschappijkritiek, nuchtere mystiek en overweldigende metaforen. Zuurstof voor de hersenen, vonken voor de ziel.

Ik geef meteen toe: dat schept nogal verwachtingen voor de verfilming. Misschien ben ik dan ook niet de juiste persoon voor deze recensie. Hou dat vooral in gedachten bij het lezen van alles wat hieronder staat.

Die Wand van Pölsler is een volstrekte deceptie. Afgezien van de premisse is bijna niets uit het geweldige boek van Marlen Haushofer overgebleven. En dat terwijl er toch echt wel wat vakmanschap in de film steekt. Laat ik daar mee beginnen.

Pölsler komt uit de tv-wereld waar hij al ruim dertig jaar series en films maakt. Hij en zijn team leven zich uit in het widescreenformaat en dat levert prachtige ansichtkaarten op van de Oostenrijkse bergen en wat bedomptere opnamen van berghutteninterieurs. Plus het vakmanschap van Martina Gedeck die de hoofdrol speelt natuurlijk. Dat moet gezegd: als íemand de vrouw had kunnen spelen, dan zij. Fantastische actrice.

Die Wand

Maar dat is het ook wel, want daarna begint de ellende. Natuurlijk is het moeilijk een boek te verfilmen met één personage dat tot leven komt door over haar belevenissen en meer nog haar gedachten te schrijven. Uiteraard kom je dan voor een film al snel uit bij een voice-over. Maar om nou bijna de hele film van begin tot einde vol te zetten met die stem? Hoe mooi ook voorgelezen door Gedeck (en zij kan er wat van) wordt dat uiteindelijk toch een audioboek met plaatjes.

En die plaatjes zijn storend. Er lijkt een kloof te gapen tussen de ansichtkaarten en wat gezegd wordt. Andere keren is de film niet meer dan een letterlijke illustratie voor de woorden. “Ich schlief schlecht”; beeld van de niet slapende vrouw. Nogmaals: de cameravoering is prima, daar niet van, maar je zou hopen dat er ook filmisch iets interessants gebeurde en dat is – afgezien van een leuke hoek hier en daar – niet echt het geval.

le-mur-invisible-die-wand-the-wall-13-03-2013-12-02-2012-2-g

Oh ja, en dan Bach. Om niet helemáál op de voice-over aangewezen te zijn gebruikt Pölsner hier en daar stukjes Bachpartita’s voor viool om dingen aan elkaar te binden. Prachtige muziek natuurlijk maar ook wel een erg voor de hand liggend keuze. Terug naar de eenvoud. Tja: hoe clishé wil je het hebben? Na twee keer vond ik het vooral irritant.

Het grootste probleem is echter dat alle diepere thema’s van het boek enkel in de kiem aanwezig zijn. De kritiek op consumptiedwang van de moderne samenleving? Alleen indirect voelbaar. Het verloren contact met de natuur? Ja, is er wel, maar het houdt niet echt over. Bespiegelingen over de aard van menselijke communicatie en contact? Niks van over. En vooral de langzame acceptatie van, of nee, de vrijwillige berusting in een onafwendbaar lot? Nauwelijks doorvoeld.

wand_09-_c_-thimfilm

Ook de intensiteit lijkt verdwenen. De hele passage waarin de vrouw ziek is – in het boek een imponerend segment – duurt hier twee seconden. De dood van Perle is voorbij voor je het weet, honger speelt nauwelijks een rol, wanhoop om slinkende voorraden ontbreekt en de hardheid van het bestaan wordt met wat zweet en een bos hooi op de rug afgedaan. De kracht van de passage aan het eind van de roman, waarin voor het eerst weer een ander menselijk wezen ten tonele verschijnt, levert in de film vooral verwarring en vragen op.

Die Wand blijft gebaseerd op de roman en gebruikt ook letterlijk teksten, dus iets van de sfeer is wel voelbaar, maar de filosofie en de levensbeschouwing die het boek zo rijk maken verdampen waar je bij staat. Eeuwig zonde. Lees vooral Haushofer zelf.

Gravity (Alfonso Cuaron, 2013)

gravity-movie-poster

Beoordeling: 8,5

Soms hoor je het verhaal van een film en denk je: wat kan een regisseur daar nou van maken? Een ongewone en moeilijke locatie, slechts twee personages, geen enkele flashback en een relatief simpele verhaallijn. Cuaron haalt uit en hij scoort.

Als haar ruimtestation geraakt wordt door brokstukken slingert medical engineer Ryan Stone (Sandra Bullock) de ruimte in. Astronaut Matt Kowalski (George Clooney) probeert haar te redden. En dat is nog maar het begin.

gravity-ive-got-you-movie-trailer-1

Misschien moet ik met de minpunten beginnen. Of ja, minpunten… Hier en daar – in het begin wat minder maar over de helft af en toe wat meer – jeukt het verhaal een beetje. Niet echt bleeeh, maar toch. Wat het is kan ik niet precies benoemen: een overtrokken uitspraak, net iets te veel sentimentaliteit, twee of drie onwaarschijnlijkheden te veel. Zo, dat is gezegd.

Want hoewel het bovenstaande waar is, en hoewel dat sommige kijkers misschien afstoot, heeft Alfonso Cuaron verder een ronduit schitterende film afgeleverd. In visuele zeggingskracht, in sfeer en tempo, in spanning en vooral in de indruk die de film nalaat. Ik bespreek de punten één voor één.

Visuele zeggingskracht. Zelden heb ik in de laatste jaren een film gezien die op dat gebied zo fris en indrukwekkend oogt. Enerzijds zijn de effecten werkelijk verbluffend. De ruimte is nooit eerder zo realistisch op het filmdoek verschenen: of het nu gaat om de bewegingen van de astronauten, de brokstukken die door de ruimte schieten, de prachtige beelden van de aarde of de uit elkaar spattende ruimtestations: ik heb met open mond zitten kijken. Kun je nagaan: afgezien van de gezichten is vrijwel alles CGI, maar dit keer kan ik het echt nauwelijks zien.

Sandra-Bullock-in-Gravity-2013-Movie-Image-6

Anderzijds gaat de film ook fantastisch om met het concept beweging: niet alleen tuimelen de personages voortdurend stuurloos en gedesorienteerd door het luchtledige, ook de camera zweeft steeds mee, buitelt om en om, pant mee en zoomt uit, zodat je als kijker voortdurend het idee hebt dat je lijfelijk bij de gebeurtenissen aanwezig bent. Een ware tour de force van meestercameraman Emmanuel Lebezki.

Sfeer en tempo. Gravity is een rollercoaster met een enorm tempo dat de adrenaline door je lijf jaagt maar de film kent tegelijkertijd wonderlijk stille en contemplatieve momenten, die verrassend goed werken. Voor een deel komt dat door het krachtige acteerwerk en de manier waarop het verhaal wordt verteld – geheel zonder flashback en compromisloos trouw aan de locatie -, maar het ligt zeker ook aan de sterke combinatie van muziek en geluidseffecten. Nu eens onverdraaglijk hard, dan weer volkomen geluidloos; telkens precies op het juiste moment, altijd ongemeen effectief.

In-space-no-one-can-hear-Sandra-Bullock-scream

Spanning. Er zijn vier of vijf momenten in de film dat ik echt op het puntje van mijn stoel zat. Geen shockmomenten maar zorgvuldig opgebouwde scenes die je af en toe werkelijk de adem benemen. Bullock die aan een cluster linten hangt en de hand van Clooney vasthoudt, de Russische escape-pod die maar niet los wil koppelen, de sprong naar het Chinese ruimtestation en nog wat momenten, maar goed, ik hoef hier niet alles te verklappen.

GRAVITY

De indruk die de film nalaat. Misschien vooral dat je bij de laatste beelden mee naar adem hapt. Dat je het idee hebt een originele, nieuwe film te hebben gezien. Dat je grote waardering opbrengt voor de geleverde acteerprestaties. Dat je de minpunten met het allergrootste gemak naast je neerlegt. Dat je denkt: ja, dit is wat film kan zijn.

En nu heb ik het nog niet eens gehad over de fantastische, 13 minuten durende opening. Of over die scene waarin de camera door de helm van Bullock heen zweeft om de kijker in haar positie te brengen. Of over het belang van de ademhaling van het hoofdpersonage, dat zo’n sturende rol in het verhaal speelt. Ach, breek me de bek niet open.