Promised Land (Gus van Sant, 2012)

Promised-Land

Beoordeling: 7,5

Als je in Amerika geen high-concept blockbuster maakt, geen genrefilm maar ook geen echte independent film, waar zit je dan? In Niemandsland? Gus van Sant en Mat Damon niet. Zij exploreren Promised Land.

Steve Butler (Mat Damon) werkt voor een grote gasfirma. Samen met zijn collega Sue Thomason (Francis McDormand) bezoekt hij kleine Amerikaanse plattelandsgemeenschappen om daar van de verarmde bevolking land te kopen. Aanvankelijk lijkt dat makkelijk maar er is tegenwerking, eerst van een plaatselijk onderwijzer en iets later ook van een milieuactivist.

Damon schreef zelf het scenario (samen met John Krasinsky, die eveneens meespeelt) naar een verhaal van Dave Eggert. Hij zou aanvankelijk ook zelf regisseren, maar haalde Gus van Sant binnen om die taak over te nemen.

Promised Land is een rustige film. Van Sant neemt de tijd om zijn personages aan de kijker voor te stellen en hoewel het verhaal een spannend uitgangspunt heeft, ligt de nadruk toch vooral op sfeer. Dat is hier een groot pluspunt.

Promised Land

Telkens opnieuw zijn er verstilde beelden te zien van het dagelijkse leven in een typische Amerikaans agrarisch landschap. Wat dat betreft herinnert de film aan “The Straight Story” van David Lynch, ook al vanwege de sterke helicoptershots, maar dan met slechter weer en meer sociaal-politieke ondertonen.

Het centrale conflict tussen de grote industriële bedrijven en de kleine landelijke gemeenschappen wordt genuanceerd verteld. Er is aandacht voor verschillende invalshoeken, maar natuurlijk ligt de sympathie uiteindelijk bij de kleine boeren en het milieu (duh).

Naar het einde toe wordt de film manipulatiever. Een effectieve twist (knap) en het daaropvolgende inzicht bij Damon over wat zijn bedrijf doet leidt tot een obligate bekentenisspeech met de gebruikelijke close-ups van het geschokte publiek.

matt-damon-promised-land

Maar goed: het werkt wel. En in de stille momenten daarna keert het evenwicht terug zodat je tijdens de aftiteling zwijgend blijft zitten om te genieten van de mooie muziek en alles nog even te laten inwerken.

Geen grote film, wel een onverwachte traktatie.

 

Advertisements

American Mary (Jen en Sylvia Soska, 2012)

American_Mary_Poster

Beoordeling: 8

Dat zie je niet vaak: vrouwen in de regiestoel bij een horrorfilm. Twee nog wel. Plus: zussen én eeneiig. Toe maar. Het resultaat: een originele en onvoorspelbare film.

Jen en Sylvia Soska – lees ik op Imdb, ik had echt nog nooit van hen gehoord – hebben altijd van horrorfilms gehouden en lazen al op de lagere school de boeken van Stephen King. Dan hebben ze zich later toch sterk zelfstandig ontwikkeld want de horror in “American Mary” is echt van een andere orde.

Mary Mason (Katharine Isabelle van Ginger Snaps) is een medicijnenstudente die chirurge wil worden. Eenzelvig en geisoleerd als zij van zichzelf al is, vindt zij daarnaast ook als vrouw geen plek in de door mannen gedomineerde wereld van medisch specialisten. Nadat zij verkracht wordt door haar docent duikt ze onder in de subcultuur van extreme plastische chirurgie en body-modification en neemt wraak.

Dat lijkt op een revengemovie en dat is het ook wel, maar anders dan de expoitatiefilms die op dit gebied de dienst uitmaken, gaat het hier minder om onverdunde agressie en meer om andere zaken. Vrouwelijke identiteit, karakterontwikkeling en de exploratie van een aanvankelijk bizarre wereld die steeds vriendelijker afsteekt tegen de corruptie en betekenisloosheid van de normale maatschappij.

American_Mary_surgery_t614

Katharine Isabelle speelt goed: ze is geïsoleerd en kwetsbaar maar nergens afhankelijk, en al helemaal geen slachtoffer. Haar eigenzinnigheid intrigeert. Als ik probeer soortgelijke vrouwelijke helden binnen het genre te bedenken, kom ik telkens op nul uit. Ook daarbuiten trouwens. Of nou: Sandrine Bonnaire misschien in Sans toit ni loi van Agnes Varda .

De waardering voor de film zit hem echter nog meer in de originele en frisse aanpak van de zussen Soska. Hun film voelt underground en anders. Onvoorspelbaar. Soms is iets zo snel voorbij dat je denkt dat er een scene is weggeknipt en regelmatig is het onduidelijk waar je nu precies naar kijkt: horror (niet echt), revenge (mhh), sociale exploratie (niet geforceerd), freakshow (niet enkel om het effect), vrouwenfilm (mwoah). Dat zou irritatie kunnen wekken, maar nee. Je blijft betrokken en geboeid.

Daarnaast is er ook veel vakmanschap. De cameravoering is schitterend: de look van de film wordt bepaald door krachtige, donkere beelden, een effectief gebruik van kleuren en spot-lighting, waardoor personages voortdurend in en uit de schaduwen lopen. De aankleding ondersteunt de afwijkende thematiek stijlvol maar toch ook zo dat het “echt” blijft. De soundtrack bekrachtigt en onderstreept op de juiste manier (hoewel het zwaar symbolische avé Maria wat mij betreft net iets te vaak te horen is).

AmericanMaryOfficial-1

Omdat de zussen van Canadese oorsprong zijn, is de vergelijking met de films van David Cronenberg snel gemaakt. Wat mij betreft is die toepasselijk. Sfeer en originaliteit zijn vergelijkbaar en thematisch is er maatschappijkritiek, de sterke nadruk op lichamelijkheid en fysieke afwijkingen en een voorkeur voor macabere gore-effecten. Cronenberg loopt langer rond en heeft zijn meesterschap keer op keer bewezen, iets wat bij de zussen Soska nog even tijd nodig heeft, maar ze zitten absoluut in de goede richting.

Leuk detail is dat zij zelf in de film optreden als een volkomen weird duo  met afwijkende chirurgische behoeften. Je vraagt je onwillekeurig af of ze in het echt ook zo bizar zijn als hun filmpersonages suggereren. Het zal waarschijnlijk niet maar stiekem hoop ik eigenlijk van wel.

Mama (Andrés Muschietti, 2013)

mama-poster01

Beoordeling: 7

Het is een ijzeren wet: wanneer aan het einde van een horrorfilm het monster volledig in beeld verschijnt, stelt dat altijd teleur. “Mama” bevestigt die regel. Tot die tijd valt er echter behoorlijk veel te genieten.

Het verhaal is bijzonder genoeg om boven de middelmaat uit te steken. Vijf jaar nadat ze samen met hun vader in een bos zijn verdwenen, worden Victoria en Lilly alleen en verwilderd terug gevonden.  Lucas (Nicolai Coster-Waldau ) en Annabel (Jessica Chastain)  nemen hen op en ontdekken langzaam dat de meisjes niet zelfstandig hebben weten te overleven.

Mama is een door Guillermo Del Toro geproduceerde lange versie van een ultrakorte short uit 2008 van Andrés en Barbara Muschietti. Hier zijn de volledige 3 minuten, met een voorwoord van Del Torro:

De nieuwe, lange versie is even sfeervol als poetisch. Del Toro drukt zijn stempel met de insecten die in zijn eigen films zo nadrukkelijk aanwezig zijn maar de Mushiettis staan duidelijk aan het roer.  Zij voeren de kijker moeiteloos mee op een rivier van krachtige indrukken, die bij elke bocht weet te boeien en bij iedere stroomversnelling een effectief schrikmoment kent.

Megan-Charpentier-in-Mama-2013-Movie-Image-600x321

Visueel en auditief is de film een feest. Cameraman Antonio Riesta fotografeert een jaloersmakend sfeervolle duistere wereld, de aankleding en de kostuums zijn puntgaaf, de geluidseffecten kunnen door een ringetje en de soundtrack staat al in mijn spotify “movies”album.

Dan zijn er de acteurs. De kinderen spelen zonder meer geloofwaardig en Nicolai Coster-Waldau (Game of Thrones) kan er wat van, maar het is hier vooral Jessica Chastain die volledig weet te overtuigen. Van de aanvankelijke verwende onwil naar de latere toewijding weet zij hier te realiseren wat ze in Zero Dark Thirty niet in de verste verte voor elkaar krijgt: een karakter neerzetten waar je wat voor voelt.

Mama-2013-starring-Jessica-Chastain

Het “kwaad” in de film, een bijzondere moedergestalte, is nieuw genoeg om lang te blijven boeien. Dat heeft veel te maken met de lange, magere acteur die de rol speelt, een goede inbedding in het verhaal, interessante bewegingseffecten en fraaie belichting.

Maar juist bij dat kwaad zit ook de achilleshiel. Naarmate de film vordert komt de aap vaker uit de mouw en dat is – zoals zo vaak – niet bevorderlijk voor de akeligheidsfactor. Eenmaal vol in beeld blijken de computergeanimeerde effecten toch niet geweldig en valt de dreiging helemaal weg.

Wie streng oordeelt haakt op dat moment af, zelfs voordat het scenario in de laatste vijftien minuten de ene onwaarschijnlijkheid op de andere begint te stapelen en elke nuance kwijt raakt tot je van vervangende gene in je handen zit te knijpen. Jammer. Een onsje minder was veel effectiever geweest. Of in dit geval een kilo.

Maar toch: los van het einde is `Mama` een prima film die een zeven ten volle verdient. Dat had alleen ook een acht kunnen zijn.

A Haunted House (Michael Tiddes, 2013)

images

Beoordeling: 1

Eigenlijk weet ik het ook van te voren. De Wayans broers zijn nou niet echt meesters in de cinematografische kunst en hun humor is nooit verfijnd of intelligent. Dus wat wil ik dan? Goeie vraag.

Misschien een echo van de scary-movie films. Hoe slecht die verder ook zijn, ze hebben toch wel iets. Boerenhumor waar je op bepaalde momenten stiekem om kunt lachen. Verwijzingen naar zoveel mogelijk horrorfilms en thrillers. Botte, politiek incorrecte slapstick.

Maar zelfs dat laatste beetje vermaak is in A Haunted House volkomen verdwenen. Deze spoof op paranormal activity weet telkens opnieuw elke beginnende kleine lach in de baarmoeder te wurgen. Ondanks het feit dat er volgens de groene waarschuwing vooraf crude and sexual content, language and some drug use bij komen kijken. Toch allemaal zaken die zeer de moeite waard zijn.

Plus: ik keek ook nog naar een camversie, waarbij ik het Amerikaanse bioscooppubliek kon horen schaterlachen. In een serie wil dat soms nog wel eens helpen ( je weet dan tenminste waar het grappig hoort te zijn), maar hier was het eerder vervreemdend.

Ik geef de film één punt omdat de titel tijdens de opening correct is geschreven. Technisch gezien zou ik er dan eigenlijk twee moeten toekennen, omdat diezelfde titel aan het eind nóg eens te zien is. Dat extra punt haal ik er echter weer af voor alles wat ik tussen die twee momenten in heb moeten doorstaan.

Pas op voor de trailer: omdat die niet zo lang duurt zou je kunnen denken dat de film toch leuk is. Ik ben er ieder geval in gestonken.

Fairytale (Christian Bisceglia en Ascanio Malgarini, 2012)

Image

Beoordeling: 6

Mij kun je voor horror altijd wakker maken. Bloeddorstige kannibalenfamilies met kettingzagen, dode kinderen die ronddolen in een weeshuis, leergeuniformeerde hellewachters met spijkers in hun hoofd: ik kijk het allemaal.  Daarom heb ik Fairytale van het net geplukt.

In Fairytale betrekt gescheiden moeder Sofia (Harriet MacMasters –Green) samen met haar dochter Helena een nieuwe woning. De kast die daar op zolder staat is duidelijk niet in orde en ook verder blijkt het huis verre van pluis. Als Helena haar eerste melktand verliest begint het verleden zich te manifesteren in het heden.

De film is geen hoogvlieger. Het beentheredonethat-gehalte is hoog, clishés worden niet bepaald geschuwd (opvallend hoeveel enge kinderen de laatste tijd in horrorfilms rondlopen) en het verhaal maakt halverwege een vreemde draai door van de woning naar een psychiatrische inrichting te verhuizen.

Toch onderschrijf ik de slechte recensies op IMDB niet helemaal. Fairytale probeert de recente elegante Spaanse horrorfilms te evoceren door op sfeer te spelen en hoewel de film daar niet voor de volle 100% in slaagt zijn er toch mooie momenten. Nu eens schrik je netjes zoals het hoort, dan weer – met name in de wat donkere scene´s – is het camerawerk heel effectief.

Daarnaast zijn er scene´s die werken. Het auto-ongeluk aan het begin van de film is goed geënsceneerd en de nacht vóór het verlaten van het huis verdient wat mij betreft drie sterren.  Ook in de inrichting zijn er momenten van spanning en sfeer, en alleen al het feit dat psychiatrische behandeling hier niet wordt afgeschilderd als het grote kwaad is een reverence waard.

Goed, de tussenliggende verklaringen halen het tempo soms wat omlaag en de dood van onwelgevallige karakters is vrijwel altijd gratuit, maar het einde maakt weer veel goed. Eén keer in verhaaltechnische zin: ik had het niet helemaal zien aankomen, en één keer visueel: de gruwelijke conclusie is van veraf gefilmd en dat is even opmerkelijk als effectief.

Geen meesterwerk. Maar wel de moeite waard.

The Master (Paul Thomas Anderson, 2012)

the-master-poster1

Beoordeling: 6.

The Master is zo’n film waar je na afloop over praat. In dit geval met Jan in de auto op weg van Maastricht naar Sittard. Het ging over twee dingen: wat er allemaal goed was aan de film en waarom we hem desondanks allebei niet leuk vonden.

Freddie Quell (Joaquin Phoenix) keert na de oorlog getraumatiseerd terug naar huis. Zijn leven ontwikkelt zich in een neerwaartse spiraal en uiteindelijk belandt hij bij “The Cause” een sekte, die geleid wordt door de eigenzinnige Lancaster Dodd (Philip Seymour Hoffman).

Gedoodverfd als meesterwerk en op veel plekken al extatisch bejubeld (hoewel ook beschimpt) wekt The Master al na tien minuten de indruk van een cerebrale puzzel. Het kernverhaal is weliswaar best te begrijpen maar de ongebruikelijke overgangen in tijd, de afstandelijke benadering van de narratie en vooral de bewust onduidelijke passages doen menig kijker regelmatig denken: ben ik even in slaap gevallen, heb ik iets gemist, waar gaat dit precies over?

Je weet bij Anderson dat het allemaal echt niet toevallig is en dat je dus dieper moet graven. Dat doe je ook braaf, want hé, wie is hier nou de cultuurbarbaar? Ik niet! Maar na een half uur begint het te irriteren en na drie kwartier is het genoeg. Het trage tempo en de betekenisvolle stiltes werken ook niet echt mee.

the_master_paul_thomas_anderson18

Er is ondertussen veel te zien. De acteerprestaties zijn allround excellent. Niemand in de film speelt slecht maar uiteraard stelen de twee hoofdrolspelers de show. Phoenix kruipt zo in zijn rol dat je af en toe twijfelt of hij nog wel speelt en Hoffman zet een fantastische sekteleider neer die gelooft in zijn eigen gebrabbel en dat ook werkelijk weet over te brengen. Oscarmateriaal.

De cameravoering is uitstekend en de film is opgenomen op 65 millimeter wat zelfs in kleinere bioscopen tot fraaie beeldkwaliteit leidt. Er zijn momenten dat de kleuren en het licht zo mooi met het verhaal samenwerken dat poëzie ontstaat.

Tenslotte vliegen de belangwekkende thema’s je om de oren. Het wordt nergens uitgesproken maar je moet werkelijk blind zijn om de paralellen met Hubbard en scientology niet te zien. Anderson stijgt echter boven dat specifieke niveau uit met bespiegelingen over meer algemene onderwerpen als geestelijke gezondheid, leiders en volgers, betekenisverlening en de aantrekkingskracht van geloofssystemen.

Misschien nog wel het leukst vind ik de karakterstudies. Als kijker blijf je door de genuanceerde presentatie en het krachtige spel steeds speculeren over de aard van de stoornissen die de personages met zich meedragen. Het is duidelijk dat Quell leidt aan posttraumatische-stressstoornis, maar er zijn ook aanwijzingen voor psychosen (hij hallucineert, zijn moeder verblijft in een inrichting, ook vóór de oorlog vertoonde hij al vreemd gedrag) en daarnaast heeft hij specifieke persoonlijkheidstrekken die ook een score op as 2 mogelijk maken. Dodd is een charismatische en narcistische leider, die duidelijk van zichzelf overtuigd is en anderen gebruikt maar Hoffman laat hem ook wel eens (kort) twijfelen wat mooie nuances oplevert. Het zou een fraaie analyse-opdracht zijn voor de studenten van de minor Intensieve Psychiatrie.

master_ensemble_660

Toch houdt het niet over. Ik waardeer de film als concept en zie de kwaliteiten maar emotioneel raakt hij me niet. Ik word niet betrokken en los van een aantal geisoleerde momenten kan het me niet schelen wat er met de personages gebeurt. Wat overblijft is een cerebrale exercitie met veel geforceerde vaagheid. Hoppa, nóg een (mooi) shot van het wervelende water achter de boot, wéér een tijdseenheid overgeslagen, opníew dat stille geluidsspoor waardoor je weet dat je moet gaan nadenken. Dat kan best goede films opleveren maar hier voel ik eerder irritatie of verveling.

The Master bezit absoluut kwaliteiten en ja, hij biedt stof tot boeiende gesprekken. Maar hij is ook afstandelijk, hermetisch en geforceerd vaag. Op het irritante af. Onder de streep vind ik hem vooral teleurstellend.

Silent Hill Revelation 3D (Michael J. Basset, 2012)

silent-hill2-poster-XL-watermarked-610x903

Beoordeling: 4

Het is Salonfähig te zeggen dat verfilmingen van computerspellen bij voorbaat slechte films opleveren. En wie durft daar nog tegen in te gaan na rattenkeutels als “Doom”,  “Far cry”, “Dungeons and dragons” of “Wing Commander”? Maar ik vond Resident Evil altijd wel leuk en ook de eerste Silent Hill. Daarom was ik hoopvol voor Silent Hill Revelation 3D van Solomon Kane regisseur Michael J. Basset. Maar nee.

Heather Mason en haar vader zijn op de vlucht voor angstaanjagende visioenen die allemaal verwijzen naar de plek waar vroeger verschrikkelijke dingen zijn gebeurd: Silent Hill. Als de vader van Heather verdwijnt besluit zij samen met een nieuwe klasgenoot de confrontatie met haar verleden aan te gaan.

Het had zo mooi kunnen zijn: De cast is voor een horrorfilm indrukwekkend: Sean Bean, Malcolm McDowell, Carrie-Ann Moss en Deborah Kara Unger: allemaal acteurs die normaliter weten wat ze doen. Waarschijnlijk hadden ze nu echter allemaal geld nodig, want veel hart en ziel is hier niet te zien. En van de hoofdrolspelers Adelaide Clemens en Kit Harrington hoop je al na tien minuten echt hartstochtelijk dat ze zo snel mogelijk gruwelijk afgeslacht worden.

De film wil maar niet eng worden en het verhaal strompelt soms op het lachwekkende af van de ene ongeloofwaardige verklaring naar de andere stupide actie. Nergens is de kille, dromerige sfeer van het eerste deel voelbaar. Nooit kruipt een scene echt onder de huid. En dan zijn er ook nog de pijnlijk belabberde dialogen.

Een mogelijke verklaring zou het feit kunnen zijn dat het budget ten opzichte van het eerste deel gehalveerd werd, maar juist de art-direction en de special effects – die daar normaal toch erg onder lijden –  vormen de enige twee troeven van de film. De sets zien er goed uit en zorgen zolang de acteurs maar niets zeggen voor een lugubere atmosfeer. De spin die bestaat uit etalagepoppen en de geluidsgeactiveerde zombieverpleegsters zijn kunstig gemaakt. Even wordt je interesse gewekt maar dan gaat het verhaal weer verder en schakel je af.

Silent Hill Revelation 3D roept weinig op. Geen angst, geen spanning en zelfs geen irritatie. Wel – en dat is voor elke film noodlottig maar al helemaal voor horror – onverschilligheid.

The sessions (Ben lewin, 2012)

The-Sessions-Quad-Poster-585x436

Beoordeling: 7.

En ja hoor: alweer based on a true story. Niet zo maar iets: nee, een triúmphant story. Dan zinkt mij de moed tot ver ónder de schoenen. Maar dit keer is het leuk.

John Hawkes speelt de waargebeurde Marc O’Brien die zijn leven grotendeels in een ijzeren long doorbrengt. Op 38-jarige leeftijd besluit hij dat hij niet langer maagd wil blijven en met hulp van sextherapeute Cheryl (Helen Hunt) en de geestelijke ondersteuning van William Macy als langharige priester slaagt hij in zijn voornemen.

Het is met een dergelijke inhoud moeilijk vooraf in te schatten welk soort film je gaat zien. Platte humor is een optie maar sentimentele dramatiek zou ook makkelijk kunnen. Regisseur Ben Lewin (die al lang mee gaat, maar waar ik nog nooit iets van gezien had) weet een boeiende, zij het ook weer niet briljante middenweg te bewandelen.

Hij maakt samen met Hawkes van de hoofdpersoon een aimabele man die even intelligent als menselijk is. Zonder om medelijden te vragen en nooit echt sentimenteel laveert het verhaal – gebaseerd op O’Briens eigen boek, maar bewerkt door Lewin –  heen en weer tussen grappige en ontroerende momenten. Het tempo is rustig, de sfeer intiem. Als kijker blijf je voortdurend geboeid.

Het grootste pluspunt van de film zijn zonder meer de acteerprestaties. Hawks speelt zijn rol natuurlijk en onnadrukkelijk: je vergeet vlak na het intro dat je naar een acteur zit te kijken en leeft probleemloos mee. William Macy komt niet helemaal uit de verf maar is leuk en overtuigend genoeg. Kers op de taart blijft echter Helen Hunt, die in een dappere rol een geweldige professionele en liefdevolle hulpverleenster neerzet. Als naaktheid ooit functioneel was, dan hier.

Voor werkers in de gezondheidszorg is er de toegevoegde waarde van de ethische beschouwing. Wat is de werkelijke betekenis van veel gebezigde begrippen als autonomie en participatie? Waar liggen de grenzen van wat een hulpverlener vermag? Hoe ga je binnen een professionele context om met intimiteit en seks? Allemaal vragen waar je in de loop van de film over nadenkt. Of anders wel daarna.

Geen 8 dan? Nee, wat mij betreft niet. Daarvoor is de toon te licht. Uiteraard mag dat, sterker nog: leuk, maar je blijft wel denken: in het echt is er meer pijn. Daar schijnt het licht kaler, is de empathie lager en de sekstherapeute lelijker.

The Impossible (Juan Antonio Bayano, 2012)

the-impossible-poster

Beoordeling: 6

Altijd als er op een poster staat ” based on of inspired by true events” krijg ik jeuk. Waarschijnlijk door die vreselijke woensdagavondfilms op de RTL-zenders vroeger, waarin steevast  zwaar verkrachte kinderen uiteindelijk toch nog licht aan het einde van de tunnel zagen. Afschuwelijke draken maar ja, echt gebeurd én reuze emotioneel, dus dan móet het wel goed zijn. Ik weet dat het geen wet van Meden en Perzen is; United 93 en Into the wild bewijzen bijvoorbeeld het tegendeel, en dat zijn echt niet de enige, maar The Impossible valt niet in die categorie. Ik heb soms stevig moeten krabben.

Een doorsnee Amerikaans gezin brengt een vakantie door in Thailand en wordt overvallen door de beruchte Tsunami van 2004. Het water drijft hen uit elkaar en dat is het begin van een lange zoektocht tussen wanhoop en vrees.

Eerst maar de pluspunten. Naomi Wats speelt uitstekend en Ewan McGregor is niet onverdienstelijk maar het is vooral Tom Holland, die als de vijftienjarige oudste zoon Lucas krachtig weet te overtuigen. De visuele kant is zwaar in orde. De special effects en de art direction laten volkomen geloofwaardig zien hoe het moet zijn om in zo’n natuurramp opgenomen te worden en ook wat de onmiddellijke consequenties voor de infrastructuur van een kustgebied zijn. Tenslotte is de muziek erg mooi en blijf je de hele film goed bij de les.

Misschien begint daar het eerste probleem: The Impossible is nadrukkelijk gefilmd als thriller. Hij ís ook absoluut spannend en als kijker ga je graag mee in de overweldigende en enerverende gebeurtenissen. Omdat er echter ook een claim ligt bij de realiteit van “het waar gebeurde verhaal” vraag je je soms af of de vertelling niet al te zeer geconstrueerd wordt. Een goed voorbeeld is de scene waarin alle familieleden onafhankelijk van elkaar in het ziekenhuis rondlopen zonder te weten dat ze zich allemaal op dezelfde locatie bevinden. Spannend, absoluut, maar realistisch?

Een tweede probleem vormen de emoties. Neem de zakdoekjes maar mee, want ze worden met bakken tegelijk uitgestort. Nu eens heel effectief, zoals bij de eerste keer dat Lucas een vader en een zoon bij elkaar weet te brengen, maar later ook wel minder geslaagd en erg snel achter elkaar. Misschien ben ik te cynisch en laat dit duidelijk zijn: ik geloof heilig dat een dergelijke situatie in het echt alle emoties van de film en meer buitengewoon oprecht weet te genereren, maar binnen de wijze waarop ze hier gepresenteerd worden raken ze mij niet altijd even sterk.

Het derde probleem vormen de hoofdpersonages. In de korte introductiescenes komen zij naar voren als generiek herkenbaar maar ook saai en dat wordt nooit echt anders. Lucas maakt wel enige ontwikkeling door, maar zowel de vader en de moeder als ook de twee jongere kinderen zijn weinig geprononceerd. Niet onsympathiek en – nog eens – goed gespeeld, maar inwisselbaar.

En dan is er nog de “Amerikanisering”. De focus op een blank Amerikaans gezin vergemakkelijkt identificatie over de hele wereld zou je kunnen zeggen, maar de echte familie was Spaans. En wat te denken van het feit dat de lokale bevolking weliswaar positief wordt afgebeeld (behulpzaam, onzelfzuchtig, vriendelijk) maar nergens in het verhaal een eigen positie krijgt? We horen weinig over het lot van de kustbewoners. Het enige lokale dorp lijkt ongeschonden en de ziekenhuizen liggen vooral vol met toeristen.

Waar Bayano zich in zijn vorige film (het prachtige sfeervolle spookverhaal El Orfenato) juist een meester toonde van nuance, intimiteit en sfeer werpt hij zich hier op grote en woeste dimensies. Dat gaat hem minder goed af. The Impossible is geen echt slechte film. Hij neemt je mee in een achtbaan van emoties en weet je bij momenten te raken maar als je bijna fysiek moe de bioscoop uit loopt denk je eigenlijk ook alweer: zo, nu een frietje.

Les Misérables (Tom Hooper, 2012)

les-miserables-movie-poster

Beoordeling: 7

Lef kun je Tom Hooper niet ontzeggen.  Hij had het zich na het succes van “The King’s Speech” makkelijker kunnen maken maar nee, hij koos voor de verfilming van een wereldberoemde en ongemeen succesvolle musical, die gebaseerd is op een minstens even bekend boek dat zich afspeelt ten tijde van de Franse revolutie. Dat is vragen om problemen.

En inderdaad: op internet tuimelen de beste stuurlui over elkaar heen. Musicalliefhebbers schreeuwen moord en brand over de slechte zangers en het mutileren van de oorspronkelijke muziek, literatuurnerds missen de uitgebreide essays over het Parijse riolenstelsel en geschiedenisfundamentalisten ergeren zich aan de simplistische voorstelling van grote historische gebeurtenissen. Wat mij betreft mogen ze: het levert zeer amusant leesmateriaal op. Maar alle gekrakeel laat niet verlet dat Hooper echt wel wat neer heeft weten te zetten.

Het verhaal van de rechtschapen Jean Valjean (Hugh Jackman) die samen met zijn aangenomen dochter Cosette (Amanda Seyfried) op de vlucht is voor de plichtsbewuste Inspecteur Javert (Russel Crowe) is in de film eigenlijk niet veel meer dan een instrument om in relatief korte tijd (nou ja, 2, 5 uur) zoveel mogelijk emoties op te roepen. En niet bepaald van het type lekker weertje vandaag. Groots en meeslepend moet het zijn en laten we wel wezen: dat ís het.

De gewichtige thema’s vliegen je met orkaankracht om de oren. Eer, identiteit, onrecht, boete, plicht en bedrog: en dan hebben we alleen nog maar de eerste 15 minuten achter de rug. Les Miserables is nergens klein. Niet in de prachtige decors, die meer dan een theatermusical ooit kan realiseren zwierig en tot op de millimeter laten zien waar de handeling zich afspeelt. Niet in het kinetische en hoogdynamische camerawerk dat duizelingwekkend krachtig toont welke emoties nu weer de boventoon voeren. En niet in de prachtig bombastische operamuziek die gedurende de volledige 2,5 uur alle gezongen teksten begeleidt. De kijker krijgt geen moment rust. Je kunt dat vervelend vinden; ik beschouw het vooral als een tour-de-force.

De acteurs zijn geen zangers. Ja, Jackman heeft wel op het toneel in musicals gestaan maar de meeste andere spelers niet. Uiteraard is dat een groot verschil met musicaluitvoeringen waar juist geselecteerd wordt op vocale kwaliteiten, en toch heeft het wel iets. Omdat de film zo sterk leunt op grote emoties is het goed dat de acteurs in hun spel weten wat ze doen. Dat Hooper daarbij alles live op de decors heeft opgenomen en niet later in de studio heeft toegevoegd maakt het alleen maar beter.

Crowe bijvoorbeeld zingt soms aarzelend, maar het maakt hem geloofwaardiger: als hij zijn slotstuk zingt voel je werkelijk twijfel en wanhoop. Wat dat betreft ben ik echter nog het meest onder de indruk van Anne Hathaway als de onfortuinlijke Fantine. Hoe matig ik haar ook vond als catwoman: hier revancheert zij zich meesterlijk. Al vanaf het eerste moment dat zij in beeld verschijnt ben je overtuigd maar als zij haar versie brengt van “I dreamed a dream” (ik zie op een of andere manier per ongeluk áltijd Susan Boyle voor me): wauw!  Sterk spul hoor dat Fishermen’s Friend.

Natuurlijk heb ik mijn bedenkingen. Misschien ga ik ook ergens op zo’n forum zeiken over het feit dat de karakters nergens ontwikkeld worden en niet meer zijn dan symbolen. En ergens anders over het werkelijk totaal ontbreken van welke vorm van rust en nuance dan ook. Maar vooral op “philosophers against Les Misérables” over de simpelheid van de onuitgewerkte basisgedachten. Het blijft uiteindelijk pulp.

Maar dit is geen psychologische studie, geen geschiedkundig pamflet en geen filosofisch tractaat. Les Misérables is een sterk verfilmde musical die doet wat musicals moeten doen: hij werkt op je emotie. Hij sleept je mee en raakt je waar je weerloos bent. Dat is misschien niet verheven, maar wel lekker.