Wolf (Jim Taihuttu, 2013)

9445144842_ff1a21df98_b

Beoordeling: 7

Ik had Rabat niet gezien, dus voor mij was Wolf de eerste kennismaking met Taihuttu. En hoewel ik eigenlijk helemaal geen zin had in de film viel dat bepaald niet tegen. Impressed.

De jonge Marokkaan Majid (Marwan Kenzari) probeert zijn leven weer op te pakken nadat hij uit de gevangenis komt. Zijn werk bij de bloemenveiling bevalt hem niet en nadat hij eerst als kickboxer aan de slag gaat raakt hij stilaan steeds meer verstrikt in de criminaliteit.

rae

Het eerste dat opvalt aan Wolf is wel de esthetiek. Prachtig opgenomen in zwart-wit herinnert hij sterk aan La Haine, ook al door het neerslachtige decor: een anonieme buitenwijk van een grote Nederlandse stad in de winter. De teleurgang is onontkoombaar binnen deze koude, volgebouwde omgeving. Prachtige maar deprimerende beelden vanaf de daken of in de herkenbare troosteloze straten maken het moeilijk vrij te ademen en dompelen het verhaal visueel in een weinig opbeurend determinisme.

Dat sluit goed aan bij de wens van regisseur Jim Taihuttu om na de hoopgevende Rabat (die in scholen tegenwoordig veel wordt gebruikt om het integratiegedachtegoed te illustreren) een soort negatieve tegenpool te maken. Een film die politiek incorrect een grauwe maatschappelijke werkelijkheid laat zien waarin Marokkaanse jongeren zich weinig gelegen laten liggen aan sociale waarden, persoonlijk eigendom of menselijke omgangsvormen. “Wilders zou de film onverdund in zijn partijprogramma kunnen opnemen”, zegt de regisseur er zelf over.

wolf_37091913_st_2_s-low1-13320-800-600

Ik deel die mening niet. Ja, Wolf is bepaald geen Shoufshouf Habibi, maar ondanks het feit dat de personages behoorlijk irritant en egoistisch zijn, werp je ze toch niet allemaal ver van je af. Sterker nog, juist door de scherpe kantjes komt de film minder geïdealiseerd over dan andere prenten en dat maakt hem even realistisch als intrigerend.

Hoewel de recensies overwegend erg positief waren las ik in Nu een stukje waarin de makers beticht worden van een opeenstapeling van alle mogelijke Mocro-clichés. Totale onzin. Nou ja, totaal: de nadruk ligt op herkenbare situaties aan de negatieve kant, en de film doet weinig moeite een harmonieus evenwicht te zoeken. Om dat nou clichés te noemen? Wolf wil geen posterfilm voor multiculturaliteit zijn. Dat is in dit geval absoluut een kracht en dat er desondanks toch nog begrip ontstaat maakt hem alleen maar beter.

wolf

Dit is een film over jongeren in een kille maatschappij. Hufterig, met weinig gevoel voor medemensen, zonder hoop op of verlangen naar een opleiding en met een defaitistisch credo: als je niet meer kunt vliegen, dan liever een mooie val (prachtig nummer van Appa en Winne uit de (zeer effectieve) soundtrack, en – mooi detail – eigenlijk een citaat uit Toy Story, waar Woody het tegen Bud zegt!).

Marwan kenzari speelt dit motto fantastisch. Zijn voortdurende onvermogen tot reflecteren en zijn onmacht om de zaak in de hand te houden, gekoppeld aan impulsdoorbraken en een duistere obsessie om het conflict aan te gaan brengen hem niet alleen aan de rand van de afgrond, maar er onafwendbaar over heen. Alleen al die slotscene: wauw!

wolf-2

Krachtig, rauw en deprimerend. Goed dus. Maar niet overal. De film duurt duidelijk te lang en op een vreemde manier raak je minder betrokken dan je zou denken. Misschien door de schetsmatige opbouw: alles wordt aangezet maar nergens echt uitgewerkt. Regelmatig werkt dat goed, zoals bijvoorbeeld bij de openingsscene of de wereld van het kickboksen, maar vaak ook zeker niet. De bijrol van vriendin Tessa is bijna lachwekkend, de relatie met de familie (moeder, vader en vooral de aan kanker lijdende broer) hadden meer diepte kunnen hebben en de jachtscene met de wolf lijkt vooral literair bedoeld als titelverklaring.

Taihuttu is echter een bijzondere regisseur die indruk maakt. Zijn volgende film zal gaan over de politionele acties in Indonesie. Ik ben van de partij.

Blue Jasmin (Woody Allen, 2013)

blue-jasmine-sortira-le-25-septembre-en-france

Beoordeling: 6

Woody Allen maakte 46 films in vijftig jaar. Dat noem ik nou een prestatie van niveau. Temeer omdat er een paar klassiekers bij zitten en ook behoorlijk wat “reguliere” kwaliteitsfilms. Blue Jasmin heeft zo z’n charmes maar zingt toch duidelijk een toontje lager.

Nadat haar man is betrapt op financiele malversaties verwisselt Jasmine (Cate Blanchet) gedwongen door geldgebrek de jetsetwereld van New York voor de veel bescheidenere woning van haar zus (Sally Hawkins) in San Fransisco. Hier probeert ze het hoofd en haar geestelijke gezondheid boven water te houden maar dat wil niet echt lukken.

Blue-Jasmine-

Alle thema’s van Allen zijn aanwezig: de liefde voor de stedelijke woonomgeving, vrouwen, complexe relaties, neuroses en onzekerheden, eigentijdse communicatie. Ook in de vorm sijpelt de Amerikaanse meester uit alle porieen: vanaf de zwarte achtergrond met dezelfde witte letters in het begin en aan het einde , via de jazzmuziek, de gefragmenteerde en anecdotische opbouw tot aan de boeiende vrouwenrollen. Alles wat in meesterwerken als Annie Hall of Manhattan zit, is hier ook aanwezig. En toch…

Blue Jasmin is een lichtgewicht. Hier en daar lijkt een pittig thema boven tafel te komen (sociale ongelijkheid, psychiatrie, miscommunicatie en onbegrip) maar voordat het al te serieus kan worden steekt een kwinkslag of een grappige sidekick daar wel een stokje voor. En zo kabbelt het verhaal luchtig van de ene naar de andere anecdote.

bluejasminesallyadc

Dat gebeurt overigens niet slecht. Allen weet natuurlijk inmiddels wel hoe hij een modern verhaal moet vertellen en je blijft dan ook met redelijk wat plezier kijken. Daar staat tegenover dat je nooit echt gegrepen wordt door emoties en nergens kletsend om de oren word geslagen met scherpe humor. De hele film is netjes zindelijk getraind.

Blue Jasmin zou ondanks verdienstelijk vakmanschap snel uit het geheugen verdwijnen als er niet één groot pluspunt was. Cate Blanchet. Wat een geweldige actrice en wat doet ze het hier ongelooflijk goed. Meer dan het scenario of het vluchtige verhaal, zorgt zíj er door haar werkelijk fenomenale acteerprestatie voor dat Jasmin een vrouw van vlees en bloed wordt, die voortdurend geloofwaardig is en die zowel in haar arrogantie als haar kwetsbaarheid weet te boeien en te ontroeren. Dit is niet Woody Allens film, maar de hare.

93

Nou ja, plús die van Sally Hawkins als haar naieve maar eigenlijk veel wijzere zus. Oók een dikke pluim. En – maar dan hou ik er ook echt mee op – van het magistrale einde. Blanchet op die bank in die wanhopige monoloog. De beweging van de camera naar haar gezicht toe. Blue moon. Duisternis. Wát een mooie scene. Kippevel.

You’re next (Adam Wingard, 2013)

164501.50499290_900

Beoordeling: 5,5

De film werd gehypt en de regisseur zou de nieuwe zegen zijn voor het horrorgenre. Bakken vol met lovende quotes. Echt? Voor mij is you’re next vooral een grote teleurstelling. Horror. HA!

De familie Davison komt bij elkaar in een afgelegen landhuis om de ouderlijke huwelijksverjaardag te vieren. Eufemistisch gezegd bestaat er weinig liefde of genegenheid tussen de broers en zussen en hun aanhang maar gelukkig zijn daar anonieme mannen in witte maskers die iedereen gruwelijk vermoorden. Eén wat onwaarschijnlijke gast verzet zich echter met succes en ontdekt een sinister plot.

you-are-next-movie-poster-13

De home-invasion film is zo langzamerhand uitgegroeid tot een subgenre binnen horror. Hoog boven aan de lijst staat Funny Games van Haneke als eenzaam meesterwerk, ergens in het midden zitten spannende films als The Strangers, Panic Room en The last house on the left en op de bodem liggen prenten als The Purge en You’re next. Telkens kun je je daarbij afvragen of het echt om horror gaat. Ja, de vormkenmerken en effecten van horror zijn aanwezig, maar nee, niks bovennatuurlijks, geen monsters, nergens een incestueuze kannibalenfamilie te bekennen. Hooguit een thriller dus.

En dan beginnen de problemen. Voor een thriller werkt you’re next erg slecht. Al voordat het eerste slachtoffer valt hoop je dat de hele familie snel wordt uitgemoord, want het zijn stuk voor stuk irritante etters. Weg identificatiepersonages waar je empathisch bang mee kunt zijn. En als het nou nog geloofwaardige etters zouden zijn, dan was er nog enige voldoening bij hun dood. Maar regisseur Wingard zet de onderlinge strubbelingen zo ongeloofwaardig en overdreven in de verf dat  je meteen afhaakt.

maxresdefault

Dan is er ook nog de misplaatste ruigejongens humor. Zodra het een beetje spannend wordt (wat soms stiekem toch wel even gebeurt) is er een “bevrijdende “ anarchistische lachmogelijkheid die alles bederft. Bot, genant en vooral ongrappig. Nou vooruit: de draad voor de deur levert wel een fraai zwart komisch moment op maar daarna is het toch vooral huilen met de pet op.

De acteurs dragen ook niet echt bij aan een spannende filmbeleving. De prestaties zijn erg matig tot af en toe hinderlijk slecht. Een plezierige uitzondering vormt  hoofdrolspeelster Sharni Vinson die een boeiend karakter tot leven brengt waar meer mee gedaan had kunnen worden.

youre-next-02

Grootste probleem is echter de opbouw van het verhaal. De indringers zijn misschien in het begin nog wel dreigend, vooral door hun maskers en enkele effectieve schrikscènes, maar zodra de maskers af gaan en duidelijk wordt dat het om een familiecomplot gaat (wat voor de meeste kijkers niet bepaald een verassing zal zijn) verdwijnt de spanning en kijk je eigenlijk alleen nog maar om de gore. Die is leuk, maar hij redt de film niet.

En dan ga je nadenken: als dit een huurklus is, hoe zit het dan met de opening van de film, waar dezelfde bende bij de buren twee slachtoffers maakt die niets met de familie te maken hebben? Als een soort van oefening? Zo dichtbij? Ja tuurlijk, zou ik ook doen.

Dat soort gedachtes moet je niet hebben bij een spannende film. Je moet zó in het verhaal op gaan dat gaten in het scenario niet meer belangrijk zijn. Vooral moet je echter op het puntje van je stoel zitten. Hier bleef de hele zitting warm.

Riddick (David Twohy, 2013)

RIDDICK

Beoordeling: 6,5

De trilogie is compleet. Regisseur Twohy (die alle drie de delen maakte) keert na een pompeus tweede deel weer wat meer terug naar de geest van het origineel. Jammer dat Vin Diesel inmiddels een ster is.

Aan het begin van de film is Riddick meer dood dan levend gestrand op een vijandige en woeste planeet. Nadat hij in de eerste 45 minuten de lokale fauna heeft overleefd moet hij het hoofd bieden aan een team premiejagers en een groep soldaten met een link naar zijn verleden. En dan zijn er ook nog – net als in het origineel – hordes vleesetende beesten.

riddick_1

Voor mij was Pitch Black in 2000 een aangename verassing. Natuurlijk, een B-film, maar wel een van het betere soort. Wat me boven alles aansprak was het feit dat regisseur David Twohy destijds zijn relatief beperkte budget (23 miljoen) omboog van probleem naar kracht. Geen geld voor al te veel special effects? Dan maar alles in het donker. Plus de sfeer en de intensiteit van de film: ik kan er nog steeds goed naar kijken.

Daarom was deel twee, Chronicles of Riddick, ook zo’n teleurstelling. Veel te groot, volledig gefocust op de inmiddels tot ster uitgegroeide Diesel en tot aan de nok toe vol met semi-intellectuele religiekritiek. De complete aantrekkingskracht van het origineel lag te grabbel.

Riddick haalt dat gelukkig wel weer wat terug. In plaats van sektes en mensenmassa’s zijn we hier weer terug op een geïsoleerde, woeste planeet met een beperkt aantal personages, binnen een veel kleinere vertelling. Dat brengt absoluut winst. Er is spanning en vaart, de personages lijken goed op hun plek binnen de onherbergzame omgeving en Riddick is weer een ruige rakker.

riddick_7_20130618_1841853574-1024x429

In drie min of meer gescheiden delen tijgert hij zich net als in deel één door schier onoverkomelijke tegenslagen. In het eerste deel vecht hij tegen de elementen en vijandige dieren, in het tweede deel is er sprake van een onderhoudend kat-en-muis-spel met premiejagers en in het derde deel vindt de spectaculaire shootout tussen alle betrokkenen plaats.

Al die delen kennen hun momenten en de rode draad blijft steeds (zij het met moeite) overeind. Tegelijkertijd is geen enkel deel zonder fouten. Als kijker word je dan ook regelmatig heen en weer geschud tussen plezier en teleurstelling (of plaatsvervangende schaamte). Nooit helemaal over de rand van de afgrond, maar soms wel akelig dichtbij.

De effecten zijn niet altijd even geslaagd. Ik las een recensie waarin daarover juist de loftrompet werd afgestoken, maar ik kon er niet altijd even goed van genieten. De dieren zijn mooi maar de motortochten laten te wensen over en de landschappen lijken hier en daar wel erg original Star Trek.

riddick-4

Erger is het feit dat Diesel nu een grotere ster is. Mooi natuurlijk dat hij door een cameo in Tokyo Drift de rechten voor Riddick kon opkopen en de laatste twee delen mee produceerde (en deels mee financierde), maar de extra aandacht voor zijn karakter is niet het sterkste punt uit de film. De relatie met de hond uit het eerste deel (om toch wat sympathie te kweken) werkt niet, de vele puberale oneliners gaan irriteren en acteren? Laat ik geen onnodig zout in open wonden strooien.

En nog erger: over de hele linie wordt de film geplaagd wordt door een vreemd soort onvolwassen machismo. Vreemd, omdat het hier en daar wel degelijk werkt, maar dan weer afzakt naar het niveau van de dertienjarigen in het publiek. Het zit hem in sommige dialogen, in de seksuele toespelingen naar het personage van Dahl (een volstrekte verspilling van de uitstekende Katee Sckoff) en ook wel in het simplisme van enkele teamleden.

Riddick_Sackhoff_2_6_17_13

Toch heb ik voor een groot gedeelte met plezier naar de film gekeken. Opgelucht dat de bombarie uit deel twee was verdwenen en tevreden over het feit dat een deel van de kracht van Pitch Black weer op het scherm te zien was. Een klein deel, maar alla.

Borgman (Alex van Warmerdam, 2013)

Borgman-320156360-large

Beoordeling: 4

Er was laaiend enthousiasme voor Borgman. Vijf sterren in de Volkskrant, vier bij Trouw en NRC. Plus een staande ovatie in Cannes. Wat de neuk?

Borgman (Jan Bijvoet) vlucht aan het begin van de film uit een ondergrondse schuilplaats omdat drie mannen jacht op hem maken. Waarom is niet duidelijk. Hij belandt bij een disfunctioneel gezin en dan begint een absurdistische en wellicht metafysisische dans rondom het doorsnee bestaan waarbij gezinsstructuren en schone schijn weer eens duchtig ontmanteld worden. Nou, woeptiedoe.

Borgman-Jan-Bijvoet

Het is niet dat ik tegen demythificatie zou zijn.  Films van grote ontmaskeraars als Haneke, Seidl en eerder Lynch, Bunuel en Passolini kan ik echt wel waarderen. Het hoeft ook niet allemaal even samenhangend of serieus te zijn. Versnipperde, absurd humoristische vertellingen als Taxidermia of Monty Python and the holy Grail  staan hoog op mijn lijst. Maar dit?

Pretentieus geneuzel. Meer kan ik niet van maken. Of nou, dat kan ik eigenlijk best. Pretentieus geneuzel in een beschimmelde saus van herhalingen uit ouder werk, op een bedje van snobistische vaagheid waar je tenen al knijpend pijn van gaan doen. Geserveerd met houterig acteerwerk, doodgeslagen grappen en ongeïnspireerde maatschappijkritiek. De smaken passen nergens bij elkaar en elke balans ontbreekt. Niet te vreten.

borgman

Ik begrijp de recensies echt niet. Meesterlijk acteerwerk? Ik zie haspelende theateracteurs genant door het beeld strompelen met emoties die nu eens te groot en dan weer nagenoeg afwezig zijn. Goed Bijvoet heeft wel wat interessants en Minis lijkt me een geweldig mens maar de theatraliteit die er zelfs bij hen vanaf druipt (om van de andere personages maar te zwijgen) is soms gewoon te erg voor woorden.

Grote donkere allegorische vertelling? Natuurlijk zie ik de magisch-realistische elementen. De Engelen (of demonen) die op aarde zijn om hun gelederen aan te vullen en in het voorbijgaan laten zien wat er allemaal mis is met het menselijke bestaan, de vaagheid van de personages, de voortdurend opgeroepen vraag naar diepere betekenis. En natuurlijk begrijp ik dat het niet aangaat daarbij uitleggerig te werk te gaan. Maar het feit dat dergelijke elementen aanwezig zijn maakt een film daarom nog niet goed. Je moet er wel ook nog iets mee doen.

1170929_Borgman

Humor? Het zal wel aan mij liggen, maar ik heb niet erg hard gelachen. De lijken die ondersteboven in een bak met cement op de bodem van een vijvertje wiegen: ja, een glimlach. Verder nergens. Niet om de grappig bedoelde opmerkingen van Borgman, niet om de absurde situaties, niet om het belachelijke sliertendansje van Anette Malherbe bij de tuinvoorstelling. Potsierlijk.

Origineel en anders? Warmerdam vaart op zijn gebruikelijke truckjes. Niets nieuws onder de zon dus. Een sterk gestileerd decor, absudisme, veel stilte in de geluidsband, afstandelijk aanvoelende karakters, oerhollandse archetypes en bakken vol vervreemding. Alles wat in Borgman te zien is werd al eerder (en beter) getoond in Abel of De Noorderlingen, twee films waar ik overigens allebei erg van heb genoten.

Daar bovenop heb ik ook nog moeite met de verhaalopbouw. Wat zeg ik: na een half uur dacht ik dat de spoelen in een verkeerde volgorde werden vertoond omdat het gedrag van de personages psychologisch volstrekt onverankerd was en gebeurtenissen elkaar opvolgden zonder inleiding of afronding. Totdat ik me realiseerde dat digitale projectie niet meer met spoelen werkt. Pfff.

borgman-01-Borgm

OK. Ik vond de opening leuk. Dáár ligt spanning, is de vaagheid niet alleen verdraaglijk maar zelfs functioneel en spannend en lijkt zich een zee van boeiende mogelijkheden te openen. Plus het decor en het camerawerk zijn zoals altijd bij Warmerdam absoluut de moeite waard. En – maar dat had ik al gezegd – Hadewich Minis lijkt me een geweldige vrouw. Dat dan weer wel. Maar ja.

Ik denk dat ik geen andere keus heb dan mijn abonnement bij de Volkskrant op te zeggen.

 

Jobs (Joshua Michael Stern, 2013)

jobs

Beoordeling: 5,5

Biografische films: ik weet het niet. Of nee, ik weet het wel. Ik heb er niks mee. En met deze al helemaal niet.

Steve Jobs is eerst een rare jonge student, dan een vindingrijke maar ook wereldvreemde entrepeneur met steeds meer succes en tenslotte een van de meest succesvolle mannen van de 20ste eeuw. Gaap.

JOBS_1

De eerste minuten van de films mogen als indicatief gelden. Eerst bekende beelden uit het nieuws, voor het grote scherm nagespeeld, van de onthulling van de I-pod in 2001 en dan een snelle switch naar 1971: een collage die de jonge jaren moet omvatten: een lsd-trip, reis naar India, eerste vriendschap, computers bouwen bij mama in de kelder. Het probleem: er is geen echte samenhang anders dan het feit dat het natuurlijk allemaal om Steve Jobs gaat. Geen sturing, weinig dramatiek en niets dat werkelijk interesse wekt.

Na verloop van tijd denk je, ach, ik ben nu toch aan het kijken, laat ik maar meegaan in het verhaal. Dan zie je hoe Jobs allerlei knappe vindingen doet en eigen ideetje doorzet waar anderen loslaten, vervolgens hoe hij een bedrijf start (dat in volgende scenes plotseling al heel groot blijkt te zijn) en tenslotte hoe hij moet vechten tegen het bestuur. Oh ja, tussendoor blijkt ook dat hij echt niet aardig is en mensen gebruikt, maar toch blijft hij wel een held op eenzame hoogte. De kracht van het creatieve individu, dare to be your true self, never give up, dat soort dingen.

jobs-movie-poster-14

De film trekt dat  niet. Regisseur Joshua Michael Stern blijft aan de oppervlakte en laat Jobs nergens echt tot leven komen, scenarioschrijver Matt Whiteley zoekt nergens rafelige randjes op en blijft steeds hangen aan de oppervlakte en de welgeteld 17 producenten lijken Apple toch niet al te veel in de weg te willen legen. ja, hier en daar is wel een kritiekpuntje te horen, maar het bedrijf heeft er toch vooral een twee uur durende commercial bij. Wel een saaie.

Dan valt Kutcher mij eigenlijk nog wel mee in deze niet bepaald makkelijke hoofdrol. Goed, zijn overdreven loopje is eerder storend dan karakteristiek, maar over de hele linie weet hij zichzelf goed overeind te houden. Let op: ook hij brengt Jobs nergens echt tot leven, maar zo slecht als hij in sommige recensies wordt beschreven: nee.

images2

Ik ben geen Jobs-kenner, dus in hoeverre de film het werkelijke leven van de Apple-gigant verbeeldt kan ik niet zeggen. Production designer Freddy Waff heeft in ieder geval zijn best gedaan en de wereld van de jaren 70 en 80 leuk en herkenbaar nagebouwd. Ook het feit dat veel scenes uit Jobs jeugd in het huis van zijn ouders zijn opgenomen heeft wel wat. Plus de muziek en het camerawerk zijn niet onaardig.

jobs-movie-poster-17

Maar in een film als deze zou meer moeten zitten. Iets boeiends, iets levendigs, iets dat tot de verbeelding spreekt. Iets waardoor je meteen na de laatste beelden de biografie van Jobs ter hand zou willen nemen. Nou Inot.