Now you see me (Louis Letterier, 2013)

now_you_see_me_ver3_xlg

Beoordeling: 5

Als trailer lijkt het nog heel wat: visueel spektakel, humor, dubbele lagen en twists. Maar dan zit je in de bioscoop en waar het vóór de pauze nog best een zesje had kunnen worden, loopt daarna de ballon slap sissend leeg. The magic has left the building.

Vier goochelaars worden gerecruteerd door een geheimzinnige opdrachtgever. Samen moeten ze een aantal acts opvoeren die het verwende moderne publiek verbluffen maar tegelijkertijd een dekmantel vormen voor hun werkelijke bedoelingen. Twee agenten (Mark Ruffalo en Melanie Laurent) proberen licht in de duisternis te brengen. De kijker raadt mee.

NOW YOU SEE ME

De openingsscènes – dat moet ik bekennen – zijn absoluut niet slecht. Regisseur Louis Leterrier (The Transporter, The Incredible Hulk en Clash of the Titans) introduceert met vier korte anekdotes de hoofdpersonages en weet ze daarmee echt goed neer te zetten. Vooral Woody Harrelson maakt indruk met zijn mentalist-act .

Maar daarna gaat het eigenlijk alleen maar bergaf. Misschien omdat de gezamenlijke optredens veel groter zijn. Dat levert aanvankelijk nog wel wat visuele magie op en hier en daar een makkelijk verzilverbare lachsalvo (ik zeg: freeze!) maar ook lege vorm boven toch al weinig boeiende inhoud. De karakters verliezen hun glans en het verhaal wordt een doolhof van vage aanwijzingen en geforceerde dubbele bodems.

NOW YOU SEE ME

Als na de pauze de focus wat meer op de relatie tussen de twee agenten komt te liggen verlies je werkelijk elk interesse. Veel Libelle-psychologie, achter elke deur zit weer een nieuwe deur en iedereen is verdacht. Dat haalt de spanning weg en slaat emotionele betrokkenheid volslagen dood. Het hoge tempo is daarbij misschien enerzijds een zegen: het zorgt ervoor dat je geen tijd hebt om lang stil te staan bij de duidelijk voelbare gaten in het scenario; anderzijds werpt het ook roet in het eten, want elke vorm van diepgang en karakterontwikkeling wordt erdoor om zeep geholpen.

nowyouseeme_19

Aan het einde vallen de puzzelstukjes één voor één op hun plek maar dan wacht je enkel nog ongeduldig op de aftiteling. Pief, daar kussen de agenten (want ja, er was toch duidelijk spanning tussen die twee, dat had een van de goochelaars immers gezegd); paf, daar hebben ze iedereen toch maar weer mooi tuk en poef, daar duikt een overleden goochelaar op en blijkt de uiteindelijke mysterieuze opdrachtgever een wel héél onwaarschijnlijk personage. Bleh!

download__12_

Nee, niet mijn film. Daar kunnen zelfs oudgedienden als Morgan Freeman en Michael Caine niets meer aan doen. Now you see me blijft ook in de uitwerking trouw aan zijn eigen motto: the more you look, the less you see.

World War Z (Marc Forster, 2013)

world_war_z_locandina_ita

Beoordeling: 8

Het zal ongetwijfeld aan de crisis liggen maar de wereld vergaat talloze malen deze blockbusterzomer. In tegenstelling tot andere films doet World War Z dat goed.

Gerry Lane (Brat Pitt) van de United Nations heeft zijn carriere vaarwel gezegd en zorgt nu thuis voor de kinderen. De uitbraak van een virus dat wereldwijd mensen in zombies verandert en de maatschappij zoals wij die kennen volledig ontwricht roept hem terug. In een wanhopige strijd tegen de tijd zoekt hij op verschillende locaties naar een oplossing.

world-war-z

World War Z is gebaseerd op het gelauwerde boek van Max Brooks dat de focus legt op mondiale sociale en politieke consequenties van een virale besmetting. Ik heb dat boek niet gelezen en kan dus niet bevestigen wat veel recensenten en fans schrijven, namelijk dat er vrijwel niets van Brooks ideeën terug te vinden is. Ik vond de globale schaal juist sterk uitgewerkt en een van de pluspunten van de film. Zo zie je maar dat lezen zwaar overschat wordt.

WorldWarZ_200-s6-c30

Daarnaast is er sprake geweest van een ware productiehel. Overschrijding van budget, vier elkaar opvolgende scenarioschrijvers, revisies van het script tijdens het filmen, een compleet nieuw laatste deel, een cameraman die zijn naam niet op de credits wil. Meestal leidt dit tot versnippering en gebrek aan evenwicht – dat is ook wel wat je leest in veel kritieken op het internet – maar ik deel die mening niet. Het verhaal is prima te volgen en maakt een intelligente en realistische indruk.

Laat ik duidelijk zijn: World war Z is een uitstekende film. Grootschalig, overtuigend, spannend. Goed gespeeld en krachtig in opbouw en scope. Plus vernieuwend. Want hoewel zombies wel eerder in grote steden hebben huis gehouden (28 hours later, I am legend) gebeurde dat nooit op deze schaal. De scenes in de grote steden als Chicago en Jeruzalem zijn even dreigend als overweldigend. Ze zetten de toon en geven je werkelijk de indruk dat de wereld als geheel hopeloos verloren is.

World-War-Z-trailer-2

Daarnaast zijn er echter ook genoeg kleinere momenten, zoals de supermarkt en de nacht in het flatgebouw, om Lane en zijn gezin sympathiek te maken. Sterk in dit verband is het feit dat de film het aandurft om na de mondiale schaal in de eerste twee delen de slotclimax te situeren binnen de claustrofobische gangen van een Engelse onderzoeksinstelling. Niet wat je zou verwachten en juist daardoor heel effectief.

Het evenwicht in de film is wonderbaarlijk goed en dat mag een klein wonder heten. Het gaat immers om niet meer dan een opeenstapeling van losse anekdotes, veel wisselende karakters waarvan sommige maar korte schermtijd krijgen en een hoofdpersonage dat aanvankelijk vooral familievader is maar later zelfstandiger opereert. Normaliter is dat nauwelijks in de hand te houden maar anders dan de azijnpissers op IMDB beweren resulteert dat hier in een opmerkelijk heldere rode draad en een effectieve combinatie van grote massascènes en kleinere individuele momenten. Petje af.

world-war-z-filmi

De zombies zijn niet wat genrefans verwachten. De film kent eigenlijk geen enkel bloederig moment en van een afstand is een zombie – vooral in de massascènes – niet duidelijk te onderscheiden. Je zou kunnen zeggen: jammer maar het draagt wel bij tot de algehele chaos. Van dichtbij is het een ander verhaal: hier zien we de aangetaste huid en de witte pupillen uit andere films. De zuchten en vooral het klikken van de tanden roepen in een bioscoop hier en daar onbedoelde lachsalvo’s op, maar call me a sucker: ik vond het wel wat hebben.

1

Pitt speelt uitstekend. Ik had nergens het idee dat zijn status als superster uitbundig geëxploiteerd werd, zoals dat wel het geval was bij Cruise in Oblivion. Ook de rest van de cast weet indruk te wekken, zeker Mireille Enos als Lanes echtgenote en iemand als Daniella Kertesz, de Israelische soldate die ondanks haar beperkte rol van het scherm spat. Leuk trouwens om af en toe een wat bekendere acteur twee minuten voorbij te zien komen (Matthew Fox, David Morse, Moritz Bleibtreu). Dat kan ook storend zijn, maar nee.

Enige element wat voor mij niet had gehoeven is de 3D. Duidelijk achteraf toegevoegd had ik er meer last van dan plezier. Vooral de scenes waarbij twee acteurs met elkaar spreken in verschillende focusgebieden zijn ronduit hoofdpijninducerend. Ook de snellere (donkere) actiescenes hebben er last van: vaak zie je niet meer wat er precies gebeurt. Onnodig en storend.

Maar verder toch vooral lof. Zo mág de wereld van mij wel eindigen.

Man of Steel (Zack Snyder, 2013)

man_of_steel___a_hero_will_rise__movie_poster_by_djprincenorway-d62ztdy

Beoordeling: 7

Superman is zonder twijfel de saaiste superheld aller tijden. Een brave, aangepaste chin-up goody two-shoes. Dat was zo in de strips en tot nu toe ook in alle verfilmingen. Weinig hoop dus, zou je denken. Maar wacht even.

Man of steel vertelt gewoon het hele verhaal opnieuw vanaf het begin. De verwoesting van Krypton, de landing op aarde, een verborgen jeugd met de nodige incidenten en tenslotte de groei naar volwassenheid en de strijd met een oude vijand. Bekend uit de eerste Richard Donner Superman 1978 (pfff) maar absoluut in een nieuw jasje. En dat is dan misschien geen haute-couture maar het staat wel stoer.

maxresdefault (1)

Ik dacht aanvankelijk: dit kan eigenlijk niet goed gaan. Superman is te saai. Net als andere striphelden van voor de oorlog – Captain America, Aquaman, Flash Gordon -vertegenwoordigt hij een archetype dat niet meer past binnen moderne opvattingen: de smetteloze alleskunner die vrouwen uit brandende huizen redt, vlerken zonder hen te deren naar de gevangenis brengt en als het moet kinderen helpt bij het oversteken. Plus onkwetsbaar. Waar zit daar nog het drama?

Snyder weet dat probleem weliswaar niet helemaal te omzeilen – hé, we hebben het over Superman! – maar samen met scenarioschrijver David S. Goyer en waarschijnlijk ook wel wat suggesties van producent Christopher Nolan, kan hij er toch een eigentijdse draai aan geven. Enerzijds door het verhaal en anderzijds door de effecten.

man-of-steel 2

Het verhaal focust, zeker vóór de pauze, volledig op het feit dat Superman eigenlijk een alien is en niet echt past binnen de menselijke samenleving. De problemen en dillemma’s die daaruit voortvloeien worden niet heel diepgravend maar wel effectief in beeld gebracht. Snyder kiest voor een non-chronologische aanpak en strooit binnen een verhaallijn waarin de jong-volwassen Clark Kent zijn best doet om de wereld te ontvluchten zwierig met herinneringen en flash backs in het rond. Daarbij dragen zowel het wat blauw gehouden kleurenpalet als het mooie spel van Diane Lane en Kevin Kostners als Supermans aardse ouders in belangrijke mate bij aan de geloofwaardigheid.

man-of-steel-kid-farm-truck

De effecten zijn absoluut spectaculair. Wat zeg ik: overdonderend. Dat begint met de verbeelding van de wereld op Krypton: organisch, insectoide en donker, vervolgt met de mooie eerste vliegpogingen van de verse held en mondt tenslotte uit in het wervelende en uberdimensionale eindgevecht. De props zien er fantastisch uit, de cape wappert rechtstreeks vanuit de computer zoals een cape behoort te wapperen en de flitsende bewegingen van de protagonisten voelen nieuw en anders aan.

Je zou kunnen klagen over overdaad, met name als tijdens het slotgevecht tussen superman en General Zod een halve woestijn, een hele stad en een deel van de ruimte rondom de aarde in puin worden gelegd. Mij kon het niet groot genoeg worden. Hop, nog maar een flatgebouw doormidden en doing, laten we die satelliet dan ook maar meenemen. De adrenalineverhogende schoonheid van ongelimiteerde vernietiging: hmmm, ik zou zó meedoen.

Man-of-Steel-Trailer-620x346

Tenslotte – bepaald niet onbelangrijk – is daar the man of steel zelf. Mooie keuze. Henry Cavill kan zowel de aardse en wat ontheemde kant van Superman neerzetten als de bovenmenselijke godenstatus belichamen. En dat zowel wat fysiek betreft – ja dames, twee shirtloze scenes demonstreren dat de maandenlange trainingen stevig bloeiende vruchten hebben afgeworpen – als psychologisch.

man-of-steel-6

Op de terugweg verschilden Jan en ik van mening. Jan vond de film uiteindelijk vooral overdadig, versplinterd en boven alles saai. Ik niet. Ik heb me prima geamuseerd. En wat een ondoenbare klus leek is wat mij betreft geklaard: Superman is een stuk interessanter geworden. Ik kan niet wachten op de nieuwe Lex Luthor.

Import/export (Ulrich Seidl, 2007)

1254352730087

Beoordeling: 9

Met elke film van Seidl die ik zie stijgt mijn bewondering voor deze eigenzinnige regisseur. Mogelijk zit er ergens een misser tussen zijn werk maar ik ben hem nog niet tegen gekomen. Wat ik wél zie is zonder uitzondering bovengemiddeld goed.

Import is het verhaal van verpleegkundige Olga die uit de Oekraine naar het westen reist om daar geld te verdienen in het beloofde land. Export het verhaal van Pauli een ontslagen beveiligingsbeambte die met zijn stiefvader naar het Oostblok reist om daar geld te verdienen met apparatuur die in het westen niet meer gebruikt wordt. De twee verhalen worden los van elkaar verteld maar de kruismontage en het feit dat de personages in elkaars wereld rondlopen zorgen voor duidelijke parallellen met een bleke, koude boodschap: het leven is bepaald geen feest.

19027698.jpg-r_640_600-b_1_D6D6D6-f_jpg-q_x-xxyxx

Met zijn eerste speelfilm “Hundstage” uit 2001 – hij had toen al behoorlijk wat documentaires gemaakt – liet Seidl zien geen echte optimist te zijn. Import/Export zet die tendens voort. Ja, de hoofdpersonages zijn allebei integere karakters, die ondanks alles het hoofd boven water blijven houden, dat is anders dan Hundstage, want daarin was werkelijk iedereen vervelend, maar dan nog. De dingen die ze meemaken zijn ontluisterend en mensonterend en ze worden beschenen door koud winterlicht en vale neonbuizen. Elke vorm van hoop staat in een vuilniszak aan de rand van de straat.

article00

Dat je daarin gelooft – je zou het in een andere film ook makkelijk overtrokken of bevooroordeeld kunnen vinden – ligt aan een aantal elementen. Technisch vakmanschap, uitstekende acteurs, de knappe vertelwijze en een symbolisch verhaal vol metaforen. Achtereenvolgens:

Het vakmanschap zit hem in de beheersing van het medium. Binnen zorgvuldig geselecteerde en knap gefotografeerde decors in die typische Seidl stijl – statische, vaak symmetrische beelden met veel ruimte voor leegte – lopen alle personages voortdurend verloren en lijken ze uitzichtloos eenzaam. De film is een gruwelijk prentenboek vol afgebladderde flatcomplexen en verlopen interieurs. Dat allemaal, plus de ontbrekende muziek, de pijnlijk accurate dialogen en een stille, onopvallende montage met op de juiste momenten sprongen naar het andere verhaal, veroorzaakt een onafwendbare sfeer van wanhoop en moedeloosheid.

2563_5

De acteurs spelen ongemeen natuurlijk. Dat geldt voor de hoofdpersonages die zó uit hun werkelijke leven lijken te zijn weggelopen (en voor de zwerver Paul Hoffman die Pauli speelt geldt dat ook echt), voor alle ondersteunende karakters (soms zie je een actrice uit een latere film, zoals de verpleegkundige die later de hoofdrol zal spelen in Paradies Glaube) maar vooral voor de demente bejaarden in het naargeestige verpleeghuis. En daar begint het akelig te worden, want die spelen niet: het zijn echte demente bejaarden. Vindt daar maar eens wat van.

importexport

De vertelstijl is uiterst effectief. Seidl snijdt de twee verhalen door elkaar heen en laat eerder anecdotes zien dan een lineair verhaal. Daardoor werkt hij nergens naar toe en dat is nu juist de kracht van het verhaal, omdat het een gestructureerde verbeelding van het thema is: we gaan nergens heen. De anekdotes zelf zijn overigens voortdurend boeiend, of het nu gaat om de sollicitatie-instructie die Pauli krijgt bij het arbeidsbureau, de tergende en toch nooit echt overtrokken vernedering die Olga moet ondergaan als ze voor korte tijd au pair is, de zwerftochten van Pauli en zijn stiefvader langs de gehavende winterse flatgebouwen of de gebeurtenissen in het verpleeghuis.

Dat is ook wat je als kijker overhoudt aan het einde van de film. Een verzameling verhalen, misschien meer nog beelden, die niet meer uit je hoofd willen. Olga die in het mortuarium voor een overleden bejaarde bidt, zielloze seks voor een computerscherm, Pauli die met zijn stiefvader in een verlopen cafe bekvecht over harmonie, een trieste telefonische serenade voor een dochter ver weg, de niet startende brommer van de openingsscene. En het afgrijselijke slotbeeld: de demente bejaarden in een donkere zaal die brabbelen. Wie is daar? Stinkt. Dood.

snapshot20080912142412az9

Een symbolisch verhaal zei ik nog. Natuurlijk zijn er ook in de oekraine mooie flatgebouwen. En vanzelfsprekend is de zorg voor bejaarden in Wenen niet altijd even slecht als hier op z’n Jiskefets verbeeld wordt. Het gaat dan ook niet louter om de weergave van een objectieve werkelijkheid. Ondanks de documentaire achtergrond van Seidl gebruikt hij wel degelijk symbolen en metaforen. Natuurlijk is het verhaal van de twee karakters die in elkaars omgeving min of meer hetzelfde meemaken ook bedoeld als zinnebeeld voor het lot van de mens. Als parabel over de overeenkomsten tussen oost en west. Als sociologische bespiegeling over de condition humaine.

importexportpic

Wat is het toch met Oostenrijk dat het regisseurs als Haneke, Hausner en Seidl genereert. Begrijp me niet verkeerd: ik klaag niet, maar het is wel opmerkelijk. Wat zit er daar in het water? Waarom die films waar je ongemakkelijk van wordt? Gelukkig hebben we Ernst Marischka nog, anders werd het eng.

Song for Marion (Paul Andrew Williams, 2012)

Song-for-Marion-UK-Poster

Beoordeling: 6,5

Eigenlijk is er weinig mis met “Song for Marion” en veel dingen zijn zelfs zwaar in orde. Alleen die voorspelbaarheid. Terwijl er met dit team volgens mij toch meer mogelijk is.

De norse ouwe Arthur (Terence Stamp) zorgt prima voor zijn zieke vrouw Marion (Vanessa Redgrave) maar kan zich moeilijk uiten en ligt overhoop met zijn zoon (Christopher Eccleston). Door een tragikomische samenloop van omstandigheden wordt hij lid van een onconventioneel ouderenkoor onder de bezielende leiding van Elisabeth (Gemma Arterton). Uiteraard (!) vindt hij zichzelf terug en wordt een beter mens.

w964

Als je het zo hoort klinkt het wat oubollig en op momenten is het dat absoluut ook. Regisseur Paul Andrew Williams is na twee vage horrorfilms en de goed ontvangen “London to Brighton” in zijn eerste mainstreamprent duidelijk op zoek naar een generieke feelgoodsfeer voor een zo breed mogelijke doelgroep. Dat levert soms dikke momenten op die ook wel een onsje minder hadden gemogen, zoals bijvoorbeeld de publieksreacties bij de openluchtvoorstelling, maar soit.

Je kijkt daar graag over heen want de acteurs maken veel goed. Het ensemble – de grote kracht van deze film – is voortreffelijk gekozen en speelt met zwier. De koorleden zelf zijn misschien nét te cute met hun rockkostuums en hiphopoutfits, maar zowel Arterton als Eccleston weten voortdurend natuurlijk te overtuigen. En dan zijn er natuurlijk nog de twee hoofdrolspelers: niets minder dan een feest. Redgrave is aandoenlijk en tegelijkertijd ongelooflijk krachtig maar het is Stamp die de film draagt. Zijn norse Arthur boort zich door elke weerstand naar een plek in je hart.

8452_song-for-marion-stamp-640-1

Daarnaast is er ook wel sprake van een prettige afwisseling tussen humor en ontroering. Hier en daar over het randje maar nooit werkelijk storend. Thematisch gezien mist het scenario weliswaar de scherpte van de inhoudelijk vergelijkbare “As it is in heaven” maar dat is ook niet de bedoeling. De film wil niet veel meer zijn dan goedgemaakt amusement.

5250255,4ed6S3v2zWk1GD6UDxN8BlwT0pTtOMusvGW2t6vM_WRbMtSCVai_EnHoxeVgiZb1aX+nfpXBgAMmtjWsCqzvHg==

Toch ligt juist dáár het centrale probleem. Vanaf de eerste minuut weet je waar het naar toe gaat en hoe de tranen getrokken zullen worden. Met de beste wil van de wereld kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat met deze regisseur, met deze scenaristen en vooral met deze acteurs het onderste uit de kan veel dieper had gelegen. Een gemiste kans.

Song_for_Marion_-_T_386445a

Song for Marion (in Amerka uitgebracht als “Unfinished song”) casht wat makkelijk in op de feelgoodstroom en de hype van ouderenkoren die moderne muziek uitvoeren maar doet dat ook weer niet onverdienstelijk. Het is geen goede film. Wel een sympathieke.

Paradies Hoffnung (Ulrich Seidl, 2013)

paradies_poster

Beoordeling: 8,5

In een voor zijn doen milde stemming sluit meesterregisseur Ulrich Seidl zijn Paradies-trilogie prachtig af. Opnieuw laat hij zien een van de beste regisseurs van de moderne Oostenrijkse film te zijn.

Melanie (Melanie Lenz) is 13 en brengt de zomer door in een dieetkamp terwijl haar moeder (Teresa uit Paradies Liebe) in Kenia op zoek is naar seks en liefde en haar tante (Anna Maia uit Paradies Glaube) het geloof langs de deur verkoopt. Zij praat met haar nieuwe vriendinnen over seks en jongens, heeft kussengevechten, gaat stiekem naar het nabijgelegen dorp om te dansen en wordt verliefd op de dokter.

fotoshow_98118886_04

Net als in zijn vorige films vertelt Seidl – samen met zijn co-scenariste en vrouw Veronika Franz – strikt genomen geen lineair verhaal, maar schets hij het leven van Melanie in anecdotes en verstilde beelden. Hij doet dat zó goed dat je op momenten vergeet dat je naar een film zit te kijken.

In vergelijking met zijn vorige films is deze mild van toon. De saamhorigheid van de pubers treedt zonder romantisering in elke scene naar voren en de personages lijken oprecht op zoek naar contact en genegenheid. Daarnaast is er ook ruimte voor humor: de film kent opvallend vaak grappige momenten.

9771d2bbc70776d254c611f886617940

Uiteraard gebeurt dat op zijn Seidls en zijn er ook voorbeelden van cultureel, sociologisch en psychologisch pessimisme. De dokter die in zijn behandelruimte op de tafel ligt en whisky drinkt, de bizarre manier waarop de leidinggevende volwassenen volharden in hun volstrekt belachelijke rollen en de eenzaamheid van Melanie als ze op een moeilijk moment haar moeder belt en geen gehoor krijgt (terwijl je als kijker uit de vorige film weet wat ze ondertussen doet).

Het ongemakkelijkst is wel de verhouding tussen Melanie en de dokter. Die bevat duidelijke elementen van pedofilie en overschrijding van grenzen. Hier weet Seidl net als in zijn andere werken een ongemakkelijke sfeer te scheppen waarbij je als kijker even je vingernagels in je palmen zet.

20137369_1_IMG_FIX_700x700

De scene waarin de dokter de stomdronken en bewusteloze Melanie vanuit een cafe terug naar het kamp voert mag hier als voorbeeld gelden. Het gaat om beelden. In eerste instantie is er het beeld van de auto die stil staat op een wat beschutte plek langs een autoweg. Daarna volgt een beeld dat minuten lang lijkt te duren: het interieur van de auto: links op de achterbank ligt Melanie bewusteloos te slapen, rechts zit de dokter achter het stuur en kijkt haar steeds aan zonder iets te zeggen. Je ziet hem denken: zal ik? Nee, kan niet. Toch wel. Meesterlijk en ongemakkelijk. Vervolgens breng hij haar naar een nat en mistig bos en daar ontstaat het laatste beeld: hij legt haar bewusteloos op de grond en besnuffelt haar van alle kanten. Als kijker draai je weg. Dan gaat hij naast haar liggen en sluit zijn ogen. Einde scene.

seidel-04

En toch is er geen oordeel. Hier toont Seidl zich een ware meester. Hij laat de dokter óók zien in zijn eenzaamheid en twijfel en zonder iets sterk te sturen biedt hij de kijker daarmee zijn eigen mogelijkheden tot interpretatie en oordeel. Dat veroorzaakt twijfel en daarmee ongemak. Stof tot nadenken en bakken vol met discussies achteraf. Geweldig! Maar er is meer.

De jonge actrices in Paradies Hoffnung zijn fenomenaal. Wat zij klaarspelen – ik heb echt geen idee hoe Seidl dat voor elkaar heeft gekregen – is dat je geen moment denkt dat je naar acteurs zit te kijken. Niet één keer doet een scene geforceerd of gespeeld aan. Het gesprek dat Melanie op het bed met haar vriendin heeft over seks, jongens en pijpen is zó ongelooflijk natuurlijk dat je er volledig in opgaat. Je lacht mee, voelt de onbeholpenheid op een persoonlijk niveau binnen komen en hebt totaal geen weerstand tegen de bakken met sympathie die over je uitgestort worden. Ongelooflijk. Het enige probleem dat dit mogelijk oproept is dat de meisjes daardoor niet echt 13 lijken maar dat is een schijnprobleem: ten tijde van de opname was Melanie écht 13. Nóg ongelooflijker.

395875048_640

En dan is er nog de esthetiek. Net als in de vorige films is er opnieuw sprake van een opvallende stilering waar ik grote bewondering voor heb. Noem het “esthetisch naturalisme”. Het gaat om een combinatie van belichting, camerawerk – in dit geval gerealiseerd door twee cameramannen: de Amerikaanse Edward lachman en de Oostenrijkse Wolfgang Thaler – en ritmiek.

ulrich-seidls-paradies-hoffnung

Een typisch Seidl beeld bestaat uit een meestal symmetrisch stilleven van een onooglijk maar fantastisch gefotografeerd interieur of exterieur waarin personages strak geplaatst zijn en praten. Hierdoor krijgen beelden een fotografisch karakter en – vaak onbewust –  grote zeggingskracht. Daarnaast zijn er de herhalingen. De kinderen die in witte shirtjes van links naar rechts of omgekeerd door een stil interieur of een bos lopen, de kamertaferelen, de momenten in de behandelkamer. Zo ontstaat structuur en dynamiek in een verhaal zonder duidelijke lijn.

paradise_hope_1_verena_lehbauer_melanie_lenz_johanna_schmid

Ik denk dat Seidl een van de belangrijke filmmakers van de nieuwe tijd is. Zijn vakmanschap en beheersing van technische middelen staan buiten kijf. Daarnaast is zijn trilogie Paradies net als de Decaloog van Kieslowski een belangrijk sociologisch commentaar op het moderne leven. Dit is materiaal voor de geschiedenisboekjes.

The Hangover III (Tod Phillips, 2013)

656je71i9lhc33s547p008k142_2

Beoordeling: 4

De eerste hangover vond ik echt leuk. Fris, anarchistisch en aangenaam grappig. De tweede was een herhaling en miste daardoor wel originaliteit maar ach. De derde slaat de plank volledig mis.

The wolfpack besluit dat de baardige Alan rijp is voor therapie. Op weg naar de instelling worden ze overvallen door John Goodman en zijn bende, die op zoek zijn naar het goud van Mr. Chow. Doug wordt gegijzeld en the wolfpack moet Mr. Chow zien te vinden en hem het goud afhandig maken. Pffff.

THE HANGOVER PART III

Mocht de bovenstaande beschrijving onsamenhangend klinken: dat ligt niet aan mij. In een noeste poging niet opnieuw een kopie van het eerste deel te maken besloot regisseur Todd Phillips dit keer het roer om te gooien en de grappen wat meer naar de achtergrond te plaatsen. Daarvoor schreef hij samen met Craig Mazin een geforceerd en warrig scenario waarin logica plaats maakt voor actie. Domdomdom.

Als iets de hangover serie leuk maakt dan is het wel de wat botte en simpele humor waarin tijgers in de badkamer opduiken, stunguns voor de klas worden gedemonstreerd en baby’s tegen taxideuren worden geplet. Nu zal ik niet zeggen dat The Hangover III helemáál geen grapjes bevat, maar je moet ze wel met een vergrootglas gaan zoeken en als je ze vindt zijn ze ook nog vaak niet leuk. Ja, OK, bij “I believe I can fly” en de broek op de enkels heb ik wel even moest glimlachen. Maar kom op!

maxresdefault

De actie die daarvoor in de plaats komt valt tegen. Er zijn wat onverwacht harde momenten die onaangenaam botsen met de toon vallen van de eerdere delen en voor de rest is het vroemvroem en piefpafpoef gedeelte totaal oninteressant. Telkens wacht je toch op een grap.

De nadruk in dit deel ligt op Alan en Mr. Chow. Misschien logisch, want het zijn de leukste karakters uit de serie en als concept klinkt dat goed, maar hier werkt het niet. Hoe verder de film vordert hoe meer blijkt dat hun succes  in de vorige delen te maken had met dosering: doordat ze toen slechts sporadisch naar de voorgrond traden bleef je geïnteresseerd en wilde je meer zien. Nu ze een groter podium krijgen blijken ze niet altijd even gevat en verliezen ze een deel van hun magie.

thehangover3001

Op de acteerprestaties valt weinig af te dingen. Iedereen doet wat hij moet doen maar de echte chemie uit het eerste deel (en ook nog wel een beetje uit het tweede) is verdwenen. John Goodman is een leuke aanvulling maar ook hij haalt de film niet uit het slop.

The epic finale van de Hangover trilogie, zoals de tagline belooft, is een kleine, slappe piemel met hooguit twee grappige momenten. Oh ja, en de giraf. Drie dan. En de post-credit scenes. OK, OK. Vier.

After Earth (M. Night Shyamalan, 2013)

b5d6ce0

Beoordeling: 4

De poster is mooi. Die diagonalen, de dynamiek, de compositie. En hop, daarmee is eigenlijk al het goede over After Earth gezegd.

Cypher Raige (Will Smith) en zijn zoon Kitai Raige (Jaden Smith) crashen op de planeet aarde, die 1000 jaar geleden vernietigd werd door een grote ramp en nu is veranderd in een levensgevaarlijk ecosysteem. Terwijl vader Cypher in het wrak van het ruimteschip ligt te sterven moet zoon Kitai op zoek naar een baken dat contact met hun thuisplaneet mogelijk maakt.

AfterEarthSCREENCAP13

 

Vertrekkend vanuit een oorspronkelijk verhaal van Smith zelf (aanvankelijk gewoon in een bos na een ongeval met een auto) transformeerden de nodige scenarioschrijvers en ook regisseur Night Shyamalan het concept en maakten er een grootschalig scifi-epos van. Hadden ze dat maar nooit gedaan.

After Earth is boven alles vervelend. Na een slordig opgezet begin dat weinig mogelijkheden biedt tot een effectieve identificatie zorgt de crashlanding nog wel heel even voor wat spectakel maar als Smith en Smith eenmaal op de aarde belanden valt het verhaal volledig stil. Wat overblijft is lege retoriek en een saaie drab.

video.asiamedia.com@de929bf0-7625-35ad-ad19-1a02239c3a57_FULL

Je zou denken dat zo’n zoektocht in een vijandige omgeving met een stervende vader als deadline op de achtergrond toch voor spanning moet zorgen, maar nee. Hoe Shyamalan het precies voor elkaar krijgt is niet duidelijk maar hij weet elke strijd en iedere volgende onvriendelijke vogel te veranderen in een beleidsbespreking over kwaliteitsverbetering.

After-Earth_kicsi

Als er nou nog een beetje leuk geacteerd werd. Vader en zoon Smith speelden immers eerder samen in “The pursuit of happiness” en hoewel die film niet in mijn persoonlijke top-tien staat was er daar toch sprake van chemie en nuance. After Earth maakt daar korte metten mee. Dit keer zijn er vooral verkrampte gezichten, geforceerde afstand en ongeloofwaardige toenaderingen. Je houdt je hart vast voor de werkelijke vader en zoon relatie.

after-earth

De effecten dan? Niet om over naar huis te schrijven. Het computerwerk is duidelijk als zodanig herkenbaar. Goed, de wereld van de verwoeste aarde mag er wel zijn maar als je het daar van moet hebben… Met terugwerkende kracht wordt Oblivion steeds mooier.

Shyamalan is vervloekt. Na zijn uitstekende eersteling “The sixth sense” werden zijn films almaar slechter. After Earth bevestigt die trent.

 

 

Only God Forgives (Nicholas Winding Refn, 2013)

banners_501

Beoordeling: 8

Vreemd. Dat is het eerste woord dat me te binnen schiet als ik Only God Forgives zou moeten beschrijven. En dan: razend intrigerend. Plus: verontrustend. Niet iets om makkelijk opzij te zetten. Ik leg uit.

Ryan Gosling is de stilzwijgende Julian, op het eerste oog de eigenaar van een Thaise boksclub maar eigenlijk een locale drugsbaron. Als zijn broer een minderjarige prostitué afslacht en vervolgens zelf vermoord wordt, reist zijn moeder (Kirstin Scott Thomas) naar Bangkok en eist dat hij wraak neemt. Daardoor komt hij in aanraking met de mysterieuze politie-agent Chang (Vithaya Pansingarm), die ook wel de Engel der wrake wordt genoemd. En met recht.

only_god_forgives_10

Only God Forgives is echt een vreemde film. Of misschien moet ik bij het begin beginnen en zeggen: Nicholas Winding Refn is een vreemde regisseur. Laat ik dat maar eerst doen. De Deense Winding Refn – die als kind een tijdje in Amerika woonde – gooide ooit in Kopenhagen een bureau tegen de muur van zijn gymnasium en werd van school gezet. Dat is helemaal niet verwonderlijk als je zijn films ziet. Ze kunnen niet gemaakt zijn door een doorsnee regisseur met een gewoon leven. Dat geldt voor de fantastische “Driven” uit 2011 maar zeker voor eerder werk als de Pusher trilogie, Fear X, Valhalla Rising en Bronson. Aparte man.

Only God forgives past uitstekend in dat rijtje. Vervreemdend, existentialistisch en extreem gewelddadig. Het is zo’n film die kijkers verdeelt en uitnodigt tot pittige discussies. Voor mij over filmtaal, ethische kwesties en in laatste instantie over het leven zelf. Maar voor anderen waarschijnlijk ook over de vraag of je wel geld moet betalen voor je filmkaartje.

Only-God-Forgives_1-1024x517

De film is afstandelijk. Winding Refn koppelt een onaards mooie fotografie – bij bijna elk beeld dacht ik: zo zou ik een foto hebben willen nemen – aan verstilde beelden die vaak eerder tableaux vivants lijken dan filmscenes. Regelmatig staan of zitten karakters doodstil in een pose, terwijl andere personages door de scene heen dwalen.

OFG3

Maar er is meer. Alles baadt in een prachtig onwerkelijk kunstlicht en wordt vervormd door surrealistische geluidseffecten. Het tempo is wezenloos traag. De karakters schuiven binnen onherbergzame interieurs in en uit het licht. En dan zijn er nog de bizarre karaoke- taferelen. Wie nu nog niet aan Lynch moet denken kent zijn klassiekers niet.

17

Winding Refn zelf zegt overigens meer schatplichtig te zijn aan Casper Noe (van Irreversible) en Aleajandro Jodorowsky. Hoe het ook zij: bij elkaar dompelt de regisseur de kijker met zijn geheel eigen stijl voortdurend in een gekunstelde wereld die stijf staat van de symboliek en steeds aanvoelt als een droom of een bizarre fantasie.

De karakters zijn bigger than life. Gosling zegt amper vijf zinnen en herhaalt – of eigenlijk intensiveert – zijn rol in Drive. Kirstins Scott Thomas mag alle registers losgooien en speelt een heerlijk geloofwaardige  uberbitch, maar het is Vithaya Pansingaram die werkelijk indruk maakt als de mysterieuze Chang. Met nauwelijks wisselende gezichtsuitdrukkingen weet hij voortdurend een basale onbehaaglijkheid te bewerkstelligen.

390972_638505662842269_404704970_n

Het is van het begin af aan duidelijk dat Only God Forgives – de titel valt beslist niet uit de lucht – boven het oppervlakkige filmverhaal uit stijgt. Het gaat hier om een parabel over menselijke identiteit, de onlosmakelijke keten tussen oorzaak en gevolg, de omgang met normen en waarden en de kern van morele verantwoordelijkheid. Overdadige religieuze symboliek wijst op een existentiële duiding. Voor wie twijfelt zijn er nog de aanwijzingen in de trivia van IMDB: de regisseur maakte de film naar aanleiding van een idee waarin hij zichzelf zag boksen met God en op de set fluisterde hij Pansingarm voortdurend in het oor: je bent God, je bent God.

온리_갓_포기브스_Only_God_Forgives_~8

En dan hebben we het nog niet gehad over het geweld in de film. Het vol in beeld afhakken van armen is nog kinderspel in vergelijking met de scene waarin Chang een van de handlangers van Scott Thomas onder handen neemt door hem (in een stoel) te kruisigen en vervolgens een pin door ogen en oren te steken. Functioneel? Mijn antwoord is ja, absoluut. Binnen de religieuze duiding gaat het om morele verantwoordelijkheid en de onafwendbare consequenties van de eigen handelingen. Om het eindoordeel. Maar goed, dat zal niet iedereen onderschrijven.

00215

Only God Forgives is een indringende film. Beslist niet voor iedereen, maar ik beschouw het als een van de hoogtepunten in dit filmjaar. Ik ben er nog lang niet klaar mee. Want wat te denken van die oedipale greep in de baarmoeder? Iemand nog tijd voor een fikse discussie?

 

Epic (Chris Wedge, 2013)

1367608492_epik

Beoordeling: 6,5

Ik heb een groot zwak voor animatiefilms. Misschien omdat ik graag teken. Nemo, Up, Madagascar, Wall-e, The Incredibles, Shrek: laat maar komen. En boven aan de lijst staat Ice Age van Chris Wedge. Kan zijn nieuwe film in de hoogste regionen aanschuiven? Hm.

Als teenager M.K na de dood van haar moeder terugkeert naar haar ouderlijk huis, ondervindt ze aan den lijve dat de zoektocht van haar verstrooide vader naar een miniatuurvolk dat in de bossen zou huizen, lang niet zo gek is als ze oorspronkelijk dacht. Betoverd door een sprookjesachtige koningin raakt ze tegen haar wil betrokken bij een epische strijd tussen goed en kwaad. Zoals dat in dit soort films hoort ontdekt ze daarbij wie ze is en wat ze wil.

v6w2o3ji8aVLph6zNgR5yDGQfmS

Het verhaal is niet echt om over naar huis te schrijven – pubermeisje en ontluikende liefde, de kosmische eenheid binnen de natuur, de simpele strijd tussen goed en kwaad, zalallemaalbest maar ach, je blijft in ieder geval kijken. Chris Wedge, de man achter Robots en vooral Ice Age weet nu eenmaal hoe hij een verhaal moet vertellen.

Het feit dat de film net iets meer op meisjes dan jongens is gericht, zoals eerder Brave en Rapunzel of de Disney prinsessenfilms vormt voor mij een minpunt – het verhaal krijgt er toch vaak een sponzig en week karakter van. Dat wordt wel enigszins gecompenseerd door veel vaart, prettige actie en een wonderlijke verzameling aimabele karakters, maar het blijft als een wolkendeken met open plekken over een potentieel zonnige dag hangen.

Epic-2013-Movie-Image-3

De voice-acting is niet geniaal maar wel verdienstelijk. Beyonce als de koningin en Colin Farrel als held Ronin mogen de bekendste stemartiesten zijn; Aziz Ansari en Chris O’Dowd stelen de show als de twee slakken MUb en Grub. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met de humor die om de twee personages hangt, maar goed, dat moet je dan toch nog waar kunnen maken.

epic_char_2d_group_mub_grub_2

Niet slecht dus, maar ook niet om echt helemaal warm van te worden, zoals dat bij Ice Age steeds wel gebeurde. En toch heeft Epic minimaal één excellente kwaliteit.

Wat een ongelooflijk mooie visuele hoogstandjes worden hier geleverd. Animaties om van te kwijlen. Of het nu gaat om de robuuste karikaturale weergave van de hoofdpersonages, hun prachtige bewegingen of bijvoorbeeld de details binnen het interieur van het huis: allemaal absolute topkwaliteit. En dan heb ik het nog niet gehad over de uitbeelding van de natuur.

Epic-2013-Movie-Image-2

Hier overtreft de films alles wat de laatste jaren op het scherm is verschenen, met de mogelijke uitzondering van Avatar. De natuur is even mooi als die uit Bambi – sfeervol, nu eens betoverend kleurrijk, dan weer verrassend bruin maar vooral ronduit magisch. De nachtelijke vluchten van gloeiende insecten, het spel van zonlicht door de bladeren, de wonderlijk mooie weergave van herten en hondensnuiten: vrijwel elke scene koppelt een grote beheersing van het medium aan regelrechte poëzie.

De muziek van Elfman is dan weer wat minder. Natuurlijk de componist weet wat hij moet doen, en waarschijnlijk heeft hij ook de instructie gekregen zich vooral niet in te houden, maar de violen zwellen af en toe wel erg nadrukkelijk aan. Gelukkig haalt niemand het in zijn hoofd om plotseling in een lied uit te barsten.

Veel vakmanschap dus en vriendelijk plezier voor de hele familie. Maar van mij had het wat scherper gemogen.